Motorclub Schoonebeek          

 

Reisverslag  Himalaya  2005 door Henk Beuker

Reisverslag  Engeland  2006 door Henk Beuker

Reisverslag  Andes       2006 door Henk Beuker

Reisverslag 21,5 landen in 21 dagen 2008  H.B.

 

Voor een vergroting van bovenstaande foto's bekijk ze in het fotoalbum.

Reisverslag Himalaya door Henk Beuker     

                                           (avontuur van drie clubleden en één sponsorlid)

Erica, 28-09-2005 
Gisteren ben ik gezond thuisgekomen van de reis door de Himalaya. 
Ongeveer 10 jaar geleden, ik had net internet, las ik over een reis met een Royal Enfield naar 
de hoogst bereidbare pas ter wereld, de Khardung La. 
Tijdens een bezoek aan de motorbeurs in Utrecht had ik een gesprek met de initiatiefnemer, 
ene Ludo van “Ludo Motortravels”. 
Hierna bezocht ik een voorlichtingsmiddag in Leiderdorp. Ik was om, en gaf me op als 
aspirant deelnemer. Kort hierna kwam er bericht dat “Ladakh”, de regio in India waar we naar 
toegingen, van het ministerie van buitenlandse zaken een negatief reisadvies had gekregen. 
Jarenlang bleef de website van “Ludo Motortravels” ongewijzigd. 
En de wens om ooit zo’n reis te maken ook. Ondanks dat er een avontuurlijke reis naar de 
Noordkaap, via Polen, Baltische staten en Rusland tussendoor kwam bleef. 

In Oktober 2004 stond er in het blad “Promotor”een artikel over “Challenge Travel” 
Een organisatie die veel avonturenreizen organiseert o.a. voor National Goegraphic. 
Zij hadden de gewenste reis georganiseerd voor redacteuren van motorbladen en wilden deze 
reizen nu voortzetten. 
Nu is zo’n reis natuurlijk leuker wanneer je iemand kent die met je mee wil. 
Tijdens de jaarvergadering van de motorclub Schoonebeek “MCS” vroeg ik Jan, hij was reeds 
eerder geïnteresseerd, of hij meewilde. Herman die er bij stond vroeg of ik hem ook maar 
direct wilde opgeven. Later meldde Gezienus, “collega”van Jan, zich ook. Zo waren we met 
z’n vieren, hetgeen wel gemakkelijk bleek te zijn bij de verdeling van de tenten en kamers 2 
bij 2. 
Op de eerst volgende infoavond in eetcafé Cartouche in Hilversum was er nog enige 
onzekerheid m.b.t. een extra reis welke voor ons georganiseerd moest worden aangezien de 
geplande reis reeds was volgeboekt. Verder geen antwoord op onze vraag waarom men geen 
lid was van de ANVR. Je hoort de gekste dingen als het om reizen, boekingen, faillissementen 
etc. gaat. Maar de wens om te gaan was ook hier groter dan de twijfels die we hadden. Dus 
geboekt en betaald. 
Bij de voorbereiding behoort ook een bezoek aan de medische wereld. 
Mijn longarts vond de reis geen probleem maar zou nog even met een vrouwelijke collega van 
het Refaja ziekenhuis in Stadskanaal overleg plegen. 
Zij had onder andere in verband met onderzoek een aantal reizen naar de Himalaya’s gemaakt 
met COPD patiënten. Nadat zij mijn dossier had gezien raadde zij mij aan de reis niet te 
ondernemen. Een hoogte van 2800 mtr. was het maximaal haalbare. 
Mijn tandarts vond dat 2 reeds lang geleden gevulde kiezen weliswaar in aanmerking kwamen 
om verwisseld te worden voor kronen maar dit hoefde niet eerder dan ik er daadwerkelijk last van kreeg. 
De huisarts vond de reis geen enkele bezwaar maar stelde voor een proef te doen met Diamox. 
Dit middel tegen glocoom (oogziekte, druk) heeft als bijwerking dat het preventief tegen 
hoogte ziektes werkt. Aangezien ik geen last van bijwerkingen had (behalve dat het middel 
vochtafdrijvend was) besloten we dat ik het middel vanaf de eerste dag van de reis preventief 
zou innemen. 
Het enige wat je dan zelf nog kunt doen is zorgen voor een goede conditie. 
Hierbij behoorde in eerste instantie een gewichtsvermindering met 12 Kg. 
Aangepaste voeding, minder eten en meer bewegen werden het devies. 
Een verbetering van de conditie kon bereikt worden door het fietsen van afstanden van ca 80 
km en meer per dag. 
Meerdere nachten woelend wakker geworden of dit nu wel de reis was voor een vent van 61. 
Maar daar ga je dan. 
Eerst van Schiphol naar Wenen. Tijdens de vlucht, bij het eten van een broodje, begonnen 
plotseling mijn kiezen pijn te doen. Beelden die ik voor de TV had gezien van een tandarts, 
met een combinatietang en een oude handboor op het trottoir van Delhi, doken weer voor mij 
op. Ik kreeg het warm, heet, nam een Ibraprophen 600. Direct maar goed doen. De pijn 
verdween. 
Aankomst Delhi. 
Op het vliegveld worden we begroet door mr. Singh de Delhi man van Challenge Travel. 
We kregen allemaal een bloemenkrans om. Als of je op Hawaï aankomt. 
Iemand wilde zich over mijn koffers ontfermen, ik meende hem af te moeten schudden en zei 
dat ik zelf mans genoeg was. Later bleek het mr. Lobsang de directeur van “Sky Walker” 
(onze organisatie) te zijn. 
In vredesnaam wat een land, wat een lawaai. 
Overals stemmen, getoeter van auto’s, rikschas (indiase helicopter), brommers en motoren. 
Het geschreeuw van kinderen, het geblèr uit talloze luidsprekers, koeien loeien, honden 
blaffen, ezels balken, daartussendoor het talloze gepiep van GSM etjes. 
We rijden met de bus naar ons hotel. Geen verkeerslichten, geen verkeersborden, geen 
richtingaanwijzers, geen belijning op de weg, we rijden links, links heeft voorrang. 
Het wordt reeds donker. Op de trottoirs liggen ontelbare kleden, zakken, stukken karton enz. 
Onder ieder stuk ligt een mens. s’Morgens worden de doden , niet alleen oude mannetjes, 
verzameld en afgevoerd. Een complete cultuur schok. Dit doet alles verbleken met wat ik tot 
nu toe gezien heb. 
s’Nachts slecht slapen van dit alles. 
De volgende morgen met de trein naar Chandigar. 
Met een airco busje naar het station. De stad bij daglicht. Waren de tentjes van blik en zeil de 
winkels waar Margriet het over heeft gehad? Ik kon me voor stellen dat de producten daar niet 
veel hoefden te kosten. Zelfs een banaan in de schil zou ik hier niet door m’n strot krijgen. 
Plotseling voelde ik nattigheid. De airco lekte meer water in de bus dan een vergiet met 
worteltjes. Het station was een mierennest. Mr. Singh had de nodige moeite om alle sjouwers 
bij ons weg te houden. We stapten in een coupé “first class”
Alle luxe aan boord, witte hoofdkussens, voldoende water, griezelig eten, en zowaar voor 
iedere passagier een roosje. Tijdens deze reis wordt de schrijnende armoe nog veel erger. 
Mensen leven langs het spoor van wat er onder andere uit de trein gegooid wordt. Deze 
mensen hebben niet zoals in Soweto en de achterstandswijken in Brazilië een stuk golfplaat of 
zeil boven hun hoofd. Zij leven als de apen zoals we die tussen Chandigar en Simla 
tegenkomen. Ook die leven van wat er uit de bussen wordt gegooid. Wie er het eerste bij is 
krijgt het meest. Hierdoor kon ik tijdens mijn eerste rit van Chanigarh naar Simla nog maar 
net een botsing met zo’n ding voorkomen, en ik heb toch al iets negatiefs met apen. 
We zien waterzuilen waar alleen gehandicapten uit mogen drinken. Overal langs en tussen de 
rails ligt een herkenbare bruinachtige drab, gelukkig kunnen we het in de trein niet ruiken. 
Overal in de struiken zie je mensen, mannen, vrouwen en kinderen gehurkt zitten. 
Trouwens, dat gehurkt zitten kunnen ze erg goed, ze moeten wel erg lange spieren in hun 
bovenbenen hebben. Soms zitten ze gewoon urenlang in deze houding. 
Onze treinreis staat in schril contrast met wat we buiten zien. 
In Chandigar namen we intrek in ons hotel, lunchen rijst noedels linzen tomatensaus en 
gebakken brood pannenkoek. Vervolgens in de middag motorrijles. Dit is al even schokkend. 
Het is 32 graden en de luchtvochtigheid is erg hoog. En zoals gewent in Europa motorbroek, 
motorjas, laarzen, helm en handschoenen. Geen elektrische starter maar een kickstarter. 
Ouderwets en nooit eerder gedaan, na een paar dagen een fluitje van een cent. Maar nu de 
oorzaak dat het waterdichte motorpak weliswaar van buiten droog blijft maar van binnen een 
overdekt zwembad nabootst. India is Engels georiënteerd zelfs de kranen in de douche 
draaien in tegenovergestelde richting. 
Zo ook bij de Royal Enfield. Links remmen, rechts schakelen, eerste versnelling omhoog, rest 
naar beneden. Je hele automatisme moet op z’n kop. 
Vooral in plotselinge situaties trap je hem een versnelling hoger i.p.v. dat je remt. 
Schakelen zonder nadenken zorgt er voor dat je in plaats van 2 naar 3 en van 2 naar 1 gaat. 
Het hele ding gaat dan direct volop in de ankers en je wordt als bij een onwillig springpaard 
voorover gelanceerd. Op een parkeerplaats links rijden. Al met al een middagje zweten en een 
angstig gevoel over hoe dit nog goed moet komen. Dit in combinatie met de onzekerheid over 
de hoogte ziekte, om maar even niet te denken aan een ziekte welke bij voormalige reizen 
nooit zo aan bod is gekomen, dankzij de hierbij vrijkomende reuk, zorgen er voor dat ik een 
onrustige nacht beleef, de 2e op rij. 
Na het ontbijt de volgende morgen deelde onze reisleider (Rob) ons mee dat hij terug zou 
gaan naar Nederland in verband met examens die hij moest afleggen. 
Het bleek dat hij nog nooit in India was geweest maar 2 jaar in China had gestudeerd (Chinees 
en Chinese vrouwen). Ons was Nederlandse reisleiding toegezegd. Deze werd nu overgelaten 
aan een Indiase reisorganisatie met de fantastische naam “Sky Walker” Dit was hun eerste 
motorreis maar zij hadden veel ervaring met trektochten in de Himalaya, zeiden ze. 
Wij werden hierdoor erg onzeker en een van onze reisgenoten Jaap, jurist van beroep, heeft 
Rob met Nederland laten bellen.. Eerst werd er niet opgenomen later werd het afgedaan met 
waar maak je je druk om”Sky Walker is een perfecte organisatie. Onze route werd in verband 
met overstromingen ook nog eens behoorlijk gewijzigd. Ook dit verhaal geloofden we niet 
omdat iemand in de trein gehoord had dat overstromingen alleen in Zuid India voorkwamen. 
Achteraf hoorden wij via mail van “India on Wheels”, een Duitse organisator waar wij 
regelmatig contact mee hadden, dat hij al meer dan 5 dagen niet verder kon in verband met de 
overstromingen.
Al met al veroorzaakte dit wel een goede sfeer en binding in de groep. We zaten allemaal in 
hetzelfde schuitje. 
Later bleek dat “Sky Walker” Wij noemden hen “Sky Talker”, hetgeen volgens de vrije 
vertaling, “gelul in de ruimte” betekende, het wel degelijk goed met ons voor had. 
Zij deden hun uiterste best om het ons naar de zin te maken, dit naar de mogelijkheden welke 
dit land biedt. 
We trokken naar Simla, een oude stad waar de Engelse VIP’s zich tijdens de hete 
zomermaanden terugtrokken. 
Direct in deze eerste rit ging het al fout. Zo’n stomme Indiër haalde onverantwoordelijk in 
met als gevolg dat Jaap en Herman ten val kwamen. Gevolg verrekte kniebanden en Jaap 
heeft 3 dagen niet op de motor gereden maar de rit in de Jeep verder vervolgd. Herman kwam 
met de schrik vrij. Pinky de Sikh, monteur, kon na enig duw- en trek-werk de motor van de 
ongelukkige verder besturen. Mooi was het om te zien dat hij een regenpak droeg dat zodanig 
was gemaakt dat hij gewoon zijn tulband op kon houden. 
In ons hotel van vergane glorie hadden al vele roemruchte figuren hun intrek gehad. Onder 
andere Roger Moore, Brook Shields en velen meer. Er kwam een dame binnen die zoals leek 
de laatste 50 jaar gemist had. Zou Brook Shields nog leven? 
We troffen hier ook een echtpaar uit Berlijn dat allerlei tempels wilde bezoeken. 
s’Avonds gewandeld in dit mooie plaatsje, geen rotzooi, geen bedelaars, één van ons werd 
zelfs door 2 agenten in prachtige uniformen gemaand zijn sigaar te doven. 
Veel jonge mannen lopen hier gearmd, zo veel homo’s heb je zelfs in Nederland niet, dachten 
we. Bij navraag bleek dat het zijn van homo hier niet getolereerd wordt en dat het gearmd 
lopen alleen maar een bewijs van vriendschap is. Vanaf dat moment lopen Jan en ik gearmd 
door Simla. 
De volgende morgen zouden we om 8.00 vertrekken. Dit werd gedurende de rit een vaste tijd. 
Reveille om 6.30u ontbijt om 7.00 bepakken om 7.30 en vertrek om 8.00 uur. 
Een vaste discipline waar de meeste geen moeite mee hadden. 
Toen ik om 7.45 bij de motor kwam begonnen de 2 monteurs net aan één van de motoren te 
sleutelen. Ik vreesde het ergste, maar zie om precies 8.15 uur had men deze motor met van 
compleet nieuwe cilinderkop voorzien. Niks afstelling, niks bijregelen, één keer trappen en 
lopen als een naaimachine. Voor deze operatie kun je in Nederland gelijk je motor 3 dagen 
naar de garage brengen. Gedurende onze reis herhaalde zich dit nogmaals, verder is een motor 
in de soep gedraaid, zuiger, krukas, pistonpen, lagers etc. De betrokken rijder kreeg, 
aangezien hij meer schade had, aan het eind van de rit de onderdelen als souvenir (prijs) 
uitgereikt. (5 kg. schroot). 
Direct weer een valpartij in verband met grote gaten in het wegdek en de regen die het 
plaveisel als een schaatsbaan zo glad maakte en dan nog 20% afdaling. Cees was de dupe. 
De volgende dag reden we door prachtige berglandschappen steeds verder omhoog. 
Richting Sarahan. De regen plensde in grote hoeveelheden over ons neer. 
De overnachting in de tempel was dan ook een verademing. De monniken (merk Adidas) 
deden hun uiterste best. De britsen waren hard maar met onze slaapzakken wisten we het toch 
zo te plooien dat we nog een beetje konden rusten. Het eten was slecht en er was geen 
stromend water, we praten maar niet over de toiletten. Hier ontmoeten we ook onze Berlijnse 
echtpaar weer. 
Mijn net aangeschafte GSM etje, dat ik in de zak van het waterdichte motorpak had 
opgeborgen, bleek op een gegeven moment een aquarium. Alleen de binnenzakken waren 
waterdicht. 
Nu was ik op slag de mogelijkheid van het maken van foto’s kwijt. Het ding had toch maar 
liefst een 2 mega pixel camera. Behalve alle telefoon nummers waren ook alle opgeslagen 
adressen, e-mail contacten etc. niet meer te achterhalen. Zelfs van Grietje had ik het mobiele 
nummer niet meer. Bellen kon je echter sowieso niet. Vanaf Chandigarh hebben we geen 
contact meer met het thuisfront gehad. Pas terug in Delhi konden we weer met de vaste lijn 
bellen. Bij terugkomst bleek het ding onherstelbaar beschadigd, dus maar een schadeformulier 
aanvragen bij de verzekeringsmaatschappij. 
De papieren had ik in ieder geval droog gehouden. Aangezien we steeds hoger gingen zakte 
ook de temperatuur en kregen we het s’nachts koud. Onze kookploeg (3 man sterk) deed hun 
uiterste best ons aan de praat te houden c.q. stil te krijgen. 
De lunch werd meestal in een wegresto genuttigd. Deze wegresto’s bestonden uit een tent en 
een terras met ca.10 stoelen en een lange tafel. Geen toiletten, de afwas in een teiltje met koud 
stromend water uit een beekje. Wel hadden ze allemaal een open keuken zoals je dat alleen in 
enkele van de betere restaurants van Europa ziet. Alleen zou hier na het zien van de keuken 
geen hond meer willen eten. Wij wel, wij dronken er heerlijke warme soep met veel zout om 
de dorst te vergroten en het zoutgehalte in ons lichaam weer op peil te brengen. Verder 
dronken we er altijd heerlijk “black tee”. De koffieliefhebbers moesten veel ontberen. Koffie 
bestaat hier uit heet water en een schep nescafé. 
De volgende nacht werd in tenten overnacht, 2 personen in 1 tent (Type pup.) 
Ons echtpaar had de afslag gemist en werd pas veel later in het duister teruggevonden in een 
gehuchtje 40 km verderop. Ook wij hadden onder leiding van Alam een weggetje (geitepad) 
gemist en wie kwamen we zowaar op een berghelling tegen? Jawel, ons Berlijnse echtpaar 
die daar doodgemoedereerd een wandelingetje maakten. 
De volgende overnachting was in Keylong. Behalve dat het op de kaart aangegeven staat stelt 
het niets voor. Ons hotel was bekend met de Europese keuken en ondanks dat er geen stroom 
in het dorp, en dus ook niet in het hotel was, kregen we Hollandse pot. Rijst, iets wat een 
hamburger zou kunnen zijn geweest, patat, bonen en soep. Als nagerecht een soort twee 
richtingen gedraaide yoghurt. 
In de kamer naast ons sliep een smoorverliefd Engels stel. Hij 20 zij 18, hadden een motor 
van inferieure kwaliteit gekocht en reden ook richting Ladakh. Ze rookten joint’s en hadden 
veel plezier. Onderweg kwamen we ze achterop, hij met een gebreide muts van Yak wol, zij 
blootshoofd wiebelend achter op de veel te zwaar beladen “bullet” ondertussen foto’s makend 
van het landschap. Allemaal heel ongedwongen en vrij totdat zij bij een inhaal actie van 
stilstaande vrachtauto’s te val kwamen. Enig trek en drukwerk door onze mecaniciens zorgde 
ervoor dat zij weer verder konden. Och waren Griet en ik nog maar jong. 
Hierna kregen we 6 overnachtingen in tenten. Met het nodige protest uit de groep hebben we 
de route iets verlegd (20km) waardoor we één tentovernachting konden ruilen voor een 
overnachting in een Guest House. 
De slechte wegen veroorzaakten de nodige valpartijen, totaal 10 stuks. Het bleef echter gezien 
de geringe snelheid bij blauwe plekken, schaafwonden, gekneusde ribben en een verrekte 
enkelband. Er werd meer dan 50% off road gereden. Door blubber, riviertjes, rotsblokken, 
enzovoort. In verband met de hoogte moesten we steeds meer drinken per 1000 mtr. 1 liter 
extra dus bij 4000 mtr 4 ltr extra. Op zich was dit geen probleem omdat je vanwege de hoogte 
gewoon meer dorst had. De diamox tabletten die ik preventief voor de hoogteziekte slikte 
hadden als nare bijwerking dat zij vochtafdrijvend waren, hetgeen vele extra stops nodig 
maakte. Plots stopte mijn Enfiel er mee, vond ik nier erg “royal” 
Het bleek dat de peut op was. Pinky de monteur zette het kraantje in voorwaartse richting en 
daar ging ie weer. Vele km’s later liet Herman’s motor het afweten, ik wist van het al kraantje 
naar voren zetten, maar hoe Herman ook trapte het ding gaf geen sjoege. We werden 
ingehaald door Peter. Het schijnt dat alle Engelsen Peter heten. Hij was alleen op reis met de 
Enfield en we hadden hem reeds eerder bij een pitstop ontmoet, hij had verhalen over het 
opzetten van een eigen reisorganisatie, ik vond het allemaal ongeloofwaardig. Peter trok het 
benzineslangetje van de kraan en kwam tot de ontdekking dat het bij de motor van Herman 
net andersom werkte als bij de mijne. Dus kraantje in achterwaartse richting en daar ging die 
weer. Veelal reden Herman en ik, ook vanwege het filmen iets naar achteren. Dit leverde voor 
Herman direct de hoofdrol in de film. Gezienus wel heel erg bekend met off road rijden en 
Jan motorrijder pur sang zaten meestal mee naar voren. 
Overal was men met wegverbetering bezig, teer werd in brand gestoken om te verhitten en 
vloeibaar te maken vervolgens gemengd met met de hand stukgeslagen stukken steen van ca. 
10 bij 10 cm. En dit medium werd met de naam asfalt op enigszins geëgaliseerde ondergrond 
aangebracht. Deze werkers hadden allen zwart geblakerde kleren aan. Zij woonden in 
schamele tentjes bij hun werkplek. Het gaat niet om 10 of 100 maar om duizenden die we 
gezien hebben. Over heel Ladakh moeten het om 10.000den gaan. 
Veelal is er na de winter in de Himalaya maar weinig van hun werk meer over. 
Het verhitten van de teer ging met veel rook gepaard, behalve deze rook kwam er uit de 
vrachtwagens, enkel 4x4, veel dieselrook (wat heet hier emissie) daarbij het benodigde 
straatstof. Dit was de oorzaak dat ik gedurende deze reis meer rotsooi in mijn longen heb 
gekregen dan gedurende de 25 jaar die ik gerookt heb. Ik begon me langzamerhand meer 
zorgen te maken over het vuil in m´n longen dan over de hoogteziekte. 
Ik heb ook nauwelijks mensen gezien die ouder waren dan 30 jaar. 
Volgens mij moet je hier wel longkanker krijgen, één voordeel, gezien de bijna onmogelijke 
medische hulp blijft hun een lang lijden bespaard. 
Ik herinner me het verhaal van de concentratiekampen uit de jaren 35 tot 40 waarin destijds de 
dissidenten van Hitler opgeborgen werden. Zij verrichten dwangarbeid in het veen en hadden 
daarbij een lied gemaakt welke in vele talen in de wereld door gevangenen met dwangarbeid 
is vertaald en wordt gezongen. 
En bij mij kwam dit lied van de “Moorsoldaten” boven en ik begon spontaan te zingen. 
Een gat in de weg maakte hier een abrupt einde aan. Wat restte was een bloedsmaak (hoe 
treffend) en een zere tong. 
Op een pas, deze hebben gezien hun aantal niet zoals in Europa een naam, ging het bijna mis. 
Ingrid wilde langs een stilstaande vrachtauto. Er was slechts 30 cm ruimte en het ravijn naast 
haar was zeker 200 meter diep. Nu waren we wel aan gevaarlijke situaties gewend geraakt 
maar dit kon net niet. Ze verloor haar evenwicht dat zoals we inmiddels geleerd hadden 
dezelfde moest zijn als bij skiën, het gewicht, je achterste naar de berg toe, en Tiet’n zum Tal. 
Ze viel in het ravijn met motor en al. Gelukkig bestaan ook in de werkelijkheid situaties zoals 
het boompjes in de tekenfilms. 
Zij bleef hangen aan een rotsblok en de motor kwam boven op haar. 
Met vereende krachten en een langs stuk touw uit de vrachtauto konden we haar en de motor 
uit haar benarde positie bevrijden. Het bleef bij een beschadigd scheenbeen welke met sneeuw 
behandeld werd, en een enorme deuk in haar imago, aangezien ze de bijnaam “bijdehandje” had. 
De schrik zat er goed in en dit had bijna het einde van de reis betekend. Wel respect voor het 
doorzettingsvermogen van Ingrid. Zij draalde niet, maar stapte op de motor en reed weer door. 
Volgens Jan kon zij dit alleen doen door de grote hoeveelheid mannelijke hormonen die zij 
had. Humor was er sowieso te over gedurende deze reis. Hetgeen mij aan het volgende 
verhaal doet denken. 
We hadden geleerd uit veiligheid voor iedere bocht of andere situatie te toeteren. 
Indiërs toeteren voor de bocht en hebben dan het recht, zelfs in onoverzichtelijke situaties, in 
te halen. Zo gebeurde ook het ongeluk met Jaap. Bij vele van dit soort acties voor mij heb ik 
de ogen dicht geknepen. Eén van ons nam dit wel erg letterlijk en toeterde zelfs ter ergernis 
van de rijder voor hem op rechte stukken. Groot was zijn verbazing dat na een drinkstop, we 
moesten 4 ltr. per man drinken, bij de eerste beste bocht bleek dat zijn claxon het niet meer 
deed. Bij de volgende drinkstop kwam hij tot de ontdekking dat beide draadjes van de claxon 
waren losgetrokken. De dader was niet ver te zoeken. 
De overnachtingsplaatsen lagen steeds hoger. Bij 3200 mtr. had ik nog geen probleem en de 
angst voor hoogteziekte werd minder. Na overnachtingen op 3800 mtr en 4100 mtr. kreeg bij 
een overnachting op 4200 mtr. iedereen last van de hoogteziekte verschijnselen. 
Hoofdpijn gevolgd door duizeligheid, misselijkheid en overgeven. 
Ik was de enige die zich gewoon hartstikke kiplekker voelde. 
Nu was ik de oudste en had de oorlog meegemaakt. Ik vond de anderen maar watjes. 
Het zou echter ook zo kunnen zijn dat je dit soort zware reizen en ontberingen pas aankunt als 
je de 60 gepasseerd bent. Iedereen was jaloers op mij en zei dat ik nog wel aan de beurt zou 
komen. Zelfs de gevreesde meest besproken stinkende ziekte leek aan mij voorbij te gaan. Na 
een overnachting op 4500 mtr. Tso Kar Lake, en nog steeds goed gezond was duidelijk dat 
mijn angst ongegrond bleek te zijn. Zelfs werd mij verweten dat ik niet in de groep paste en 
het a sociaal was als ik ook niet een klein beetje ziek zou worden. 
Als je dan bij je thuiskomst op je deurmat een oproep voor een griepspuit vindt, valt een 
kleine glimlach niet te onderdrukken. Ik hoor bij de risicogroep volgens de PC van ome 
dokter. 
Het Tso Kar lake is gevuld met zout water Het is er steenkoud, s’nachts vroor het ongeveer 7 
graden. We zagen, kraanvogels en vele andere soorten waaronder ganzen. 
Het was allemaal zo onbegrijpelijk vreemd, het juiste woord ontbreekt me. Maar in deze 
desolate maar toch onbeschrijfelijk mooie omgeving, rondom hoge, van prachtige kleuren 
voorziene bergen met op de toppen sneeuw, het diep staalblauwe van de lucht zoals we die in 
Europa niet kennelijk vermoedelijk ook alleen op deze hoogte voorkomt, het blauw van het 
meer en het bruingroene van de grote vlakte rondom het meer. En in deze omgeving een 8 tal 
tentjes welke indien het een schilderij betrof met een veeg weggevaagd zouden moeten 
worden. Geen stroom. Water opgevangen uit een soort bron, gewoon een halve fles schuin in 
de bodem steken en uit de hals verscheen een niet ophoudende stroom water. Na een maaltijd 
met de kippen op stok. Een nachtelijke plas bij maanlicht, al een toer om die tent uit te komen, 
gaf een fantastische aanblik van de sterrenhemel, de bergen, het meer en de steppe er om een. 
De vrieskou, - 7 graden, dreef je echter snel terug in de warme slaapzak. 
Onze kok’s hadden al vroeg in de morgen thee gezet. Zij gingen met thermoskannen en 
bekers langs de tentjes en we kregen zowaar thee op bed. Scheren buiten in m’n BMW 
ondergoed, en met een klein spiegeltje. Je hoeft op deze hoogte maar even op de spuitbus te 
drukken en het foam spuit er letterlijk uit. Tandenpoetsen met water uit een fles. Ontbijt, 
brood, toast, jam en pap. Plotseling bij het pakken van de motoren verscheen er een nomade 
met 2 kleine bepakte paardjes ten tonele. Het Ju-Leh was niet van de lucht. Ondanks de 
onmetelijke grote vlakte waarop wij onze tenten hadden opgezet, heeft niemand het mannetje 
zien komen. Vermoedelijk is hij op de lucht van het ontbijt af gekomen. 
We reden verder door de woestijn, nu aan de noordzijde van het meer, waar we nauwelijks 
een weg konden ontdekken. Gelukkig kende Allam, onze road captain de weg op zijn 
duimpje. Na de woestijn kwam een berggebied, het werd donker in de lucht en het begon te 
regenen. Al snel ging de regen over in sneeuw en ijzel. Ik, maar ook anderen, konden door het 
vizier niets meer zien. Enkelen, waaronder ik, raakten de groep kwijt. Ik begon me alleen en 
verlaten te voelen. Geen teken meer van waar de weg was. Dit was niet leuk meer. Plots zag 
ik iets wat op een tent leek. Een groot stuk zwart zeil op palen. Aangekomen zag ik enkele 
mensen bij een vuur. Het waren nomaden die met hun yaks door de bergen trokken. Ik stopte 
en dronk wat water, plotseling hoorde ik het geluid van een andere Enfield. Het was Herman 
en even later passeerde ook Jaap. Gedrieën trokken we verder en na enkele km’s stonden nog 
3 deelnemers aan de kant van wat toch de weg bleek. 
Even verder was de groep weer compleet. Tegen de lunch kwamen we verstijfd, koud en nat 
aan bij de Nationale Ladakhschool voor Nomadenkinderen. In de hal aan de wand hing het 
lesrooster, o.a. voorzien van de namen van alle “studenten en studentes” We dronken “black 
tee” en nuttigden onze meegebrachte boterhammen. 
Het was zondag en de kinderen hingen wat rond op hun bedden. Na ons Hello antwoorden de 
kinderen tezamen ook met Hello. Dit werd enkele keren herhaald. Na het uitdelen van 
ballonnen, snoepjes, en pennen welke op deze hoogte toch wat moeite hadden hun inkt af te 
geven, hadden we het helemaal gemaakt. We lieten de leraar in een oude atlas zien waar 
Nederland lag. We vroegen de leraar of er behoefte aan brillen was, maar volgens hem was 
geen van de kinderen bijziend. Later liet hij ons roepen en deelde mee dat er toch een jongetje 
was die slecht kon zien. Alsnog werd de zak met brillen tevoorschijn gehaald en kon met het 
grote proberen begonnen worden. Na een laatste blik in de keuken van de school, zag er 
redelijk netjes uit voor Indiase begrippen, starten wij onze engines en vervolgden onze weg, 
hetgeen reeds na enkele honderden meters een ezel bijna noodlottig werd. Luid balkend 
protesteerde hij nog toen wij reeds lang uit zijn gezichtsveld waren verdwenen. 
In de namiddag kwamen wij aan bij ons guest house op een hoogte van 3800 mtr. Dit was een 
gebouw van blokken steen en met een dak van blikken golfplaten. Op de grond waren tapijten 
gelegd en hierop matrassen. Wat een luxe. Het echtpaar protesteerde dusdanig dat zij ons aan 
de ezel eerder op deze dag deden denken. Wij waren allang blij een blikken golfplaat boven 
ons hoofd te hebben. We sliepen hier met 4 man op één kamer. Alleen de meisjes en ons 
echtpaar hadden een 2 persoons hok. Wat klaag je nog? Er was van 7 uur tot 9 uur zelfs 
stroom via een generator. Er was ook een hygiënisch toilet op de 2e verdieping. In een hok 
van 2x2 was een gat in de bodem gemaakt, er naast lag een cbm. zand en een schop, verdere 
gebruiksaanwijzingen waren er niet. Maar te raden viel er ook niet veel. Op deze manier kon 
op de begane grond het hok makkelijk geleegd worden om de mest op het land te gebruiken. 
Het eten werd gekookt op een kachel (model fornuis) welke met gedroogde koemest werd 
verhit. De alarmcentrale bestond uit een 5-tal honden. Het gejank van een wolf werd met een 
luid concert aan geblaf beantwoord. Zoveelste nacht naar de kl…………….. 
Hierna gingen we naar Chemray waar een klooster stond. 
Onze tenten waren op en stukje stoppelveld opgezet onder aan de berg waar het klooster op 
stond. Enkele hadden het lef de berg naar het klooster te beklimmen. 
Samen met Herman ben ik op de motor op zoek gegaan naar een weg naar boven die we 
uiteindelijk vonden. Aangezien het maar een klein stukje was reden we in ons t-shirtje en 
zonder helm. Heerlijk maar niet zoals we het geleerd hebben. Groot was de verbazing van de 
wandelaars dat wij daar ook aankwamen. 
Samen hebben we het klooster bekeken en de tempel. 
Je mocht hier niet fotograferen of filmen. Maar bij het betalen van de entree voor het 
Chemray Cultural & Welfare Society stelde Herman zich zodanig op dat de monnik mij niet 
kon zien. Zodoende konden er toch een paar shots gemaakt worden. 
s’Avonds werden we door “Sky Walker” verrast op een folkloristisch dansfestijn (een soort 
Hollandse klompendans) de muziek bestond uit 2 trommels en 2 schelle fluiten. De dansers, 4 
mannen en 6 vrouwen, hadden prachtige tenues aan. Aangezien er geen licht was werd er een 
kampvuur gemaakt. Ook de ondergrond, een half bewerkt stoppelveld, was voor de dansers 
niet ideaal. Het geroffel van de trommels trok van heinde en ver de allochtonen aan, ik zag 
zelfs in de verte dat een vrouw haar koe in de steek liet. Ze zal gedacht hebben, die vind ik 
morgen wel weer. Men genoot samen met ons van de dans en de muziek. 
Waarschijnlijk genoten zij het meest van de dans en de muziek, terwijl wij weer het meest van 
hen genoten. Eén ervan zal de volgende morgen spijt gehad hebben. We gaven hem 2 flesjes 
bier, een cola waar rum in zat en een sigaar, dit gaf hem de indruk dat hij beter kon dansen 
dan de groep. 
De volgende dag vertrokken we naar het meer bij Tanksu. 
De aanblik was overweldigend. Staalblauwe lucht waartegen de besneeuwde bergtoppen in 
het prachtige zonlicht scherp afstaken. Het strak blauwe water van het meer en daar tussen de 
vele kleuren eigenlijk alle kleuren van de regenboog behalve groen. De aanblik van dit meer 
is nog overweldigender dan bij het Tso Kar meer. Het is immenser, groter en de afstanden 
zijn hier onmogelijk meer te schatten het meer kan hier evengoed 5 als 20 km breed zijn. Het 
is 500km lang en strekt zich uit via Tibet (under administration of China) tot ver in China. 
Volgens verhalen testen de Chinezen hier hun onderzeeboten. 
In de kantine van de militairen kopen Fred en ik enkele souvenirs waarvan Oeday zegt dat ze 
in Leh het veelvoudige kosten. Zo kunnen we een aantal bekenden blij maken met een 
presentje van 0,45 Euro. 
De grenzen tussen India en China (Tibet) waar wij nog ongeveer 15 km van verwijderd zijn, 
we zien Tibet aan de overzijde van het meer, zijn nog steeds niet officieel vastgesteld. Dit is 
de reden dat wij ook hier heel veel militaire kampen zien en regelmatig worden gecontroleerd. 
We rijden voorbij aan de officiersmessen, commandants kantoren, kantines maar ook dwars 
door de shooting range met zelfs een stuk reaction shooting waar militairen druk bezig zijn. 
Even de adem diep inhouden. 
Ook hier weer zien we veel wegwerkers die trachten deze defensiewegen op orde te houden. 
Onderweg ontmoeten we nog enkele mannen, vrouwen en kinderen, nomaden, Reeds als 
eerder was gebeurd lieten we de door ons meegebrachte oude brillen passen. 
Iedereen kon direct veel beter zien. Ze hebben de brillen gehouden maar wij denken niet dat 
ze beter kunnen zien maar dat het een statussymbool is wanneer je een bril hebt. De meeste 
belangstelling ging dan ook uit naar de zonnebrillen. 
Ons fixed kamp is voor de laatste week open i.v.m. de komende sneeuwval, het ligt op 4100 
mtr. hoogte. Morgen vertrekken we naar hotel Dragon in Leh 3500 mtr. We zijn erg uitgelaten 
en maken ondanks de hoogte met een paar man een fles whisky en een fles Wodka 
burgemeester. Opnieuw ontmoeten we hier ons Engelse stelletje. Jaap rookt een joint mee. 
De volgende dag rijden we terug naar Leh. Vanuit een rivierbedding zie ik plotseling een vos 
omhoog lopen. Toen ik dichter bij kwam kon ik m’n ogen nauwelijks geloven, na marmotten, 
yaks en ander ongedierte bleek het geen vos maar een wolf te zijn. Op 50 mtr, van me af bleef 
hij heel kort even staan en verdween toen in de bergen. Om 14.00 uur arriveren we in Leh in 
hotel Dragon. Eerst een pilsje dan nog even de tijd om te winkelen. Maar we gaan helemaal 
om als we een “massage salon” zien. Hier kun je voor 15 euro een uur lang een full body 
relax massage krijgen. Helaas konden we maar met drie man (2 mannen en een dame) terecht. 
Een ander drietal met dezelfde samenstelling sprak voor een uur later af. Heerlijk met hete 
erotische, sorry etherische olie op je lijf helemaal in laten masseren. Niets wordt overgeslagen 
zelfs oogleden, oorlellen en vingerkootjes krijgen een beurt. 
s ‘Avonds op tijd naar bed. 
Morgen de koninginnerit naar de Kardung La. 
We rijden 2,5 uur bergopwaarts. Over soms heel slechte wegen, trouwens wat hier nog weg 
heet, geitenpaden is een betere omschrijving. 
Opnieuw veel militaire controle maar zoals reeds vele malen is gebleken onze papieren zijn in 
orde. Boven aangekomen op de hoogst bereidbare pas ter wereld (5600 mtr) wordt er kort 
gediscussieerd met de meiden of dit nu het hoogste of het hoogte punt `van de reis` is. 
Veel lucht is er letterlijk niet voor deze discussie. 
Na een paar maal diep inademen en een paar foto’s van de 4 leden van de MCS, in officieel 
club t-shirt voor de website van de club, en voor de sponsoren ook nog een foto van de 
achterkant, rijden we dezelfde weg terug. We hadden nog even door kunnen rijden naar 
beneden om de Nebru vallei te bekijken maar besluiten toch anders. We moeten nog souvenirs 
kopen voor thuis. Ik koop 3 paar sokken van Yak wol á Euro1,- per paar. Lekker warm in de 
laarzen voor de jacht. Enkele mutsen van yakwol en angorawol voor de boys en mijzelf prijs 
Euro 1,50 per stuk. Van de sokken krijg ik thuis te horen dat ze stinken en slecht zijn. Pure 
wol slijt al naar een paar keer dragen, en wassen schijnt ook niet te kunnen, maar ja je kunt 
niet overal voor gestudeerd hebben. 
Voor de dames enkele paschwira shawls, handgeweven en handgeborduurde gekocht. 
Gelukkig waren ze hier wel heel blij mee. Hier verliep de handel wat moeizamer 
De Indiërs zijn hier ware kunstenaars in. De stelregel is duidelijk je eerste bieding moet 30% 
zijn en dan maar zien hoe ver je komt. In de winkel was een manager en 3 bedienden. 
Zij haalden alles uit de kast en onder de toonbank vandaan. Het ene exemplaar nog mooier 
dan de andere. Hij vroeg zijn prijs waarvan ik toen aannam dat het honderd procent was, 
achteraf kan het wel veel meer geweest zijn. 
Grif bood ik mijn dertig procent, waarop de manager met de hand een snijdend gebaar langs 
zijn keel maakte. Maar hij wilde het goed met me maken en vroeg heel vriendelijk na 
nogmaals zijn waarop echtheid en kwaliteit aan te prijzen negenennegentig procent. Even had 
ik de neiging ook het gebaar langs mijn keel te maken, maar dat is niet volgens onze regels en 
etiquette. Ik dacht diep na en herinnerde mij de verkoop tactiek van de Italiaanse 
marktkooplieden. En begon, you are good friend, I make special offer for you en bood hem 
vervolgens 45%. Het gebaar bleef gelukkig achterwege, nee hij glimlachte zelfs minzaam 
En begon langzaam de mooiste exemplaren op te vouwen en in de kast te leggen. Ik deed of ik 
dat niet erg vond en maakte aanstalten zijn winkel te verlaten. Hierna begon hij driftig te 
tikken op zijn zakjapanner, ik vraag me af of er überhaupt een batterij in zat, maar er kwam 
toch enige beweging in zijn vraagprijs en na dit ritueel nog enige malen herhaald te hebben 
kwam hij uit op 60% waarop ik mijn bod verhoogde naar 50%> De vriendelijke glimlach die 
toen kwam gaf mij het gevoel dat ik weliswaar koopman was, maar een te hoog bod had 
uitgebracht. Hioj wilde meer maar ik paste. Na nog wat gestecheld over de manier van 
betaling, casch of credit card. werden de shawls weer uit de kast gehaald en ingepakt. En 
kreeg ik een keurige factuur van Sultan Sons (Cottage Imperium) Manufacturer & Exporters. 
Het exporteren deed hij alleen aan de allerduurste winkel in Londen, die ik zou moeten 
kennen, maar de naam zei mij helaas niets. 
De prijs voor deze producten is hoog, maar ik wil nog eens een reis maken want dat besluit 
ligt inmiddels vast. Daar is natuurlijk toestemming van de regering voor nodig. Ik heb genoeg 
ideeën en tijd. Voor ziekte ben ik niet bang meer en aan situaties wen je. Ook weet ik dat je 
met weinig kunt leven, 
Iemand met een gemiddeld inkomen kan in India 30 jaar leven van mijn totale reissom. 
Als we van vorige reizen naar zuid Europa terugkwamen was ons idee steevast, en nu doen 
wij het ook rustiger aan, niet dat gejakker, gewoon gemoedelijker. 
In India is dat geheel anders. Iedereen heeft het op zijn manier druk, ook al doen ze niets. 
Wel is men met weinig tevreden en past men zich aan aan de omstandigheden. Heel vreemd 
had ik bij thuiskomst ook dat gevoel. Bijvoorbeeld het zadel van de fiets was nat, gewoon 
gaan zitten, niet zeuren, droogt wel weer. 
Op Vrijdag maken we nog een rit naar het westen richting Srinigar. 
Srinigar is ongeveer nog 300 km. Het is hier nog steeds erg onrustig in verband met het 
grensgeschil met Pakistan. De gehele weg is opnieuw militair gebied 
We bezoeken een tempel op ongeveer 60 km van Leh. De tempel is niet interessant. Maar de 
natuur is hier overweldigend. We rijden over een hoogvlakte op ca. 4000 mtr. Dan gaan we 
opnieuw door bergen en dalen. De samenstelling van het gesteente geeft hier volledig andere 
kleurschakeringen. We genieten met volle teugen. Op de weg terug ongeveer 20 Km voor Leh 
pakken wolken zich samen. Toch nog even zo vlak voor ons vertrek heel nat worden en de 
natte kleren vanavond in moeten pakken. 
Het was de laatste rit op de Enfield. Ik heb m’n tweede liefde. 
Het ding heeft geen verkeerde slag gemaakt ook niet in de natte omstandigheid en het 
doorwaden van de vele riviertjes. Het hele ding is gemaakt van gewoon ijzer, dat kun je in 
tegenstelling tot aluminium gewoon weer recht buigen na een val. Geen beschadigingen aan 
de wielen ondanks de vele gaten in het wegdek waaraan ik 2 zwevende nieren heb 
overgehouden 12 motoren x 1700 km en geen enkele lekke band (vol nylon) 500cc en slechts 
30PK ze is m’n lief. 
Ondanks de vele uren die we gereden hebben, de meeste dagen kwam de maximum snelheid 
niet hoger dan 50km per uur, hadden we geen last van zitvlees en of zere knieën zoals je die 
hier krijgt. Je beweegt veel meer op de motor. 
S’avonds worden we door mr. Lobsom voor een diner in een restaurant in Leh uitgenodigd. 
Het voorgerecht bestond uit kip tandoori, hier werd zoveel van gegeten dat er weinig ruimte 
in onze magen over was voor het hoofdgerecht. Er moest dus behoorlijk gespoeld worden. 
Tot onze verbazing lieten ook de sikh de hindoe 2e monteur en de moslim road captain Alam 
zich niet onbetuigd. Toen wij hen hierop aanspraken was hun verklaring van westerse 
eenvoud. Hun vader was er ja niet bij. 
Jan kreeg als aandenken de kapotte onderdelen van de door hem gedestructeerde motoren. 
Op zijn beurt gaf hij Oeday zijn afgetrapte schoenen maat 46. Zij zullen een plaatsje op zijn 
bureau krijgen. Ingrid reikte Oeday een bedrag uit wat door ons allen was ingelegd als dank 
voor de goede begeleiding van de crew. Jan op zijn beurt gaf Ingrid de door ons vieren 
ingekochte beker als hoofdprijs voor de meeste valpartijen, 3 keer. 
Van mij kreeg mr Lobsang het Motor Club Schoonebeek t-shirt (In Ducati rood) met daarop 
onze naam en de datum van de reis. 
Al met al een gezellige avond waarop hartelijke wijze van de crew afscheid werd genomen. 
Een raadsel zal blijven hoe dat nu met dat kastensysteem zit aangezien alle disciplines die 
avond aanwezig waren. Maar we maken een avontuurlijke motorreis en geen culturele. 
Als klap op de vuurpeil krijgt Jaap een taart met Happy Birthday, het was zijn verjaardag. 
Zaterdagmorgen vroeg opstaan voor de vlucht naar Delhi. Een spectaculaire vlucht met een 
Airbus laverend tussen de bergen om hoogte te winnen. Na een half uur is dat eindelijk gelukt 
en hebben een prachtig zicht op de sneeuwtoppen van de Himalaya. 
Behalve de vlucht was ook het inchecken spectaculair Gezien de militaire status van het 
vliegveld werden we 6 x door een detector poortje of hoe je zoiets ook maar noemt gestuurd. 
Gevolgd door een body check met zo’n vliegenklapper. Vreemd dat men slechts bij een zo’n 
poortje na veel gepiep en gezoek mijn minuscule nagelvijltje vond. Als groots gebaar mocht 
ik het houden. Door al dit gedoe was ik het overzicht op mijn bagage kwijt. Oeday had mijn 
helm ook maar bij de bagage gezet terwijl hierin mijn camera zat en ik deze helm als 
handbagage wilde meenemen. Uiteindelijk mochten we niet de helm terug maar wel de 
camera die er in zat, dit had alles te doen met veiligheid, de helm was ingecheckt de camera 
niet. Bij het uit de helm halen van de camera legde ik mijn boarding pas even op de 
handbagage. Omkijken en weg was ie. Door de krakende luidsprekers galmde een stem van 
een mevrouw met de mededeling dat er een boarding pas was gevonden. Laat die nou 
toevallig van mij zijn. 
We komen 2 uur later aan in Delhi. Er is een wolkbreuk, volgens mij gebeurt dat maar zelden 
want iedereen bleef gewoon in T shirtje en op blote voeten lopen. Er was een geweldige 
traffic jam, zo leer je nog eens engels, en een onbeschrijfelijke puinhoop. Die iedereen 
schijnbaar gewoon vindt en accepteert. Tegen een extra bedrag krijgen we na de middag een 
excursie door de stad. Eerst met de bus ergens lunchen, hotel Broadway doet vermoeden dat 
we in New York zijn. Na de lunch worden we buiten weer nuchter van de werkelijkheid. 
En dan met rischkja’s de stad in. Het tengere fietsertje dat onze 2 grootste boys te verwerken 
kreeg had het maar stoer als de weg iets opliep. Vertederend te zien dat deze twee, zelfs voor 
Nederlandse begrippen grote mannen, de Rischkja met het fietsertje omhoog duwden. 
We bezochten een Moskee. Ik moest de schoenen uit doen en of ik nu wel of niet 
foto’s nam ik moest voor de camera betalen. In goed Nederlands heb ik gevraagd of hij gek 
was. Ik ben terug gelopen en heb het geld wat ik zou moeten betalen aan een arme sloeber 
gegeven in de hoop dat hij geen mohammedaan is. 
In de Sikhs tempel is het heel anders. We moeten wel een hoofddoek om en de schoenen uit 
doen maar dan mag je dan ook alles fotograferen en filmen. Hier worden door vrijwilligers 
60.000 maaltijden per dag klaar gemaakt en iedereen ook wij kunnen daar zonder betalen 
gebruik van maken. 
De hogere Sikhs doen ook dit werk, zelfs wilde een hoge sikh mijn schoenen poetsen. 
Het schijnt dat wanneer je iemands voeten aanraakt je dichter bij god staat. 
In dit land, vooral Ladakh, kom je alles tegen. Christen, mohammedaan, hindoe, boedist, Hara 
krischna etc. Volgens mij zijn velen de weg kwijt of op zoek naar zichzelf zoals de Franse 
jongedame die ik trof, en toen ze in de gaten kreeg dat ik Frans sprak, een hele discussie met 
mij aan wilde gaan. Ondanks mijn tegenpruttelen van Argiculture France en Francais 
commercial ging zij gewoon door. 
Op zondag onze laatste dag van de reis splits de groep zich op. 
Een aantal geven er de voorkeur aan om met een taxi 5 uur heen en 5 uur terug naar Agra te 
gaan om de Taj Mahal te bezichtigen. 
De andere 5 (de vier Drenten en Jaap) huren gezamenlijk voor de prijs van 24 Euro 3 
Rischkja’s voor de hele dag. Vermoedelijk betalen we veel te veel. 
Maar zij laten ons de gehele stad zien. Het Ghandi museum. Het Hyatt Region hotel (pure 
luxe) op aandrang van Margriet omdat zij hier altijd verblijft als ze in Delhi is. 
Het Ghandi monument en vele andere dingen. 
Ook vergeten ze niet ons in enkele winkeltjes binnen te loodsen. Zogenaamd begrepen ze niet 
dat wij dat niet wilden, het was toch zo goedkoop. Wij begrepen het wel, of we nu kochten of 
niet maar zij kregen 20 roepies als ze een toerist naar binnen brachten. 
Nadat we weer bij het hotel waren gearriveerd, zijn we nog een stukje wezen lopen om de 
schrijnende armoe te zien en een hoeveelheid roepies weg te geven. 
Dit werd een regelrechte catastrofe. Op een gegeven moment hadden we wel 100 mensen om 
ons heen te bedelen. We konden ze niet meer kwijt. Gaf je een kinderhand 10 roepies begon 
er direct een gevecht. Hier is vechten om te overleven pure praktijk. 
Als jager heb ik altijd gezegd dat je mensen en dieren niet mag vergelijken. 
Hier is mij duidelijk geworden dat beesten geen mensen zijn, maar mensen wel beesten 
kunnen zijn. 
Onderweg naar het vliegveld “Ghandi” een positieve ervaring t.o.v. het verkeer in Delhi. 
Vlak bij het vliegveld zagen we voor het eerst een verkeerslicht. Bij rood kwam automatisch 
digitaal de vermelding “relax” en telde het apparaat digitaal de tijd af die verbleef voordat de 
kleur van het licht zich wijzigt. Voorwaar een goed idee voor Nederland. 
S’avonds vliegen we via Wenen terug naar Amsterdam. 
We hadden geleerd in India te handelen, normaal bood je 30% van de vraag prijs zodat je 
uiteindelijk 50% betaalde. Bij de aankoop van een paar sokken vroeg men 200 ruppies Euro 
4,- Ik bood 50 roepies kreeg de sokken uiteindelijk voor 80 roepies, betaalde met honderd en 
merkte op laat de rest maar zitten. Het vrouwtje begreep er niets van. 
Als klap op de vuurpijl de volgende. 
Bij het wegen van de bagage van Herman merkte de balie employee op dat de bagage 10 kg te 
zwaar was en dat hij 10.000 r0epies moest betalen, onder protest verlaagde hij de boete 
zelfstandig tot 5000 roepies. Aangezien er slechts nog 300 ruppies in de portemonnaie zaten 
rade hij aan Euro’s te wisselen bij Thomas Cook. Op de vraag wat 4700 roepies moesten 
kosten was het antwoord 100 Euro. Aangezien we ook nog een fles whisky wilden kopen 
vroegen we hoeveel 5000 moesten kosten. Het antwoord was verbazend, ook 100 Euro, nou 
doe dan maar 5000. Alles in het kader van mag het een onsje meer zijn. 
Opnieuw aangekomen bij de balie was de employé bezig met iemand die voor 40 personen 
moest inklaren, dus 40 paspoorten. Wij wilden ertussendoor en legden het geld op de balie. 
Niks geld, paspoort en boarding kaart please. Hij tekende af, voorzag de bagage van labels en 
plaatste deze op de lopende band. Wij weg. Tijdens het instappen kwam plots de employee 
naar het toestel en vertelde ons opgelucht dat we niets hoefden te betalen. 
Op Schiphol de roepies terug gewisseld, verlies 20,-Euro. 
Ik heb een plaatsje aan het raam op de achterste 2 stoeltjes. Ik werk m´n dagboek bij. 
Dan op het laatste moment verschijnt er een Indiër die in tegenstelling tot wat we gewoon zijn 
erg corpulent is. Hij eist direct anderhalve plaats op. Ik geef nog een por terug maar het mag 
niet baten. Dit is de eerste keer dat ik in een vliegtuig klaag maar dit gaat dan ook te ver en ik 
roep de stewardess erbij. Maak duidelijk dat deze mijnheer te groot is voor zijn stoel en dat 
ook ik een volledige zitplaats heb betaald. Ik krijg een plaats verder voorin aangeboden waar 
ik 3 stoelen tot mijn beschikking krijg en heerlijk kan slapen. Nu zou dit verhaal niet 
belangrijk zijn ware het niet dat ik door deze hele consternatie mijn dagboek met 50 
volgeschreven A 4tjes ben vergeten. Navraag bij het Lost and Found bureau leverde behalve 
heel veel vriendelijk Grüss Gotts niets op. Dus moet ik alles nu uit m´n hoofd doen. 
In ieder geval kunnen we dankbaar zijn dat we allemaal de reis volbracht hebben, en gezond 
Amsterdam bereiken waar we verder met de trein naar Hoogeveen reizen vanwaar we worden 
afgehaald. In de trein ontmoete ik Herman Somer, ook een Torfkopf, voordat ik thuis kwam 
was ik weer helemaal bijgepraat. 
Dit verhaal is gezien het verlies van het dagboek niet compleet. 
Langs de weg in India kom je veel borden tegen met spreuken, de navolgende heb ik 
onthouden. Tijdens onze reünie zullen er wel weer meerdere opduiken. 
Spreuken in India. 
On the Blend Go slow friend. 
If you sleep, your family will weep. 
Be mr Late, no late Mr. 
Reduce gear, curve is near 
Be Gent on my curves. 
Be tender on my curves. 
Driving Whiskey, is Riskey 
Brake the speed, that’s the need 
I love you my dear, but not so fast. 
Hurry en Worry go toegether. 
Don’t hurry, no worry. 
Better late than never. 
All will wait, so be late. 
Overtaker take care for undertaker. 				
Deze zijn toch vriendelijker dan die boze agent met z’n vingertje op de weg naar Groningen. 
Henk Beuker.  
 
PS.  Nog een verhaal van dezelfde reis door Bert Goudriaan  www.motorclubnieuwegein  Klik op leden en daarna op clubblad.
 
							
 
 
Naar boven
 
 
Engeland rijders. Reisverslag door Henk Beuker   (motortocht van twee clubleden door Noord Engeland omgeving York)

 

 

Erica, 15 mei 2006 

De hagel klettert tegen de ramen, koninginnedag, zaterdag 29 april, de mensen op de rommelmarkt             
zoeken een goed heenkomen in de plaatselijke kroeg.

Om 1 uur zou Herman er zijn, inmiddels heb ik mij in mijn regenoverall gehesen.
De kans dat we de rit van Erica naar IJmuiden droog af zullen leggen is nihil.

In november vorig jaar was de reis besproken. Herman kon via zijn PV geschikt een bungalow huren
in Sutton on the forrest, een bijna onvindbaar plaatsje net even boven York.

Met 12 graden buitentemperatuur en zware bewolking vertrokken we om na een reis van 2 en een half uur
zonder ook maar een spat regen in IJmuiden te arriveren.

Om 16.oo uur gingen we aan boord.   We moesten de motoren zelf vastzetten, hiervoor hingen er voor in het
schip, waar een speciale motoren parkeerplaats was ingericht, een grote hoeveelheid sjorbanden.

Als je niet veel met die dingen werkt is het voor iemand als mij best nog moeilijk die dingen te verankeren aan
een kabel die over de grond was gespannen. Even de kunst afkijken bij bikers die dit zo te zien regelmatig deden.

Onze hut was op de 5e van de 7 etage’s. De zee was rustig en we schoven aan bij het Scandinavisch buffet waar
we ons tegoed deden aan het grote aanbod lekkernijen.

Na de aanschaf van een belastingvrije fles drank en het nuttigen van een glaasje in de bar "nee no ice sir"zochten
we onze hut op.          Na een stevig ontbijt, ontscheping en op weg. Via A19, A147, en A171 richting York.

Over links rijden hadden we ons geen zorgen gemaakt. In India hadden we inmiddels bij 2000 km achter de knopen.

Echter wat een vergissing, hier weliswaar geen koeien, honden, apen, Riskja’s en alles wat in India verder maar rijdbaar is.
Maar daarentegen 4 baan’s wegen , round abouts, scheurende Triumph’s die rechts inhalen, hetgeen hier schijnt te moeten.
En dan de kunst van het rijden op een Enfield Bullet die we ons aangeleerd hadden.
Bij links rijden links remmen en rechts schakelen.      Eerste versnelling omhoog en de rest naar beneden.
Alles met uiterste precisie opgeslagen op onze vaste schijf.   Zo trapte ik mijn Pan in de verkeerde versnelling toen ik wilde
remmen.    Na 50.000 km op mijn Pan kreeg ik het idee nog niet eerder op zo’n ding gereden te hebben.
Ook Herman had dezelfde ervaring.    Menselijke hersens, toch wel iets op aan te merken.

In mijn spiegel zag ik de panieklichten van Herman. Zoals gewoonlijk stak ik mijn hand uit en maakte een knipperend gebaar.
Geen reactie zelfs na dit nog een aantal malen herhaald te hebben.       Dan maar stoppen. Wat heb je toch steeds?
Ik doe mijn richtingaanwijzer steeds uit als jij mij daar opmerkzaam op maakt.
Conclusie: Hermans tanktas rustte keurig op de paniekschakelaar.

Na een stuk snelweg, het was koud en winderig kwamen we langzamerhand op de binnenwegen terecht en in
de Yorkshire Moors ontdekten we een Inn waar het lekker warm was en je ook kon eten.
Traditional English Sunday Lunch. Klinkt goed en ook niet duur.

1 course 8 pond, 2 courses 14 pond en 3 courses 16 pond. Wij vertaalde course voor persoon en vonden dat ze een
behoorlijke kwantumkorting gaven.    We kozen voor deze lunch bestaande uit voor, hoofd en nagerecht.
Bij het betalen bleek echter dat course vertaald moest worden door keuze.    We hadden dus 3 keuze’s gemaakt en moesten
i.p.v. 8 pond 28 pond afrekenen.    Hetgeen ons wel een vol gevoel gaf na deze maaltijd.

De Engelsen rijden links en eten rechts.   Zo worden links en rechts regelmatig door elkaar gehaald met als gevolg dat we
het ène moment het plaatsje op 5 mijl afstand hadden het andere weer op 10 mijl.     Wel leerden we op deze manier de
omgeving van Sutton kennen en reden prachtige binnenweggetjes.

Uiteindelijk wist een boer op de voor Engeland zo traditionele Ford tractor ons de juiste weg te wijzen.
"Goose Wood" ja dat wist ie.  Onze bungalow had alle comfort, 2 slaapkamers en nog veel meer. We spraken ons flesje aan,
openden een zak pinda’s en converseerden tot in de late uurtjes.     Laatste discussie: is ons flesje wel groot genoeg?

Maandag,

Uit een boekje uit de bieb had ik 3 toertjes gehaald inclusief beschrijving van alle plaatsjes die je aandeed.
Het was koud, na het gebruikelijk ontbijt, Muesli reep en een kop thee.   Op stap.

We wilden deze morgen op tijd vertrekken, ca 8 uur.    Toen we ons stalen ros betraden bleek het echter 7 uur te zijn.
Iets met tijd vooruit of achteruit.    Technisch haal ik het niet bij Herman.

Na enkele km’s zagen we een zigeunerkampje, dat kom je hier nog veel tegen. Woonwagens, grazende paarden, honden
en een kampvuurtje van dennenhout.    Onze route was 220km plus nog èèns 40km aan en af rijden dus totaal 300km.
Een waterig zonnetje maakte het alleen nog maar kouder. Mijn regenpak hield het water buiten en voldeed prima tegen de kou.

We kwamen in de zuidelijke Yorkshire Dales, in het vervolg gewoon Dales genoemd.

Een prachtig gebied met overal Fazanten, konijnen, hazen kievieten, wulpen etc. Verwonderlijk was dat we geen roofvogels zagen.
Veel doodgereden wild op straat waaronder ook vossen en dassen.

We reden door pittoreske dorpjes, dan weer door onherbergzame heidevelden met veel Erica en bente gras "bünne"
Ontelbare schapen en natuurlijk voor de tijd van het jaar de vele lammeren.   We reden over wildroosters die de boeren hadden
aangelegd om de schapen gescheiden te houden.      In zo’n gebied was er dan verder geen afrastering en omdat het gras bij de
buurman nu altijd groener is hadden de beesten de neiging regelmatig de weg over te steken.

Zo schrok ik me lam van dat lam dat plotseling 2 meter voor me opdook. Oppassen geblazen dus. Ik had de rit op de routerol
gezet en tijdens het zoeken en lezen dwaalde ik plots toch weer naar de rechterzijde van de weg.
Een hevig toeterende Herman maakte mij hier gelukkig op attent.    Hij had het maar gemakkelijk hoefde geen route te lezen en
naar borden om te zien, alleen oppassen dat ik niet naar rechts ging.   We bezochten een roofvogelpark, gezien eerdere
waarnemingen moeten we concluderen dat deze man alle roofvogels in Engeland inmiddels had gevangen.
We lunchten in een tea cafè en bezochten een plaatselijke supermarkt om een rolletje tape te scoren.   Terug in York zochten we een etablissement om te eten.  We kozen voor een Franse zaak, enkel Franse teksten op de Windows, maar à votre service ging er niet in.
En na de Cofit de Canard namen we afscheid met een "au revoir"

Na ca. 6 mijl arriveerden we op het park. De batterij van mijn GSM liet weten nog weinig sap te hebben.
Aan boord van de ferry hadden we nog overwogen een verloopstekker te kopen, maar dit helaas niet gedaan.
Goede raad is voor Herman nooit duur en dus knipte hij met zijn "lethermann" een stekker van een schemerlampje, knoopte dit met
behulp van tape aan de oplader en zie daar, het werkte.     Voor ons vertrek hebben we de schade hersteld.

Na nog wat vocht uit de fles met de "Famous Grouse" zochten we het nest van deze vogel om heerlijk weg te dromen.

Dinsdag.

Beautifull day, zon. We starten voor een rit naar de Noordelijke Dales.

Opvallend weinig verkeersborden in dit land. Geen borden van 110, 80,60,50,40. Wel veel tekst op de weg gekalkt.
In het bijzonder het woord "Slow" Hoe slow?  Je mag het zeggen, ik ben er niet achter gekomen. In vergelijking met ons over
bebord landje ziet het er hier een stuk amicaler, natuurlijker en rustiger uit.     En wanneer er dan eens een bord staat heeft dat gelijk
je volledige aandacht en weet je dat er werkelijk iets aan de hand is.

Zo zag ik bij terugkomst op een rotonde waar ook een fietspad was 20 borden terwijl de haaientanden voldoende waren om de
voorrang te bepalen.

Alleen bij wegwerkzaamheden zag ik een snelheidslimiet. 50, ik hield me hier keurig aan maar toch liet een Engelsman weten niet
blij te zijn met mijn keurige gedrag.      Later realiseerde ik mij dat het hier om mijlen ging en ik het verkeer dus danig ophield.

Na 80 km bereikten we Richmond waar de route startte die we wilden rijden.    De route was 180km dus totaal vandaag 340km.

We kwamen langs prachtige valleien, kastelen, ruïnes, brede watervallen.    Littekens die de mijnbouw hier heeft achter gelaten en
herinneringen aan middeleeuwse monniken trekken aan ons voorbij.

We maken een lunchstop in een oud Engels tea cafè.    Ondanks de ouderdom schijnt dit zeer kleine cafeetje het tea cafè met de
mooiste akoestiek te zijn.    Veel affiches aan de muur van zangers en zangeressen die hier opgetreden hebben tevens verkocht
men hier van deze lieden cd’s.   We lieten de thee en het brood met kaneel gebakken brood bedekt met boter en jam goed smaken.

Het vanmorgen nog veelbelovende zonnetje liet behoorlijk verstek gaan en kou drong steeds dieper onze botten in.
Het regenpak bood weer eens uitkomst.

Op de Butter Tubbes pas zagen we zigeuners met lange honden.   Gezien het grote aantal, konijnen hazen en fazanten moest het
een koud kunstje zijn de dagelijkse vleesvoorraad bij te houden.    Soms telde ik in èén weiland meer dan 50 konijnen, zoals voor
30 jaar terug ook in Drenthe het geval was.

Het hoger gelegen gedeelte, ca. 500 meter hoog, is vergelijkbaar met de Schotse hooglanden en doet daar zeker niet voor onder, we
zitten er ook maar 100km af.  Het is daar bitter koud en waait er stormachtig.   De gevoelstemperatuur daalt dan ook ver beneden nul.

Op de terugweg van de route bezochten we in Thirsk "James Harriot Country" waarin de woning van deze beroemde Engelse schrijver
een museum is ingericht.    We kochten enkele souvenirs voor het thuisfront.    Vlakbij onze basis bezochten we een Indiaas restaurant
waar we een mixed grill tandoori namen met knoflookbrood.

Of we morgen net als in India weer Immodium moeten gebruiken?   We haalden herinneringen op en spraken met de uitbater.
Never been there, liet hij weten.

We vertrokken met een welgemeend "namastè"

Na 2 dagen rijden nog maar slechts 1 x blauw op straat gezien.

Terug gekomen op "Goose world" besloten na ons dagelijkse ritueel de oogjes te sluiten.

Woensdag.

Dit moet hem dan worden, de voorspellingen zijn gunstig, en de zon schijnt volop.

We hebben ook gezien de verwachtingen besloten onze 2 daagse trip naar het Lake District te maken.
We zijn de 2 dagen dik nodig en gaan welgemoed op stap.

Na het eerste beste stoplicht mis ik Herman, wachten, wachten, ja daar is ie.

Ik heb een lekke achterband rapporteerde hij.   Een binnensmondse vloek.    Gelukkig ziet een collega biker het ook en loodst
ons naar de dichtstbijzijnde garage randje York.   Citroën, helaas we kunnen je niet helpen maar om de hoek is een giga bandenzaak,
helaas geen motorbanden maar 500yard verderop is een BMW motorzaak.    Onze gezichten klaren op.

Inmiddels is de druk in de band tot bijna nul gereduceerd.    BMW, helaas we kunnen de band niet repareren we zullen een nieuwe
band erom moeten zetten,  OK moet dan maar, helaas we hebben geen nieuwe band maar we kunnen hem gelukkig wel bestellen.
Is dat nou BMW ? vraag ik mij als Honda rijder af.    De buurman van BMW heeft een bandengarage.   Te vergelijken met smid Oving
voor 50 jaar terug.    Ja zij kunnen hem reparen maar de man die dat kan is er even niet.    Ik bespaar jullie de verdere details.

Na 2 en een half uur vertraging dan eindelijk weer op weg.   Achteraf had ik beter het reparatiesetje dat ik bij me had kunnen gebruiken
Maar mijn techniek weet je!    En dan was het ook nog een BMW setje overgehouden uit een ver verleden.

Later die dag kon ik het niet nalaten Herman te vragen hoe hij zo’n grote parker over het hoofd kon zien?   De glimlach was wat zuur.
Maar het zou zonde zijn ons goede humeur te vergallen dus vrolijk op weg langs prachtige gebieden.   Over weggetjes in de Dales van
3 meter breed en 50 KM lang.    Prachtige riviertjes, sappige weiden met mooie solitaire bomen, het was net èèn groot golfterrein.
Lieflijke dorpjes soms bestaande uit niet meer dan enkele huizen.   
Dan weer afgewisseld met prachtige stuurwegen zoals we die uit de Elzas kennen.    Dan weer schrikken van dat overstekende konijn
om maar niet te spreken van die fazant die mijn helm voor landingsplaats aanzag.
Regelmatig moesten we ons op onze positie oriënteren.    Het was soms erg lastig de juiste route te vinden.
Sommige dorpjes stonden niet op kaart andere waren weer niet in het gebied te vinden.   Ook de plaatselijke bevolking bekeek de kaart
soms als was het een patroon uit de Bourda.      Uiteindelijk bereikten we Windmere het plaatsje waar onze route begon, het was
inmiddels 15.oo uur.      We reden langs een prachtig meer waar de Vinkeveners hun vingers bij af zouden likken.
Ook de villa’s hier doen zeker voor de hunne niet onder.

Alleen zijn de kavels hier tientallen malen groter.   Terwijl de Dales zich juist kenmerkten door de vele solitaire bomen reden we
hier door prachtige bossen met ontluikend groen.  Tegen vijf uur besloten we een sponde te zoeken.   De Black Cock Inn leek wel wat.
Navraag leerde dat hij vol was.   Op het terras buiten zaten 2 mannetjes met hun pint.   Full? vroegen ze.

Ja zeiden we.   Je moet naar Joyce gaan zeiden ze.   Do we have another choise then Joyce?

Op 100 yards van Joice was nog een Inn, bij navraag vol.    De uitbater deed 2 telefoontjes met als mededeling alles vol.

Op naar Joice, Bed and Breakfast. AA klasse, en inderdaad onze kamers waren juist gerenoveerd en zagen er schoon uit,
de prijs 30 pond voor een kamer inclusief Englisch breakfast.   Eten konden we in de zojuist bezochte Inn.   Daar gezeten kwamen onze
2 mannetjes van de Black Cock binnen.   Notoire kroeglopers was onze indruk want ze bestelden direct weer een pint.
Het bleken echter 2 zwagers wiens zusters een derde zuster in Canada bezochten die nu een paar dagen in het lake distict verbrachten.
Ze kwamen uit Blackburn en het waren genoeglijke keuvelaards die ons van allerhande info verzagen en ,je raad het al, ook bij Joice overnachten.  
Èen van hen reed een AJS uit ’46.

Ook wij namen een pint en lieten de lamschouder en het vis stampotje goed smaken.

Er kwam een motorrijder met een kaart binnen om de weg te vragen.   Toen we naar buiten keken, keken we elkaar verbaasd aan,
jawel, het was een echte Enfield Bullet waar hij op reed.

Hoe kom je aan dat ding?   Gekocht in India en hier naar toe verscheept.    We hadden een leuk gesprek met als onderwerp Bullets,
India Himalaya en het Rajachstan het zuidelijke gedeelte waar hij 3 maanden geweest was.

Donderdag,

Om 6.oo werd ik wakker in mijn kamer met paarse gordijnen, paarse lakens, bruine vloerbedekking en gebroken wit gesausde muren
met een dunne paarse lambrisering.    In de vensterbank vele prularia waar 4 paarse eendjes niet uit de toon vielen.
Ik zette thee en nam er een koekje bij.   Vanuit mijn bed had ik een prachtig uitzicht over een vallei waarin een riviertje stroomde.
Schaapjes weidden op de groene rivierbedding.   Beboste heuvels op de achtergrond complementeerden dit schilderachtige plaatje.

Hier zou ik nog uren van kunnen genieten.   Om verveling te voorkomen had ik een boek meegenomen "Schaduw van de wind"
Na 10 bladzijden ging mijn aandacht weer terug naar buiten waar de zon inmiddels over de kam van de heuvels was verschenen
hetgeen de aanblik van de vallei er nog warmer uit deed zien.

Maar de dag was nog lang evenals de af te leggen route.   Ik besloot te gaan douchen.   Toen ik de koffer weer aan de motor had
gehangen ben ik nog even de tuin van Joice ingelopen.   Je kon zien dat ze groene vingers had.   Prachtige planten een grote
diversiteit aan groenten.    Het kasje puilde uit met ingezaaide tabletten, uitgespeende plantjes, komkommer, tomaat, druif en veel
voor mij onbekende planten.

Nog even gesnuffeld in een zak met potgrond.   Ik kan dat niet laten, kwaliteit?   Humm.

De lamschouder van gisteravond lag me nog zwaar op de maag, ondanks dat we getracht hebben deze met bier en whiskey weg te
spoelen.    En dan te bedenken dat we straks aan de roerei, spek, worstjes, chips en bonen in tomatensaus moeten.

Na een by, by,  Trachten we de route te hervinden, hetgeen aanvankelijk niet lukte.

Totdat we erachter kwamen dat we wellis waar op de route zaten en daarom ook door de aangegeven dorpen kwamen maar dat we
hem in de verkeerde richting reden.

De regenbui verraste ons nadat het aanvankelijk zo mooi leek maar daarna moest dan ook voor het eerst de trui uit.
We reden op nieuw langs vele meren.   Niet alle tien meren van de route kregen we te zien, enkele bleven verscholen in het groen.
Ook vandaag was de weg weer net als de vorige, geen 100 meter recht, of naar links of naar rechts of omhoog of maar beneden.
Prachtig sturen.   We hadden niet verwacht in Engeland zulke hoge bergen aan te treffen.   Bergen met toppen van over de 950 meter
boven NAP.   We kregen echte hairpin’s te verwerken.    Weer eens iets anders dan die haarspeldbochten in Oostenrijk.
We donken thee op de stal bij een boer, Herman wilde eigenlijk koffie, dus had ik two thee.    In Amberside heerlijk op een terras een
ijsje gegeten, uitkijken over het water, de bootjes de eendjes etc.

Uiteindelijk kwamen we weer in Windmere en zat de route erop.

Nu de weg terug waar we heen 5 uur over hadden gedaan.    Inmiddels was het 13.oo uur dus geen enkel probleem om nog even een ommetje te maken.


Gezien het Donderdag was en prachtig weer was kregen we de indruk dat alle bikers in Engeland een day off hadden.    Enkele hadden
gezien hun rijstijl volgens ons een off day.  In ieder geval het stikte van de motoren. We kwamen bij oud Romeinse brug, erg toeristisch.
Er was zelfs een parkeerplaats waar enkel motoren mochten komen, perfect geregeld.   We kwamen met enkele bikers aan de praat.
Zij hadden het verschil in hun en onze nummerborden gezien.

Èen van hen adviseerde ons m.b.t. de route terug naar Harrogate vanwaar we de weg naar York volgden.
In York aten we bij een visrestaurant waarna we de weg naar Suffolk terug reden.
Inmiddels 4 dagen gereden en 1600 KM, toch niet misselijk?

Ook zagen we vandaag nog de Ierse zee zodat je kunt zeggen dat we dwars door Engeland zijn gekomen.

Vrijdag

Rust, beetje rondtoeren, terrasje, kopje thee, de stad York, de kathedraal waar we een kaarsje voor de meisjes hebben aangestoken.
Winkeltje, hoedje gekocht, biertje gedronken, ijsje gegeten.    Zo kom je de dag wel door.   In een nabij gelegen plaatsje Easingwold
op een terrasje wat gegeten midden in een huwelijksfeest dat zich in de plaatselijk kroeg voltrok.

Gezien het prachtige weer hadden we de eerste en laatste dag met elkaar moeten wisselen maar achteraf kijk je…………. "juist"

Aan het eind van de dag pakken, morgen begint de reis terug naar New Castle.

Herman wilde nog "The wall of Hadrianus" zien.  
Een muur die de Romeinen hebben opgeworpen om de Schotten buiten de deur te houden.

We duizend kilometer tussen muurtjes gereden.    Tijdens èèn van onze toertjes zag ik iemand een stukje ingevallen muur herstellen.   
Dit ambacht moest ik fotograferen omdat volgens Herman dit de man was die al die duizenden kilometers muurtjes had gemaakt.

Maar nu na al die muurtjes wilde Herman naar de muur.  Ik vraag je?

Ik stippelde een route uit door natuurgebieden in Northumberland.

Het was opnieuw een koude dag.  Gelukkig bleef het droog maar toch heb ik het regenpak weer gebruikt om warm te blijven.
We reden door werkelijk fantastische natuurgebieden met prachtige vergezichten goede wegen lange bochten en weinig verkeer.
Opnieuw veel wild.   Ik kreeg de schrik van mijn leven toen mijn achterwiel weg glibberde op een zojuist dood gereden konijn.
Door de grote aantallen kon je ze ook niet allemaal ontwijken.

Als natuurliefhebbers die we beide toch zijn heb je het dilemma dat je soms het gas wilt dicht draaien terwijl je juist als motorrijder
zo’n geweldig mooie lange doordraaiende bocht ingaat.

Na enig vraagwerk en koeterwaals Engels, ook hier spreken ze Drenth’s Engels, vonden we de muur, althans een museum.
Van de muur was niet veel meer te zien.    Verder gezocht naar de restanten van een Romeins fort.    Na een flinke wandeling kwamen
we daar aan.    Weinig spectaculair.    Op de weg terug naar New Castle zag ik plotseling nog een hoop stenen.

Nader gekeken bleek dit nog een restant van de muur te zijn, in ieder geval heb ik er nu een foto van.

In "The railway inn" dronken we nog een laatste kop thee.    We vroegen ons af hoe ze aan de naam kwamen totdat er plotseling,
door het talud onzichtbaar, een trein door de tuin en aan het terras langs denderde.

Probeer in New Castle eens de boot naar Ijmuiden te vinden.    Advies: neem hier een dag de tijd voor.    Uiteindelijk heeft een taxi
chauffeur die ons ook nog eens voor 2 pond (toch een kilo) afzette ons naar de boot gebracht.   Geen minuut te vroeg.

De terugreis verliep even gesmeerd als de heenreis dat kun je aan de jongens van DFDS wel overlaten.

Zondag,

Aankomst Nederland, warm, wind, wel lekker.

Terugzien op een fantastische reis, geweldige ervaring, op naar de volgende "weekend MCS."

Reisfeiten:

Vertrek 29 April 2006

Terug 06 Mei 2006

Totaal gereden kilometers 2500.

Verbruik Pan European 1 op 19,5

Henk.                                                                                                             

									Naar boven
 
 
 
Reisverslag van Henk Beuker door het Andes gebergte in Peru - Chili - Bolivia.     (motorrit van 3 clubleden en 2 SudetenDrenthen)
Voor een vergroting van bovenstaande foto's bekijk ze in het fotoalbum.
 

Trans Andes Motor Challenge 2006    Peru, Chili, Bolivia, Peru.

Travel 2 Explore

                                                      

Op 15 Januari ontvingen we per mail de uitnodiging voor een reünie van de Himalaya groep. Fred bood ons de mogelijkheid een locatie te kiezen.
Dit kon iedere luchtmachtbasis in Nederland zijn waarbij zelfs nieuw Milligen tot de mogelijkheden behoorde. Als oud luchtmacht-militair koos ik voor
deze locatie omdat hier de controle plaatsvindt over het gehele Nederlandse luchtruim.

Niemand had hier problemen mee en ook de voorgestelde datum was voor iedereen acceptabel. Iedereen wilde maar al te graag een reünie en daar kwam
ook nog bij dat een bezoek aan de basis natuurlijk uniek is. Voor deze reünie had ik een film van de tocht door de Himalaya op DVD gezet en voor iedereen
gekopieerd. Fred zou zorgen voor scherm en beamer. Na een uitgebreide controle mochten we de het terrein
op en ontmoetten wij elkaar in de kantine van de basis en werden we door Fred ontvangen met koffie en koek bij de open haard.

Ook Paul, de organisator van de Trans Himalaya Motor Adventure was uitgenodigd. Na de koffie de film, wat beamer? wat scherm? Een compleet ingerichte
filmzaal stond ons ter beschikking. DVD in de computer en de gordijnen sloten zich, langzaam doofde het licht en de
film begon.   Na afloop kregen we van de luchtmacht  documentatiemateriaal, een prachtige pet en een pen. Voor de DVD kreeg ik ter herinnering zelfs een
mooi fotoboek.

Naast de film kregen we nog meer beelden van onze reis te zien.   Fred had voor iedereen een compilatie van de ca. 3000 foto’s  gemaakt.

Na de voorstelling kregen we een maaltijd die we moesten betalen. Het bedrag was echter een lachertje en zo kregen we nog iets van ons belastinggeld terug.
Hierna volgde een rondleiding door de ondergrondse bunker. Het valt niet iedereen te beurt om hier een blik te werpen. We kregen uitgebreid uitleg van een
luitenant, die mijn zoon had kunnen zijn. Dit werd pijnlijk duidelijk toen ik vragen stelde over de werkwijze van de luchtmacht 40 jaar geleden en de luchtmacht van nu.
We zagen alle vliegtuigen boven Nederland en veel vragen die rezen werden beantwoordt. Daarna volgde nog een afzakkertje aan de bar ”gratis” en na de mededeling
van Paul dat er een reis door China en één door de Andes aan zaten te komen, ging iedereen voldaan naar huis.

De uitnodiging voor de reis door de Andes kwam vervolgens …… later ook per mail; de reis door China wordt nog een jaar uitgesteld. Ondanks het feit dat de prijs wat
tegenviel waren er toch al snel 7 aanmeldingen binnen.

Het minimum aantal personen stond op acht. In juli j.l. was er een  voorlichtingsavond, één persoon zegde juist voor de bijeenkomst af en
na de avond volgde nog een afzegging zodat er slechts vijf personen overbleven, alle vijf oud Himalayagangers, Jan, Jaap, Fred, Herman
en Henk.        

       

                Jan                                     Jaap                                        Fred                                 Herman                                   Henk

De voorbereidingen verliepen sneller dan bij de India reis. We hadden immers inmiddels de nodige ervaring, wisten alles over hoogte-
ziekte, hygiëne etc. Ook de benodigde medicijnen waren snel ingepakt. 

 

woensdag 23.8

Met de trein naar schiphol. De vlucht naar Lima die 12 en een half uur duurde ging via een tussenlanding op Bonaire.

We werden ontvangen door “Pure Peru” een organisatie die in opdracht van T2E de reis verder organiseerde. Men bracht ons via een
weg langs het strand van de Pacific naar hotel Mariel. 

Er ontstond discussie m.b.t. de luchthavenbelasting die volgens onze nota betaald was maar volgens Pure Peru enkel voor Schiphol gold.
Pur Peru betaalde de tax voor de reis Lima –Arequipa. Terug moesten we ten onrechte zelf betalen. Tot onze aankomst in hotel Mariel
waren we inmiddels 23 uur onderweg waarvan 20 uur bij daglicht. Lange dag. Borrel en slapen.

 

Donderdag 24.8

Vertrek naar Arequipa. Na een uur zagen we de eerste bergen van de Andes. De toppen waren met sneeuw bedekt. Arequipa ligt op 2500m. We werden ontvangen
door Lars en Geert. Lars onze gids en Geert monteur en de chauffeur van de volgauto zijn op enigerlei wijze mede-eigenaren van hotel La Grutta.
In dit hotel brachten we de eerste nacht door. 

Na de vermoeide reis hadden we wel zin in een drankje en bestelden een paar biertjes die we na de reis tot onze verbazing moesten afrekenen.
We hadden minimaal op een welkomstdrankje gerekend.

 We ontmoeten hier ook de reisleider van Pure Peru in Equador, een Nederlander. Het bleek dat de reisroute zoals we die van T2E hadden ontvangen niet overeen
kwam met de route zoals Pure Peru c.q. Peru Motors die had. Peru Motors is de organisatie van Lars en Geert die weer in opdracht van Pure Peru de reis zal begeleiden
en de motoren ter beschikking stelde. Al met al was ons niet geheel duidelijk wie
waar welke verantwoordelijkheid en plicht had.

In de namiddag zijn we met Geert de stad in geweest We bezochten een heel aantal winkels en deden onze ervaring op met het
taxisysteem in deze stad. Voor nog geen euro rijdt je de hele stad rond.

We lunchten op een dakterras vanwaar we een prachtig overzicht op het plein hadden.

Ook zien we de drie bergen rond Arequipa waarvan El Misti wel het meest imponeert met zijn hoogte van 6000 m. Arequipa betekend
“witte stad”. Het is genoemd naar het witte gesteente dat door de vulkaan El Misti is uitgestoten en waarvan de meeste gebouwen in de
stad zijn gemaakt. We aten o.a. hete gevulde paprika met zoete aardappel. Er schijnen 500 soorten aardappelen in de Andes verbouwd te worden.  
In de prachtige kathedraal, die dwars geplaatst is aan het Plaza des Armes, stak ik een kaarsje op voor de familie.

Terug bij het hotel ‘passen’ we de motoren een Honda 600 en 400. De 600 is hoger. We kregen een briefing m.b.t. de route en de kleding. Geert wist een goede
Argentijn “el gaucho” waar we ‘s avonds een meer dan voortreffelijke steak hebben gegeten. Op een balustrade vanwaar we het plein weer konden overzien,
dronken we nog een koffie en vervolgens gingen we in de taxi terug naar het hotel en dat
voor 0,75 eurocent. De steak koste inclusief patat, salade en wijn acht euro. Terug in het hotel hebben we de motorverzekering a 120 Euro betaald en dat alleen nog
maar voor materiele schade. Gevolgschade, letsel etc. zijn hier niet te verzekeren. Dus indien, gas geven.

Het gehele jaar door is de temperatuur in Arequipa overdag ca. 22 graden  terwijl het s’nachts sterk afkoelt, zodat we van en goede
nachtrust konden genieten.

 

Vrijdag 25.8

 

De rit ging van Arequipa naar Moquegua, een afstand van 230 km. waarbij de hoogte terugliep van 2500 mtr naar 1400 m.

Na te hebben gedoucht, de koffers en de rugzak te hebben ingedeeld en te hebben ontbeten gingen we naar het huis van Lars voor koffie
en de motoren.

Ik kreeg een nieuwe Honda 400 met slechts 100 km op de teller.

Eerst nog even tanken tegen de prijs van 14 sol 3,50 per gallon = 4ltr (dus nog geen euro per liter) en daarna eindelijk op pad. Eerst een secondaire weg dan een half
zand half asfalt pad, langs een kopermijn naar de transAmerican highway. Deze weg loopt van Alaska naar Vuurland het onderste puntje van Chili. De weg is vergelijkbaar
met de weg Schoonebeek -  Coevorden maar dan zonder fietspad en met bermen van ca. 10km breed. Je mag maar 90 km rijden maar de politie heeft geen controlemiddelen,
dus……..

Heel veel rechte weg, soms stukken van 50 km lang. Het is heiig en 22 graden Een weg om in slaap te vallen hetgeen blijkbaar ook gebeurt gezien de vele kruisjes en kerkjes.
Het zijn er soms wel drie per km. We reden door de woestijn, zand, zand en nog eens zand. In de woestijn waren hele stukken met stenen afgezet zodat mensen in de toekomst
aanspraak op het gemarkeerde stuk land kunnen maken.

Als je stil staat is het bloedheet als je rijdt steenkoud.       
Dit wordt mij fataal en ik loop een stevige verkoudheid op.     

Bij een klein riviertje iets lager lunchen we.
Gefrituurde en gebakken kreeftjes en rauwe vis, vergezeld door Inca Kola dat naar onze ouderwetse gazeuze “Exota” smaakt.
Het is mierzoet.    De prijs bedraagt totaal euro 3 pp. We overnachten in hostel “la Plaza.”

s’Avonds is er een verkiezingsoptocht in het dorp. “Piet for President” met veel dans, muziek en mensen in prachtige klederdracht. We dineren in een kiprestaurant.
Kippensoep en een kwart kip, incl. papas fritas en Inca kola, kosten 1 euro pp.

We hopen dat onze volgauto arriveert, Deze was nieuw, maar er moest nog een trekhaak onder gemonteerd worden wat erg lang zou
kunnen gaan duren. We waren daarom zonder volgauto en met alleen de toilettas op stap gegaan. We hebben ons niet kunnen douchen
of omkleden voor we het dorp ingingen. S’Nachts om 5.00 uur komt de volgauto binnen.

 

Zaterdag 26.8

Naar Arica. Opnieuw dwars door de woestijn, geen groen, enkel bruin zand met daarop een zwart lint van asfalt. Aan de grens met Chili hadden we 4 a 5 uur oponthoud,
motoren uitklaren, nieuw visum Chili aanvragen, motoren inklaren, veel documenten. En pc´s? nooit van gehoord; alles ging met de hand met als gevolg lange rijen voor
de loketten. Helaas had Peru Motors niet gezorgd voor documenten zodat
we ze reeds eerder hadden kunnen invullen. Dit had ons veel tijd bespaart. Voor de volgende trip zijn nu wel formulieren meegenomen. In Arica eerst naar Mc Donnalds,
Het hostel was klein maar schoon. S’avonds de stad in geweest biertje, visje, barretje, etc.

 

Zondag 27.8

Naar Iquique, een lange rit van 320 km. We zijn regelmatig gestopt o.a. bij prachtige ravijnen maar ook op dit traject veelal weer lange rechte stukken en een onveranderd
landschap afgezien van enkele bergen. Tijdens een tussenstop gooiden we als kwajongens stenen naar beneden. Kijken wie zijn steen het verste zal rollen.
Met daverend geweld vlogen de stenen naar beneden. Maar Jan was de sterkste en kon de grootste steen gooien. Het resultaat was ernaar, uiteindelijk kon je de steen 
niet meer volgen zo klein werd hij.
Als klap op de vuurpijl vind Jaap een afgedankte autoband van een vrachtwagen. Het resultaat laat zich raden. Tot heel diep kunnen we de band volgen.
We schatten de snelheid op meer dan 250 km per uur.  Daarbij verbleef hij langer in de lucht dan Lindbergh tijdens zijn eerste vlucht.

Bij een wegresto die naar Indiase begrippen van inferieure kwaliteit was, hebben we getracht iets te eten te bestellen maar dat ging niet al
te vlot. Er was geen kaart en men begreep niet dat we een omelet wilden.   Jan was de reddende engel en dook in de keuken van twee bij twee, waarin een gasstel en
twee pannen beschikbaar waren.     Drie joekels van uien, vijf tomaten en 21 eieren resulteerden in zeven omeletten van goede smaak.    Even afrekenen: 0,80 euro pp.    
Toch is hier in Chili alles duurder dan in Peru.    Overmorgen in Bolivia
wordt het weer goedkoper.
In Iquique aangekomen, wist Lars niet in welk hotel we moesten overnachten evenmin waar hij het zou kunnen vinden. Een complete misser van Peru motors.
Gelukkig hadden wij het programma van Pure Peru en met ons Loneley Planet boek konden we ook het adres vinden.

Het hotel Caiti in Iquique ziet er van de buitenkant erg Chinees uit.   Het is schoon met kleine kamers, een kleine douche en een nog kleiner potje.   Later op de avond zoeken
we een bar voor een pilsje. Alle bars blijken in het midden een paal te hebben. Schoorvoetend naar binnen, maar het went snel. Er zijn veel vriendelijke en vrolijke meisjes die
rond de paal dansen. Gelukkig spreken ze alleen maar Spaans.
Gezellig sfeertje, lekker pilsje.

 

Maandag. 28.8

Vrije dag in Iquigue

Deze dag hebben we de stad bezocht, eerst het nautisch museum, toen de haven waar veel pelikanen en zeeleeuwen zich te goed deden
aan slachtafval. Door het hotel de kleren laten wassen. We bezochten een prachtige boulevard met het plein “Place Des Armes”. In iedere plaats is overigens wel een
“Plaza Des Armes”  Op de boulevard rijdt een antieke tram, ooit getrokken door paarden maar nu rijdend op batterijen. Tussen de middag werd geluncht in een Kroatisch
restaurant. Vergeefs werd geprobeerd op het internet te komen en ’s avonds hebben we gedineerd bij een Italiaans restaurant.

Lekker ontspannen.

 

Dinsdag 29.8

Na getankt te hebben nu op weg vanuit Iguique. Na 45 km nogmaals laatste drupje getankt voor de lange rit naar Bolivia. Bovendien werd
veel water ingeslagen en extra jerry cans benzine. De weg liep de eerste 100 km door de woestijn en ging langzaam omhoog, toch zaten we na 150 km reeds op 4100 mtr
hoogte ondanks dat we nog geen bergen gezien hadden. Alleen hoge heuvels met veel zand, Uiteindelijk kwamen we bij een politiepost waar we moesten laten zien over
over de benodigde papieren te beschikken om de grens met Bolivia te passeren. Dit oponthoud koste echter slechts een half uur.

Vanaf hier beginnen drie durty-tracks dagen. Een chaotische rit volgt. Een weg met grote keien en gravel soms bedekt met zand. Hele stukken ook die je kunt vergelijken met
de Sahara, waar je tot aan de assen in het zand wegzakt. De motor slingert alle kanten op en het is
een kunst in het zadel te blijven. Dit is op deze reis onze eerste off road ervaring en wat voor èèn. Als de motor begint te slingeren is er
maar èèn optie,gas geven, maar ook hier komt een einde aan. Met grote regelmaat liep bij Herman de ketting eraf.
Het probleem blijft gedurende de gehele reis en wordt pas tegen het eind van de rit in Gullimiani opgelost.

Dan verliest Jan z’n uitlaaten bijt Herman in een halve meter dik Sahara zand. Fred laat zich niet onbetuigd en valt ook twee keer. Hij zal dit zeker ook tussen zijn kiezen gevoeld
hebben. Op een gegeven moment was er van een weg helemaal geen sprake meer en moesten we tussen de rails van een spoorlijnverder totdat iets was wat op een weg leek.

Toen liet de motor van Herman het afweten en moest de reserve motor aangesproken worden maar die hield het ook niet lang vol.

Gedurende de gehele reis bleek dat enkele motoren in een slechte conditie verkeerden, banden, kettingen verlichting etc.

Herman en de twee motoren moesten plaatsnemen in en op de volgauto. Al met al kostte dit veel tijd. Zoveel, dat we bij de grens aangekomen niet meer verder durfden omdat
de eerste beste slaapgelegenheid nog wel enkele uren rijden kon zijn, laat staan dat we ons doel, het zouthotel in Colcha K zouden bereiken. Dit bleek de volgende dag nog wel
6 uur rijden te zijn. Het was inmiddels schemerig geworden en de nacht zou snel invallen.

Behalve een grote kazerne met allemaal ronddolende militairen, die het net als wij erg koud leken te hebben, was hier in de omgeving niets. Volgens Lars was er een hostel.
Zelfs na veel gerommel en gebeuk op deuren bleef de tent gesloten. Aan het eind van het straatje was nog een uithangbord te zien. Hier was voor zeven man plaats, een hok
voor vijf personen en een voor twee. We sliepen met z’n vijfen op één kamer van het type “varkenshok”. De bedden waren gemaakt van het laatste stukje hout dat hier te vinden
was en het matras bestond uit
10 cm dik schuimrubber.

Iedere vijf minuten omdraaien voorkwam dat je heupen het niet meer hielden. Er was geen licht en geen water en geen verwarming. We kregen iets dat op kippensoep leek,
althans ik ontdekte het onderste stukje van een kippenpoot met drie gele lange nagels. Verder een inferieur knakworstje met een beetje kale spaghetti.

Lars en Geert trachtten buiten de motoren te repareren, lekke banden, kapotte kettingen, defecte verlichting etc. Koud klusje met weinig effect door het ontbreken van
essentiële onderdelen.

Er kwamen twee Australische dames met een jongetje van 10 binnen, (hij was hoog begaafd en bespeelde alle muziekinstrumenten)
Ze waren aan de Boliviaanse kant “gedropt”. We hebben nog kunnen zorgen dat zij met hun drieën ook een hok kregen. Dit speet ons
later omdat ze zoveel lawaai maakten dat wij niet konden slapen.

Aangezien we toch vanwege de bedden al niet konden slapen kon dit er net niet meer bij. Ook hebben we ze geholpen bij het wisselen van Boly’s in Chileens geld.
Ook hier hadden we later spijt van omdat we er om èèn of andere reden behoorlijk bij in zijn geschoten.

 

Woensdag 30.8  

Boliviaanse grens Uyuni 330 km. Off road.

De volgende dag zonder ontbijt, ongewassen, ongeschoren, en zonder de tanden te hebben gepoetst op reis. Eerst de grens passeren.
Deze zou om 8.oo open zijn maar de douane sliep nog dus er zat niets anders op dan te wachten in de kou. Het sneeuwde wat en er stond
een gure wind op deze hoogvlakte. Al met al koste het oponthoud anderhalf uur, wat nog mee viel. We zagen al snel de eerste lama´s en alpaca’s maar schrokken toch wel
even toen twee ‘struisvogels’ met een rotgang overstaken. Ook zagen we vicuña’s, een kleine lama
soort die de duurste wol ter wereld dragen.

We hadden alle aandacht bij de weg nodig. Het was bar en boos; soms was er amper een weg te zien. We kwamen in een zandstorm en op niet meer te berijden wegen.
Als een rodeorijder had ik op een gegeven moment alleen nog een stuk stuur vast en het is een wonder dat
ik niet ben gevallen. Uiteindelijk kwamen  we nadat we door een kazerne moesten, waar we de nodige controles moesten ondergaan, aan
in Cholcha K. Hier gebruikten we de “lunch” in een café “India look”. Een nog slechter worstje en een ei waar de salmonella vanaf droop waren ons deel.

Daarna nog diesel kopen voor de volgauto hetgeen nogal moeilijk was. We hadden geen reserve diesel bij ons. Beetje dom.

We vervolgden onze weg en uiteindelijk bereikten we de zoutvlakte.   Een openbaring! Voor we echter goed en wel op het droge zout
kwamen, vielen Herman en Jaap in een spoor van een zwaarder voertuig.    Één maal op het droge is het een prachtige ervaring.
Soms weet je even niet meer wat lucht en wat grond is.     De zoutvlakte is goed voor een zoutopbrengst van 18000 ton per jaar.

Even later begon de motor van Fred te sputteren; geen benzine meer. We hebben gewacht of de andere vier terugkeerden of dat we de volgauto achter ons zouden zien
opdagen. Geen van beide. Ik ben toen vooruit gereden achter de kopgroep aan. Na ca. 10 km zag ik ze als stipjes voor me opdoemen. Ze stonden op ons te wachten, wat wel
heel lang had kunnen duren.

Met z’n allen terug naar Fred en de resterende benzine werd over de motoren verdeeld. Regelmatig moest nu ook weer de voorband van
Fred worden opgepompt. Met alle moderne techniek, geen volgauto te traceren, dus ook geen benzine. Lars wilde rechtsomkeert maken richting Uyni.   
Maar dan zouden we enkele highlights zoals Isla del Pescadore en het zouthotel niet zien.

Dat zinde ons allerminst en we zetten toch koers naar Isla Pescadore, een zwart rotseiland midden op de witte zoutvlakte in de vorm van
een vis, ca. 60 m. hoog en begroeid met cactussen. Boven heb je een prachtig uitzicht over de grote vlakte. Het eiland wordt ook door expedities met vier wiel aangedreven
auto’s aangedaan. Lars kon hier zowaar toch nog 30ltr. benzine scoren. We reden nog ca. 70 km.
door naar het zouthotel, teller op 100 en constant rechtuit. De GPS wijst ons de weg. We reden als waren we schepen op de zee waarbij
onze formatie continu wijzigde. Het was een prachtig gezicht om gewoon 1 km. buiten de formatie te rijden en deze zijdelings te volgen.
De weg was immers even breed als lang. Twee kleuren - blauw overgaand in wit - was alles wat je zag, een niet uit te wissen ervaring.  

We bereikten het zouthotel.     We hebben er enkele kaarten gekocht,  koffie gedronken en foto’s gemaakt voor de website van www.Motorclubschoonebeek.nl  
Het hotel is opgebouwd uit zoutblokken en zowel stoelen, tafels, banken en zelfs de bedden zijn van
zout.       Men verkocht er souvenirs, je kon er eten en overnachten wat we ook hadden gewild en wat ook gepland was.  
Helaas was ons route-schema door de slechte planning gewijzigd. 

We hebben onze reis naar Uyuni vervolgd, een bredere weg maar wel een wasbord met veel zand.    Met 80km per uur ging het veel te
hard en het hart klopte me in de keel.     We hadden door de benzinekwestie veel tijd verspeeld en wilden niet in het donker rijden.
Bij een particulier in een half uitgestorven dorpje konden we onze motoren verder aftanken. Twee tankstations hiervoor stonden droog.
Het aftanken ging door middel van een emmer en een grote trechter.

Bij ons hotel aangekomen bleek dat er in heel Uyuni geen stroom was, en daardoor ook geen warm water. Hotel Tonito was een prima
hotel en werd beheerd  door een Amerikaan.  Het hotel lag aan een brede boulevard, twee brede wegen gescheiden door een berm, 
zoals je ook veel in de Oostbloklanden ziet. Aan het eind van deze weg een grote kazerne. S’avonds  bij kaarslicht aten we er een meer
dan voortreffelijk Lama pizza, en dronken er een glas bier bij.

De bedden waren voortreffelijk en lekker warm ondanks dat het er s´nachts ca 10 graden vroor. Tot mijn schrik ontdekte ik hier dat mijn Videocamera was verdwenen.

 

Donderdag 31.8

Uyuni-Potosi Off road 225km.

S´morgens een goed ontbijt zelfs met roerei. Niet te goed geslapen en nog steeds snotterig vanwege het vele stof dat we continu voor de kiezen kregen.
Voor de tweede achtereenvolgende  dag geen douche, ditmaal omdat er geen stroom was en de warmwatervoorziening in
het hotel op elektriciteit werkte.

De wegen waren weliswaar iets beter dan gisteren maar ook nu lag het tempo onwijs hoog en was soms nauwelijks te volgen. Je moest
erg geconcentreerd rijden en daardoor had je veel te weinig tijd om aandacht aan je omgeving te schenken. Jammer, want er was veel te zien, ezels, lama’s, en prachtige
vergezichten zoals je die in de Vogezen hebt. De bergen werden nu van de categorie tussen de Vogezen
en Zwitserland. De vele hier te vinden mineralen zorgen voor prachtige kleuren overgaand van rood, zwart, groen naar lila. In een bocht
waar plots veel zand op de steenslag lag kon ik het stuur niet meer houden. Ik stuurde de motor bergopwaarts en raasde door een dikke
laag zand, een linkse een rechtse en nog eens een linkse schuiver. Toen door een slootje terug de weg op, nog twee schuivers en een dot gas en ik kreeg de macht over het
stuur terug. Stoppen, zweten en trillen op de benen. Voorlopig had ik er vandaag even genoeg van en probeerde langzamer te rijden. Maar gezien de afstand moest volgens
Lars de gang erin blijven. Je mist dan veel van de omgeving en het plezier welke zo’n reis moet opbrengen.  

Aangekomen in Potosi moest er opnieuw een beroep gedaan worden op mijn Loneley Planet ditmaal om Hotel Cerro Ricco te vinden. Opnieuw kwam de gammele organisatie
aan het daglicht. Ook nu was nog het hotel nog de ligging ervan bij Peru Motors bekend.

S’Avonds hebben we in Potosie gewandeld en in een “chique” restaurant lamasteak  gegeten waarbij heerlijke Chileense wijn werd geserveerd en Irisch koffie met whisky
i.p.v whiskey na. De kosten bedroegen 8 euro pp. Potosie was eens de grootse, rijkste, en hoogste stad ter wereld maar nu is het alleen nog de hoogste stad ter wereld.
Het ligt op een hoogte van meer dan 4000 m. op de Altiplano.

 

Vrijdag 1.9

Naar de zilvermijnen in Potosi.

We boekten een privé rondleiding. Eerst even langs het huis van onze gids om ons om te kleden, jas, broek en laarzen. Ze hadden zelfs laarzen maat 57 voor Jan.
Toen naar de mijnwerkersmarkt om dynamiet te kopen en verder ontstekers en een zakje kaliumchloraat.

Het dynamiet is hier vrij te koop voor iedereen en je kunt zoveel krijgen als je wilt. Ik schat dat er wel zo’n 50 ton staat in diverse
winkeltjes.      Ik krijg bijna El-Queda neigingen.

We dienden dit aan de mijnwerkers te geven als presentje. Evenals een zakje coca blaadjes. Ook voor ons zelf kochten we een portie dynamiet en coca blaadjes.
Van het laatste hadden we al snel genoeg. Het spul was niet te pruimen en bovendien hadden we niet de handigheid de blaadjes van de nerfjes te scheiden.
Een mijnwerker kan 8 uur achtereen puur op de kracht van deze blaadjes en zonder
eten een topprestatie leveren. Ze verdienen 100 euro per maand en na vier jaar kunnen ze lid worden van de coöperatie hetgeen slechts
25 procent doet. Als lid van deze organisatie hebben ze wel een ziektekosten-verzekering en een pensioentje.
De gemiddelde levensverwachting is ca. 40 jaar.
We gingen via een horizontale schacht de mijn in.   Deze schacht was aangepast aan de grootte van de mensen.   Ik kon er als kleinste nog gebogen in lopen maar voor de
groteren onder ons was dat niet mogelijk. Zo konden Jan en Fred zich alleen kruipend op handen en voeten voortbewegen. Verderop in de mijn kwamen we bij een museumpje. 
Hier was onder andere de duivel afgebeeld.  De mijnwerkers geloven
dat deze onder de grond woont en God in de hemel  Iedere vrijdag drinken ze na werktijd een drankje met 95% alcohol.    Ook roken ze er sigaretten bij met een abnormaal hoog
nicotine gehalte. Ze  drinken niet om dronken te worden, alhoewel ze dan straal bezopen zijn, maar
om zich te ontdoen van de duivel.   Ons is bekend dat de duivel overal woont, dus.

Vroeger werden ook veel slaven “negros” uit Afrika voor dit werk gebruikt. Zo hing er nog een advertentie waarin 39 mannen, 24 vrouwen,
15 jongens en 16 meisjes werden aangeboden.  Vers en ongebruikt, in goede gezondheid, af schip. 

Deze mijn, één van de vele, levert per dag 30 ton steen. Deze steen wordt vermalen en via bezinkselbakken en afschuim- installaties wordt hieruit ca. 700 kg mineralen, zink, zilver,
lood en tin gewonnen.

We konden nog verder de mijn in maar dat zagen de groteren onder ons niet zitten.    Buitengekomen moesten we natuurlijk ons eigen dynamiet tot ontploffing brengen.  
De gidsen hadden hier schijnbaar nog meer plezier in dan wij.   Eerst even voor de foto een staaf in de
mond alsof je een sigaar rookte en vervolgens het explosief voorbereiden.   De staaf dynamiet moest tot een bal worden gekneed; het
voelt als boetseerklei. De ontsteker erin en alles vastdraaien in een stuk papier. Daarna ging dit weer in een plastic zakje met Kaliumchloraat en klaar is kees.   
De gids vindt het lont te lang en halveert dit bij iedereen.   Hiervoor gebruikt hij het Zwitserse zakmes van Jan.

Na terugkeer in het hotel kwam Jan tot ontdekking dat hij hem niet terug gekregen had, begrijpelijk.

De gids vroeg ons alle camera’s aan hem te geven voor het maken van een foto. Oh, ja eerst nog even de lont aansteken.   Toen iedereen
met de bom en het brandende lont stond vroeg de gids quasi hoe de camera’s werkten. Hij kwam er mee terug en wij moesten uitleg geven. Ondertussen begon het lontje
steeds korter te worden en onze zenuwen slapper. Op het moment dat het me echt te heet werd, nam de gids de bommen over om er mee weg te rennen.

Hij gooide ze willekeurig in een dal en kwam zo hard hij kon terugrennen. We verwachten natuurlijk een knal, maar de explosie die volgde, deed ons toch behoorlijk schrikken,
even iets anders dan een donderslag op oudejaarsavond.

S’avonds in de stad heerlijk gegeten. Chateau briand met een heerlijke Chileense wijn: Casillero del Diablo cabernet sauvigon 2005 reserve. Deze wijn dronken we vaker en ik
nam me voor te kijken of je hem in Nederland zou kunnen krijgen. De dag na terugkeer deed ik boodschappen bij Albert Heijn en wat schetst mijn verbazing?
De wijn staat gewoon voor Euro 5,95 in het schap. twee flessen meegenomen, geproefd, goed wijntje, maar minder dan tijdens de reis. Bij AH was het ook geen “reserve”.

 

Zaterdag 2.9

 

Potosi-Oruro 325 km grotendeels asfalt.

Net als de vorige dagen strakblauwe lucht. We moesten ons goed aankleden want het zou een koude rit worden. Na enig oponthoud omdat
de aanhanger een lekke band had en ook hiervoor geen reserveband beschikbaar was (nalatigheid), hebben we de volgauto achtergelaten. We reden over een prachtige asfaltweg, aangelegd met geld van Unicef. Toch was de weg blijkbaar niet goed genoeg want in een bocht was een bus gecrasht, veel sirenes veel politie en ziekenauto’s. 
De klappen komen direct erg hard aan. Vaker deze reis zagen we soms meer
dan 10 gelijke kruisjes op een rij. Ik heb wel m´n eigen Pan European gemist, zo´n prachtige weg met vele mooie bochten. We genoten van het landschap. Dan weer bergen dan tussenliggende pampa’s, prachtige kleuren, kleine bijna of geheel uitgestorven dorpjes.

Een boer met twee koeien voor de ploeg, ontzettend veel lama’s, soms in groepjes van 10 à 20 maar ook wel 100 bij elkaar, veel schaapskuddes en ook kuddes met koeien.
We zagen zelfs pelikanen bij een klein meertje.

Bij aankomst in Oruro had de volgauto ons weer ingehaald.

Tijdens het aftanken voor de volgende dag schampte een bus de aanhanger waarop de motor stond, zonder al te grote gevolgen ( schrammetje). Lars riep de chauffeur van de
bus op brute wijze  ter verantwoording. Aangezien ik geen Spaans versta kon ik de conversatie niet volgen maar uit de gebaren bleek duidelijk dat de gemoederen over verhit raakten.
Ook Geert bemoeide zich er nu mee. Ondertussen liep de bus met Indianen leeg en één van hen bleek “witte veder” te zijn, de zuster van Winnitou. Zij liet zich niet onbetuigd en wilde
iedereen met een ballpoint te lijf. Het bleef niet bij de scheldpartij, er volgde een handgemeen, waarbij behalve geschopt ook rake klappen uitgedeeld werden. Door enkele verstandig Indianen werden de gemoederen gesust en trokken zij zich terug in de bus om verder reizen,
Bij een natrappende beweging naar de bus van Lars en Geert die hun zelfbeheersing nog niet teruggevonden hadden werd het achterlicht vernield, stopte de bus opnieuw en begon
alles van voren af aan. Ik begon de ernst van de situatie in te zien en manoeuvreerde mijn motor
in een vluchtpositie, Ik zag Jaap, Fred en Herman hetzelfde doen.

Gelukkig kwam het niet zo ver en dat is maar goed ook. Een bus vol boze Bolivianen tegen een paar met Peruaanse nummerborden uitgeruste motoren bestuurd door Europeanen
leek me geen ideale uitgangspositie. 

We vervolgden onze weg maar bleven op respectvolle afstand van de bus die voor ons reed.   Even later kwamen we aan bij ons hotel
“Grand Sucre”    We kregen allemaal een éénpersoonskamer toegewezen.   Wat een luxe.   Normaal hadden Fred en Jaap een kamer.
Herman en ik een, en Jan sliep alleen.  Mijn kamer was reeds gemoderniseerd en voorzien van een Jaccuzi.  Jaap wilde dit niet geloven
en zo kon ik een reep chocola, welke ik bij een weddenschap aan hem was verloren, terug verdienen.

 

Zondag 3.9

Oruro – Chullumani

 225 km Laatste 125km off road. Achteraf 250 km Off road.

Van ca. 4000 mtr. Naar 1500 mtr.

Het eerste stuk ging opnieuw over de Altiplano. Het was een recht stuk asfalt waarbij de naald van onze kilometerteller de 100 aanwees.
Ons thermo ondergoed was ook vandaag weer bittere noodzaak. Ik kreeg steenkoude handen. Ik was de enige die geen winterhand-
schoenen bij zich had. Lars had wel een extra set bij zich maar die waren niet te leen. Hij wilde ze me wel verkopen maar
Zo gek was ik ook weer niet. Na 100km verkleumd aan de koffie.

We liggen prachtig op schema. Nu nog ca. 60 km asfalt en dan off road. Er ligt een nieuwe weg die we niet mogen gebruiken. Hier en
daar liggen hopen zand en steen op de weg maar deze kunnen we met onze motoren redelijk omzeilen alhoewel het wel stunten is.

Soms was het asfalt slechts zo breed als en half fietspad maar desondanks konden we redelijk snelheid maken. Na een tijdje bereikten we één van de vele politieposten.
De gegevens van de motoren werden gecontroleerd. De ketting ging naar beneden en we konden weer door.

Vanaf nu veranderde alles, off road en de Andes was de Andes niet meer. Geen Altiplano maar echte bergen met prachtige kleuren.
We reden over rode klei, steenslag, zand en keien, wegen of een combinatie van alles.

De bergen kleurden van groen donkerbruin tot zwart. Prachtig waren de zwarte bergen met plukken witte sneeuw. We stopten regelmatig
om te genieten van de lama’s, het landschap en de rust We zagen zelfs echte wilde paarden. We waren ons niet bewust voor wat ons nog deze dag nog boven het hoofd hing.

We lunchten in een klein dorpje “Quini” waar ze nog nooit een toerist hadden gezien, laat staan in maanpakken en integraalhelmen.
Enkel zag je hier een Jawa Twin, zeker geen auto’s, soms bussen en vrachtauto’s. Knap van Geert dat hij ons hier toch weer inhaalde.
We wilden wat eten maar er zou volgens Lars, ondanks dat hij hier nog nooit geweest was, geen eetgelegenheid zijn, dus maar een pak koekjes en een fles Inca Kola gekocht.
Toen we het dorp uit reden, bleek er wel vier “restaurantje” te zijn.
De weg werd vervolgens steeds slechter en moeilijker.

“Peru Motors” was nog nooit in Gullumani geweest en had deze weg nog nooit gereden. Zo langzamerhand moesten we toch in de buurt
van onze bestemming komen. Bij herhaalde navraag bleek deze bestemming zich steeds verder van ons te verwijderen. Het tempo ging omhoog. Onze onderlinge afstand
bedroeg wel een minuut.   Dit omdat in deze tijd de stofwolk van je voorganger enigszins was wegge-
waaid. We raasden door de jungle, langs nederzettingen en eenzame hutjes.   De mensen klapten in hun handen alsof ze een echte rally
zagen, wat het zo langzamerhand ook begon te worden. Een kip en twee kuikens werd deze snelheid fataal. Lieve help, ‘waar zijn we mee bezig?’ dacht ik. Deze mensen hebben
niets anders dan een paar kippen en nu rijden wij ze nog dood ook. De hoeveelheid stof die geslikt moest worden, veroorzaakte opnieuw neusbloedingen bij mij. Plots zag ik iets donkerbruins onder de motor doorschieten. Later bleken dit boomstammetjes te zijn die als bruggetje over een watertje dienden. Hele stukken gingen in een flits aan ons voorbij
zoals het varken dat achter een kip aanzat. Slik... Hier en daar een hut waar wel of geen mensen woonden.

Inmiddels hadden we al lang de te rijden afstand gereden en wat we al geruime tijd vreesden, gebeurde. Langzaam begon de schemering
in te vallen. Hoe ver nog? Nog twee uur zei iemand, twee uur later was het nog vier uur rijden en weer een uur later nog twee uur. In vredesnaam, waar lag Chullumani?
Bestond dit dorp überhaupt wel. Zelfs Lars zag het niet meer zitten. De wegen werden nog slechter en leken soms meer op een rivierbedding dan een weg. Het werd donker,
de benzine raakte op. We reden de ene pas op, de andere af, en opnieuw en opnieuw. We raakten oververmoeid, alle spieren deden pijn, de concentratie verslapte hetgeen in
deze bergen dodelijk kan zijn.

We zien lichtjes boven en onder ons.   Daar moet het zijn was een aantal malen de gedachte.  Even zovele keren was het dat niet.

Dan uiteindelijk toch een dorp met zelfs een benzinepompstation. We tanken af en vragen hoe ver het nog is.  Volgens de pompbediende is het nog drie kwartier. Alhoewel er in
dit dorp een hostal is, besluiten we na enige discussie door te rijden. We hadden inmiddels dusdanig lang in het donker gereden dat we ook het laatste drie/vierde uur nog wel
uithielden. Het zou ons anders morgen een deel van de dag in de jungle kosten. Inmiddels was het volslagen duister geworden.

Gelukkig hadden we geen idee van de diepte van de afgronden naast ons. Hoe slecht de weg was, kregen we ook maar half meer mee. Het enige wat je deed was trachten het
achterlicht voor je in het stof te ontwaren en te volgen Voor de zoveelste maal vandaag ging de ketting van Herman er weer af. De vorige reparatie bleek dik onvoldoende te zijn.

Niet alleen vanwege het stof moest ik het scherm van mijn helm dicht houden maar ook omdat hier in de jungle allerlei enge beestjes bij
mij in de cockpit wilden komen kijken. We zagen lampjes oplichten van de ogen van ons niet bekende beesten.   Eindelijk bereiken we Chullumani. Onherkenbaar van het stof
laten we ons in het midden van het dorp, bij een uithangbord waarop met grote letters “CERVEZO” staat van de motor vallen. De dikke Indiaanse, die blijkbaar op een niet waar
te nemen krukje zit, schrikt als ze ons ziet maar is bereid vijf glazen en evenzo vele flessen bier te halen.   Het blijft niet bij één. Lars is een hotel gaan zoeken.  
Het beste hotel bleek recht tegenover
onze biertent te liggen.

Het hotel straalde vergane glorie  Er was een zwembad maar het groen-bruine water lokte niet bepaald uit tot een duik.

Het valt niet mee in het dorp nog wat te eten te krijgen maar we vinden een lokaal waar ze brood, vlees en eieren hebben. Het lukte ons het recept van Mc Donnalds door te geven
en zo zaten we even later achter een hamburger “holzacker art”. Later op de avond komt de volgauto binnen. Eindelijk kunnen we ons douchen. Dit zijn de dagen waarin alles is opgesloten, alle moois en alle ellende, dagen die je nooit vergeet maar waar je met gemengde gevoelens op terugziet.

 

Maandag 4.9

Chullumani.

Chullumani-La Paz 125 Km waarvan 80 Off Road.

Vanochtend uitgeslapen. We zullen in tegenstelling tot het schema een dag in Chullumani blijven. Hier kun je raften, maar er is geen rivier, paardrijden, maar er is geen paard,
een bezoek brengen aan het junglepark Apa-Apa, maar er is geen gids meer. Het park is bekend bij vele vogelaars en wordt o.a. bezocht door Toucan Tours. Iedereen verheugt
zich op een bezoek aan het junglepark. We gaan met Lars in de volgauto en Geert zal kijken of hij de ketting van de motor van Herman kan vernieuwen.
Daarvoor moet hij een smid zoeken, Geert mag dan handig zijn, hij is geen monteur.

Bij aankomst in het Park blijkt dat we een uur te laat zijn. De gids is juist vertrokken en alleen mogen we het park niet in. De Hacienda, aan
de ingang van het park is in bezit van een Amerikaanse uit Washinton DC. Zij woont hier nu permanent. Ze schenkt ons koffie in met eigen gebakken applepie, verrukkelijk.
Ze stelt ons voor een wandeling naar de rivier te maken over een smal pad

We worden vergezeld door haar twee Zuid Amerikaanse Deense doggen, een teckel en nog een hond van het ras asbak.   We plukken en
eten sinaasappels, mandarijnen en bananen. Zien wevervogels en hun nesten en allerlei klein grut.

Verder is in Chullumani niets te beleven en we besluiten nog deze dag na de lunch te vertrekken voor een 125 km lange rit naar La Paz.
We moesten wel op Geert wachten. Pas om twee uur was hij terug met de motor van Herman voorzien van een nieuwe ketting.

Dan op weg naar La-Paz. Op deze hoogte is het een stuk warmer dan de voorgaande dagen. Toch hebben we de thermo kleding aan omdat
we nog naar en hoogte van 4500 mtr. moeten alvorens La-Paz is bereikt.

Het eerste stukje hebben we ook gisteravond al in het duister gereden. We schrikken nu van de diepe en zeer steile afgronden.
Goed dat we dat niet geweten hebben. Soms zien we loodrecht onder ons op een diepte van 500 m. de rivier kronkelen. Het is bij tijd en
wijle angstig en je moet niet naar beneden kijken tijdens het rijden. Ik ga weer toeteren net als in India. De herinnering gaat terug naar
Ingrid, wat een geluk heeft zij gehad. Dit geluk is hier ondenkbaar, één verkeerde stuurbeweging, één schuiver, even niet opletten op de keien, het zand en de steenslag en
er rest je nog precies 500 m. vrije val om je zonden te overdenken.

De natuur is ook nu weer overweldigend evenals de hoeveelheid stof die we te slikken krijgen. Zelfs de afstand van ca. twee minuten
tussen elkaar was niet afdoende. We dalen langs steile hellingen en smalle slechte bergpaden af naar 1200 m. Op deze hoogte is het erg broeierig. Dan gaat het weer langs
dezelfde smalle slechte paden bergopwaarts. Jaap en ik blijven wat achter. We hebben gezien de
afstand toch geen haast en begrijpen niet waarom je dan risico’s moet nemen. Soms is onze voorrijder net als vorige dagen in geen velden
of wegen te bekennen. Dan na 80 km staat hij op ons te wachten. We bereiken de geasfalteerde en gerenoveerde weg. Ooit was dit de gevaarlijkste weg ter wereld.
Ontelbare kruisjes zijn hier nog de stille getuigen van.  We bereiken op 4500 m. het hoogste punt voor La-Paz. Koud. Brrrrr. Naar La-Paz is het nog 20 km en 500 mtr. dalen.
Vlak voor La-Paz laten we de motoren schoonspuiten. Ons Hotel “Cruz de los Andes” heeft een keurig betegelde inpandige garage. Daar horen schone motoren in.
In de stad kreeg Lars een lekke band. Eindelijk gerechtigheid, nu kon hij ons niet zoek rijden zoals zo vaak.

 

Dinsdag 5.9

 Rustdag in La-Paz.

La Paz is de bestuurlijke hoofdstad van Bolivia, heeft anderhalf miljoen inwoners en is gebouwd in een kloof beneden een vlakte. Het is
de hoogst gelegen hoofdstad ter wereld op een hoogte van 3600 m. Het continu omhoog en beneden lopen, vergt veel van je conditie.

Als je La Paz binnenkomt is het allemaal erg armoedig en vies.

Eenmaal in het bruisende hart is het een prachtige, zelfs een beetje mondaine stad.
Deze dag hebben we wat gelummeld. In de stad slenteren was erg vermoeiend i.v.m. de hoogte. Gedurende de gehele reis hebben we in vergelijking tot India minimaal
last gehad van hoogteziekte. Misschien kwam dit door de coca tee die we dronken, misschien door de breedtegraad of misschien door de luchtvochtigheid.
Andere redenen konden we niet bedenken.

We trachtten wat souvenirs te kopen en dronken heerlijke koffie in de Main street. Er zijn ook hier weer protest-demonstraties, ditmaal van
de bond van mijnwerkers. Ondanks de vele MP, die er met hun ryott guns, karabijnen (en al dies meer) veel gevaarlijker uitzien dan de politie bij ons , verloopt de demonstratie
rustig. Het is prachtig om al deze mensen te zien waarvan de vrouwen allemaal hun typerende bolhoedje en gekleurde poncho’s dragen. Mannen achter wegbrede spandoeken
en luidsprekers gaan hun vooraf.    S’nachts wordt er wel weer met dynamiet gegooid en worden ophitsende liederen gezongen en muziek gespeeld, wat erg onheilspellend op
ons overkomt.

We ontmoeten toevallig een Nederlands stelletje. Zij zijn te gast bij kennissen die hier net een restaurant hebben geopend. We moesten het maar eens proberen zeiden ze.   
S’avonds er naar toe, Martin de eigenaar was als gids “wie niet” in Zuid Amerika werkzaam geweest en had in La-Paz een meisje ontmoet. Verliefd, verloofd, verheiratet.
Zijn café restaurant had een Spaanse inslag dus bestelden we tapa’s en voor
de liefhebber waren er gehaktballetjes in satè saus. Het smaakte allemaal voortreffelijk, alleen moet hij zijn schoonvader die zo nodig op een stoeltje met een gitaar Spaanse
ballades zong de deur wijzen. Voor onze oren was het niet om aan te horen. 

 

Woensdag 6.9

 Excursie naar Moon Valley.

Op de motor naar Moon Valley ca. 20 km heen en terug.

Da band van Lars motor is geplakt en opnieuw is hij niet te volgen. De verantwoordelijkheid voor zijn groep is ver te zoeken.

De vallei van de maan doet zijn naam eer aan. Witte rotsen van zavel, afgewisseld door gaten van tientallen meters diep doen je denken aan hoe het maanlandschap eruit zou
moeten zien. Klauteren door dit landschap is heel bijzonder.

Een door erosie aangetast gebergte met uitgezette wandelpaden.

Eenzaam op een rots staat een fluitist in poncho en de hoed van de rattenvanger van Hamelen zijn Boliviaanse liederen melodramatisch ten gehore te brengen.
Hoe komt hij daar? Later blijkt er toch een trapje te zijn. Indrukwekkend hoe de natuur hier weer een totaal ander spel speelt. Diepe kloven in de zanderige rotsen.
Via het pad met bruggetjes komen we weer bij de uitgang /ingang. We kopen enkele souvenirs en gaan via een koffiestop terug naar ons hotel.

Vervolgens nog even gewinkeld na de middag en toen een siësta.    Gegeten bij een backpacker restaurant van Nederlandse origine.   Stampot boerenkool, hachè en nazi met
satè stonden op het menu. Van de vijf meisjes die achter ons zaten gokte ik dat de blonde met het figuur van “Frau Antje” uit Holland kwam, zuid of noord? typisch niet
van het groot Drentsche rijk.     Bij navraag bleek dit te kloppen de anderen waren Canadezen. Allemaal met de rugzak onderweg.

 

Donderdag 7.9

 La-Paz- Puno

350 Km Asfalt, dachten we.

Het was een heel gedoe de stad uit te komen. Lars was met zijn snelle acties in het drukke verkeer opnieuw niet te volgen. Pas na 20 Km kregen we het idee de stad achter
ons gelaten te hebben. Opnieuw 80 Km vlakke Altiplano, daarna bereikten we via prachtige gerenoveerde wegen de oevers van het Titicaca meer.   
We reden een heel stuk over een soort schiereiland met bergen.   Dan weer zagen we het meer
links dan weer een prachtig vergezicht op rechts.   Daarna scherp naar beneden tot aan een pont, althans dit heet een pont.   Er lagen twee redelijke houten boten voor wat
betreft de grootte.   Ze konden best een truckje geel zand vervoeren ondanks het feit dat de bodem van de boot bestond uit een paar zeer slechte zo uit de boom gezaagde planken. Daartussen alleen de ribben van de boot.   

We moesten voor zes motoren en de volgauto allebei de boten huren. Verdeling van inkomsten heet dat hier. Ik reed mijn motor recht de
boot op om er toen achter te komen dat ik er achteruit weer af moest. Geert hielp me de motor op de bok te draaien.

Er stonden best wel golven en gedurende de hele trip moest ik mijn motor vast houden. De boot zal best wel stevig geweest zijn maar als ik zie dat de vier hoeken van de
boot in geen enkel opzicht met elkaar meedeinen, verlies ik het vertrouwen.

Na ca. 30 km, kort voor Copacabana was de weg door actievoerders geblokkeerd. Mooi praten van Herman, hij sprak toch mooi een paar woorden Spaans, mocht niet baten.
Volgens Lars had dit ook geen zin want vermoedelijk zat er een paar honderd meter verderop wel weer een groep.

We moesten off road verder via een sluipdoor kruipdoor weggetje.

Plotseling stonden we bij een politiepost. Zij lieten ons door maar we waren plotseling wel in Peru, en dat zonder uit te klaren. Zonder uitklaring Bolivia geen inklaring Peru,
zonder inklaring Peru geen uitklaring (vertrek naar Nederland) uit Peru.

Via een ommelandse reis kwamen we aan de achterkant van de Boliviaanse grens terecht. We parkeerden de motoren 500 mtr. voor de
grens op een soort markt. Gelijk kwamen enkele Peruaanse schonen op ons af, ze wilden met Fred en Jan “grote mannen met maanpakken” op de foto.   
Een complete sessie werd geschoten, helaas vergaten wij hier zelf foto’s van te maken.

Vervolgens gingen we lopend terug naar Bolivia.   Verlieten dit land gelijk weer via de immigratiedienst en melden ons bij de Peruaanse immigratiedienst voor een visum.  
Zaak geregeld en terug naar de motoren.

In een dorpje bestelden we een menu, we kregen witte rijst met prut en vooraf soep. De soep met aardappel en een soort zeer grote
macaroni was niet te pruimen. Ook de rijst met prut konden we deels nog net annuleren. De totale kosten voor zeven man bedroegen twee euro.

We bereikten Puno en namen intrek in het Balsa Inn Hotel, een goed hotel maar vanaf s’morgens vijf uur erg lawaaiig

Daarna hebben we gegeten bij alweer een Italiaan. We genoten van een goede Alcapasteak.

                  

Vrijdag 8.9

Puno. Inca ruine en Titicacameer.

Vanmorgen was Geert onze gids we reden met hem naar de Inca ruines in Sulistani. Regelmatig hield Geert de groep achter zich in de
gaten en paste de rijsnelheid aan. Eindelijk een rustige rit waarbij we konden genieten van de omgeving.

Wat een verademing bij de voorgaande dagen. We trachten eerst nog te tanken maar de eerste twee stations bleken uitverkocht en de
derde had inferieure kwaliteit zodat we alleen het hoogst nodige volume aan brandstof tankten.

Op de plek die we bezochten, was zowel de Inca-cultuur als wel de prè inca tijd te bewonderen. Het betrof begraaftorens waarvan de
stenen prachtig op elkaar pasten.

Volgens de Hagenezen onder ons aanmerkelijk beter dan de hunebedden

   

Wij Drenten op onze beurt vonden de steentjes maar erg klein en niet moeilijk te stapelen.       De mensen werden in zittende houding
begraven, soms in één toren vijf boven elkaar. De begraaftorens waren bedoeld voor krijgsheren en edelmannen.   Bij hun dood werden
vele Alpaca’s geofferd en de rest van hun gezin werd ook gedood.     Voor ons mensen uit het groot Drentsche rijk ook niets nieuws.
Gebeurde hier reeds in de tijd voor de hunebedden.     Vanaf het slecht onderhouden museumpje, men is bezig met de bouw van een
nieuwe, moet je 500 m. omhoog lopen. Op deze hoogte, 4000 mtr. een hele klim.

Een lief klein meisje met een lammetje wilde wel met mij op de foto. Toen ik naast haar ging zitten, kwam gelijk het open handje. De bedoeling was duidelijk.
Ik heb haar dan ook maar gesponsord. Enkele Japanse meisjes (ja zelfs hier) dreven de spot met een lama, net
zo lang tot hij begon te spugen, en goed raak ook, de gilletjes waren niet van de lucht, waarvan de Lama op zijn beurt weer hip werd. 

De drie Drenten maakten foto’s in het T shirt van hun motorclubje  voor de website en het thuisfront. Op de terugreis bezochten we nog
een familie die hun huisje voor toeristen open stelde. Boven de ingang 2 stiertjes ten teken van geluk en voorspoed. We bekeken de slaapkamer met een stenen bed en
een matrasje. Het huis bestond verder uit enkel een keukentje. In de schuren werden de beesten ondergebracht zoals lama’s, schapen, varkens, marmotten en ezels.
We zagen ook de graanvoorraad en het brood dat van diverse
soorten graan werd gemaakt. Daarnaast bestaat het voedsel uit diverse soorten aardappelen: zoete, in zout ingelegde, bevroren en gedroogde.

We proefden zoete aardappelen met moddersaus, gemaakt van een soort leem, een gelige smurrie die best smakelijk was. Het vlees
komt van schapen, koeien, lama’s, alcapas en marmotten. De marmotten worden in hun geheel met de pootjes naar boven opgediend.
Helaas hebben we geen mogelijkheid gehad dit gerecht goed te proberen. Jan merkt op, als ik die zou eten en het thuis zou vertellen,
kom ik er nooit meer in. Men liet ons zien hoe het land bewerkt werd waarbij mijn interesse voor de grondsoort, een soort leem met
laagveen vreemd gevonden werd. Na een kleine donatie en het kopen van enkele souvenirs namen we afscheid en werden we door
de familie uitgezwaaid.

Na de lunch vertrekken we met de fietstaxi naar de haven van Puno.  Gelukkig voor de fietsers bergafwaarts.

Lars huurt een boot voor ons zessen, gezien de status van de boot verreweg de goedkoopste. Gezien de status van de boot, het koude
water, de wind en de golven lopen mij de rillingen over de rug  We vertrekken even later voor een ca. 40 minuten durende tocht naar de
ca. 40 drijvende rieteilanden van de Uros indianen op het Titicacameer. Titicaca betekent springende luipaard naar steen. Op Google earth
is te zien dat de vorm van het meer hiermee gelijkenis vertoont. Waar de indianen deze wijsheid zo vele jaren terug vandaan haalden, blijft evenals de Nasca figuren
een raadsel. Het meer vormt de natuurlijke grens tussen Bolivia en Peru. Het is het commercieel hoogst bevaar-bare meer ter wereld en ligt op 3800 m. hoogte en heeft een
oppervlakte van maar liefst 8300 km2. Het meer doet magisch, sacraal en
sereen tegelijk aan. De Inca’ geloofden dat hier voor het eerst de zon opkwam en dat ook hun god door de zonnegod in het ijskoude water van het meer is verwekt.

De Indianen zijn destijds door de Spanjaarden het meer in gedreven, zij wisten door riet te kappen en dit te laten drogen een kunstmatig eiland te maken. Zolang zij riet kappen,
drogen en hiermee het eiland bedekken, blijven ze drijven. Aan de onderzijde rot het riet weg en verveend. Aan de onderzijde van het riet is duidelijk de structuur van laagveen te ontdekken. Het lijkt op het veen uit de Vinkeveense plassen. Op de eilanden is het alsof je op pas gedorst koren loopt. Je zakt er tot je enkels in weg.

Op de eilanden hebben de indianen woningen “hutjes” van hoe kan het anders riet gebouwd. De mannen vissen overdag, kappen riet of bouwen rieten boten gelijkend op die
van Tor Heijerdahl.    De Uros indianen, eten zelfs riet. We hebben het ook geprobeerd, het zal wel voedzaam zijn maar er zit weinig of geen smaak aan.
Wij zien alleen de vrouwen en de kinderen. Zij verzorgen de verkoop van souvenirs, kleding etc, de grootste bron van inkomsten voor deze mensen.
Als we aankomen, helpen ze met het aanlanden van de boot en laten hun uitgestalde souvenirs zien. Eerst weer een foto voor de website. Kinderen komen op ons toe om ook
deel van de foto uit te maken, leuk. De foto’s zijn nog niet genomen of de bedelende handjes gaan in onze richting.
Het kost hier toch allemaal al niets dus geven we graag een paar boly’s (Bolivian Dollars)

We bezoeken enkele eilanden. Alle hebben een uitzichttoren van hout en riet. Het leven voor de kinderen lijkt ons erg gevaarlijk. Het ziet er niet naar uit dat ze kunnen zwemmen
dus wat als er brand uitbreekt? We gaan terug naar de haven en per motortaxi naar het hotel.

Puno is erg toeristisch en het is dus geen enkel probleem een restaurant te vinden. Pizeria’s, Chinees, je zegt het maar.

We gaan choppen voor de laatste cadeautjes en souvenirs.

Een meisje biedt haar handelswaar, gebreide truien van Alcapawol, aan. Ze is zo vasthoudend dat ze met ons naar het hotel gaat, ze is niet vervelend en prijst op leuke wijze
haar waar aan. Op alles wat we zeggen antwoord ze zeer ad-rem.   Herman koopt nog twee truien.
Ik wil ook nog één maar ze heeft mijn maat niet. Ze vraagt twee minuten en rent weg, haar hele handel achterlatend. We roepen haar terug
en zeggen dat ze 3 minuten krijgt. Inmiddels is haar zus op het toneel verschenen. Herman heeft medelijden en koopt ook bij haar een trui. Het eerste meisje komt terug met
mijn maat en ik ga akkoord.   Herman ziet vervolgens nog een mooie trui maar hij wil èèn met knopen er aan.     Het meisje geeft aan: ‘Ok sir morgenvroeg om 7.30’.
Dan is het genoeg geweest, we zeggen dat het ons te koud wordt buiten.
Zij biedt aan op onze kamer verder te handelen maar dat vinden we niet zo’n goed idee.    Alvorens we naar bed gaan, bekijken we nog even de gekochte waar.   
Herman ontdekt dat hij drie dezelfde truien heeft gekocht.   Ik ben lankmoedig en neem er één van hem over. 

 

Zaterdag 9.9

 

Puno-Chivay

300 km waarvan 80 Off road.

Ontbijt om 7.00 uur. Om precies 7.30 u. horen we getik op de ramen en jawel ons meisje van gisteravond staat er met de door Herman bestelde trui.
Opnieuw prees ze haar hele voorraad handelswaar aan alsof ze ons nog nooit gezien had. Maar ditmaal zonder succes.

Direct na Puno nemen we de binnen doorweg, off road. Al na enkele kilometers misten we de koplampen van onze volgauto. Wat we niet wisten, is dat we hem pas op
eindbestemming terug zouden zien. Na herhaaldelijke problemen met de koppeling van de trekhaak had men deze in Puno laten repareren.
Na een tussenstop aan het eind van het off road stuk konden we op geen enkele wijze contact krijgen met
de volgauto wat betekende dat we geen water en geen geen reserve benzine hadden. Het was een mooie route. Vlakke stukken werden afgewisseld met bergen, pampa’s
en woestijn. Onderweg zien we veel compleet verlaten dorpjes die illuster aandoen, ontelbare lama’s, alcapa’s, koeien, schapen, etc. Ook nu onderkennen we weer het gevaar
dat al deze loslopende beesten de straat oversteken om nog maar niet te spreken van alle loslopende honden die te pas en te onpas op je aan komen stormen omdat ze denken
dat jouw been een kluif is. Inmiddels hebben we wel geleerd deze honden te ontwijken maar hoe doe je dat bij een lama of koe?

Als Drentse Jager heb ik al te veel ongelukken met reeën meegemaakt en onwillekeurig draai ik het gas wat dichter. Het levert direct weer een achterstand op en bij een splitsing
moet ik gokken. Eerder had ik al eens het geluk dat na enige tijd de volgauto mij de juiste weg wees maar deze optie was nu niet aanwezig. Achteraf gelukkig goed gegokt.
Dan eindelijk weer asfalt, we bereiken het hoogste punt van onze reis (4920 meter). Dit is een mooi punt dus ook hier zijn weer de nodige dames met verkoopwaar,
het blijft mooi en kleurrijk.

   

Het hotel “Colca Inn” wist niets van onze komst. Druk telefonisch overleg wees uit dat Pure Peru geboekt had in een motel 20 km verder
de canyon in. Opnieuw op de fiets en 20 km off road weg raggen. Het motel Collahua in Yanque , www.hotwlcollahua.com  lag er mooi maar men had geen warm water dus
ook geen douche. Overigens had douchen sowieso geen zin. Van de volgauto was geen  spoor te bekennen dus we hadden ook geen kleren, toiletartikelen en medicijnen.
We kregen een buffet met dans en zang van lokale kinderen, stookten de
open haard in de hal op en trachten een potje te klaverjassen met doorzichtige kaarten op een tafeltje van 50 bij 50 voor een alles verzengende open haard. De andere keuze was vernikkelen van de kou. Ik hield mijn hoofd er niet bij en Jan en ik, de Drenten, verloren
dan ook terecht van de westerlingen Fred en Jaap. Dit zal wel nooit vergeten worden. De wijzen uit het oosten maken nu plaats voor turf, jenever en achterdocht.

Om 10.00 nog geen volgauto. Lars belt met z’n vrouw, zij weet van niets. Ook al is er iets gebeurd en is er mobiel geen bereik dan nog kan Geert met een basistoestel welke
overal is te vinden, bellen met de vrouw van Lars. De aanhanger moet er achterweg afgeschoten zijn is onze stellige mening. De knobbel van de trekhaak is wel vernieuwd maar
inmiddels is de haak van de aanhanger zodanig uitgesleten dat
ook deze absoluut vervangen had moeten worden. Later blijkt dat Geert nog geprobeerd heeft de aanhanger zonder wielen verder te slepen maar uiteindelijk is hij gestrand.
We gaan naar bed, ongewassen, zonder de tanden te poetsen en zonder medicijnen. De wind giert om het huisje, het is bitter koud. In ons huisje heeft men een potkacheltje
opgestookt met gedroogde mest. Dat maakt het wat behaaglijker.
Morgen moeten we er vroeg uit.

 

Zondag 10.9

Calcon-canyon Arequipa.

Voor we terugkeren naar Arequipa bezoeken we “Calcon Canyon”.

We gaan vroeg uit de veren en ontbijten om ca. 6.00 uur. Daarna stappen we ongewassen, ongeschoren met ongepoetste tanden en zonder medicijnen op de motor.
De volgauto is ook s’nachts niet komen opdagen. 60 km zwaar off road. We moeten om 8.15 op de uitkijkpost zijn want dan komt de zon precies boven de diepste canyon ter
wereld. Op de thermiek die dan ontstaat krijgen de condors de gelegenheid naar boven te ‘drijven’. Op eigen kracht kunnen ze dit niet. Om ca. 9.30 zijn ze dan “Über alle Berge”
(taal van het groot Drentsche rijk) om prooi te zoeken.

Achter de berg Mismi, hier in Colca Canyon, ontspringt de Amazone,de langste rivier ter wereld alhoewel de Nijl maar 30 kilometer korter is. We moeten door een pikdonkere tunnel.    
De zonnebrillen gaan af. Desondanks heeft Jan moeite te volgen, het licht op zijn motor doet het
niet. Herman krijgt een lekke band. Dan bij zoals eerder gemeld gebrek aan supplies toch maar weer voor de zoveelste keer lappen.

 Tijdens het wachten op de reparatie van de band van Herman ontmoeten we een Australiër. Hij had in Santiago een BMW 650 gekocht. Voorzien van onderdelen, incl. ketting,
tandwielen, voor- en achterband, etc. (wat een voorbeeld voor de organisatie van Peru motors!), was hij op weg naar Lima. Hier krijgt hij een socio “zijn vriendin uit Australië”
Dan gaat het terug door Bolivia, Chili, Equador en Brazilië.
Daarna zal hij de motor verkopen en teruggaan naar Australië. We wisselden ervaringen uit. Ook hij had in India “ladakh” gereden, was van Turkije via Iran, Afghanistan en Pakistan
naar India gereden. Hele stukken met een Nederlander.    We wensen elkaar een behouden reis en vervolgen onze weg.  Behalve wij, gaan er veel bussen naar de uitkijkpost.

Als we aankomen staan er al tientallen mensen te wachten op de condors. We zijn juist op tijd om de eerste uit de canyon omhoog te zien komen. Een imponerend gezicht deze
vogels met een spanwijdte van 3 meter. Hiermee zijn ze de grootste vliegende wezens op aarde.
Een enkele komt op ca 50 meter voor ons langs.

Fototoestellen klikken, camera’s zoemen. Bij gebrek aan koop ik maar een ansichtkaart. Ook hier weer vele dames met uitgestalde handelswaar, kleurrijk en aandacht trekkend.
We staan temidden van Fransen, Duitsers, Engelsen, Nederlanders, Australiërs, etc.

Op de terugweg raakt de accukast van Fred’s motor los en bungelt onder aan de motor. Geen serviceauto en geen monteur. Lars tracht
het apparaat met behulp van een stuk draad en een tang vast te zetten op de wijze zoals de boeren in de middeleeuwen deden,maar dat
lukt niet. Gelukkig zijn de handen van Jan aanmerkelijk sterker dan de tang van Lars. Jan knoopt de draad vast en deze zal het wel laten om weer los te raken.
Terug in Chivray wordt het probleem definitief door een smid opgelost. We rijden terug over het hoogste punt op 4900 m. en moeten opnieuw 35 km off road, het stuk dat we
naar Chivray ook al hadden gereden. Dit was het laatste stuk off road. Op de kruising in een toeristisch café, ontmoeten we Nederlanders die een reis door heel Zuid Amerika
maakten. We hebben ervaringen uitgewisseld, koffie gedronken en zijn weer doorgereden. Lars deelt mee dat we in tegenstelling met het programma niet in La Grutta maar in
een ander hotel overnachten. De volgende twee nachten dan weer wel in La Grutta.

Nu op het asfalt naar Arequipa.

Na 3300 km en een verblijf van ca. 14 dagen op 4000 mtr, terug in Arequipa op 2500 mtr.     Hotel Meliana is een goed hotel met zeer
vriendelijk personeel.   In de tuin gezellig een pilsje gedronken op de goede afloop, behalve Herman Hij voelde zich belabberd en nam
een paar immodiuum tabletten.

 Maandag 11.9

 Heerlijk hotel, we hebben in de tuin ontbeten en koffie gedronken.  

Met Herman gaat het al wat beter maar nu is Jaap weer aan de beurt. Hij blijft bijna de gehele dag op bed.    Hij gaat nog wel mee naar
El Gaucho om te eten maar bij het openen van de deur lijkt het hem toch verstandig terug te keren naar het hotel. Jammer voor hem want
er wordt een fantastische steak, wijn en papas frites geserveerd.

 Dinsdag 12.9

We verhuizen naar La Grutta, het hotel van Lars. Grote nette kamers en een prima internet-verbinding.

We bezoeken het nonnenklooster Monasterio Santa Catalina.  We gaan met de taxi aangezien dit toch maar 0,75 euro kost. Je ziet daarom
ook weinig auto’s laat staan bussen. De taxi’s zijn allemaal gelijk, merk Deawoo, model tico, kleur okergeel. Ze zijn niet geschikt voor grote mensen, daarom namen we er
maar twee. Ook hier is 0,75 euro het geldende tarief voor de hele stad.
Het is een prachtig klooster waar destijds naar huidige maatstaven wel 100.000 euro betaald moest worden om Novice te worden, maar
ach, uithuwelijken kostte ook geld.   Het is een klooster in de pastelkleuren helblauw, oranjerood en Sikkens wit. De novices cq. nonnen hadden grote kamers met bed, tafel,
stoelen en wasgerij. Behalve bidden werd dagelijks veel tijd aan handarbeid besteed. Het is een compleet geheel met verschillende straatjes, allemaal even kleurrijk en
architectonisch prachtig opgezet.

Op de terugweg kochten we nog een fles wodka van 3,- euro voor op de kamer. Deze avond werden we door Peru motors uitgenodigd voor een afscheidsetentje.
Zoals we al verwacht hadden moesten we natuurlijk wel zelf betalen. De lol was er af en ik besloot bij het restaurant maar niet mee te doen.

 Woensdag. 13.9

Om 8.00 u. vlogen we terug naar Lima. Pure Peru wachtte ons op met een busje met chauffeur.     Ursula was onze gids, één van haar
overgroot vaderen was Duitser en had iets gedaan met één van haar overover grootmoeders. Zij kwam uit een familie die een mijn bezat.
Ze had stijl, dat was duidelijk te merken.   We reden downtown tot op het plein van de 2e Mei.   Een groot plein met prachtige gebouwen.

Ze bracht ons naar een café waar we van lekkere koffie konden genieten ware het niet dat direct om de hoek weer en protestbijeenkomst
was met het monotone gedreun van voor mij onbegrijpelijke slagzinnen die door de protesterenden in koor beantwoord werden.

We bezochten de St. Martins Kathedraal en daarna de grote Kathedraal. Toen de anderen ook nog de catacomben wilden zien ben ik op
een bankje op het plein gaan zitten
Inmiddels had ik even genoeg geschiedenisles gehad. Een agent van de securidad sprak me aan en vroeg waar ik vandaan kwam.
Hij wist meer van het Nederlandse voetbal dan ik.  PSV heeft gisteren gelijk gespeeld en Farfan was niet in zijn goede doen. Farfan moet
een Peruaan zijn. Hij noemde nog meer spelers die in Europa voetbalden. Ik deed maar of ik het wist. We hadden het over het weer en
over koetjes en kalfjes. Ursula ging met ons naar China city waar ze een goede Chinees wist. Aan haar kennis valt nu niet meer te twijfelen.
Zelden heb ik zo goed Chinees gegeten.

Later op het vliegveld hebben we samen met haar onze reis geëvalueerd en moesten we beloven een afschrift zowel het verslag als van de lijst met klachten en opmerkingen
aan hen te sturen.   De vlucht van Arequipa naar Lima duurde die dag ca. anderhalf uur. Lima-Bonaire drie en een half uur. Een uur wachten op Bonaire en dan nog negen en
een half uur naar Schiphol. Met de trein naar Hoogeveen twee uur en dan tot slot een half uur met de auto naar huis.

Totaal onderweg 39 uur tijdsverschil zeven uur dus netto 32 uur.

Vliegtijd: 16 en een half uur inclusief overstappen op Bonaire.

Moe en voldaan nam ik thuis een biertje. Niet gedacht maar de volgende dag toch een jetlag.

 

Resumè

Zoals u hebt kunnen lezen waren er gedurende deze reis een aantal minpunten.   Hierover hebben we gesproken met Travel 2 Explore.

Men heeft ons verzekerd dat deze onvolkomenheden, welke o.a. te maken hadden met het feit dat deze reis een "pilot tour" was,
niet meer zullen voorkomen

Na Himalaya en Andes op naar de volgende reis.

H.J.K Beuker

Naar boven

 

 

 

21 Day’s 21 Country’s        Motorreis door Europa van 3 man op de Bonnefooi.

 

Na gedrieën een reis door India, Himalaya, met  de hoogste pas ter wereld, en een reis door Zuid Amerika (Peru Chili en Peru) gemaakt te hebben, moest er iets anders gebeuren.

Na een gezellige avond met Rob van Rijnswou, hij maakte reeds reizen van De Haag naar Bali. Van Nederland naar Mongolië (Chinese grens) en Zuid Amerika, besloten we om
het eens binnen Europa te houden.

Een reis rond de Zwarte Zee leek een goed idee. Bij nadere informatie bleek dit gezien de toestand in Tjetjenië niet mogelijk. Dan maar aan deze kant van de Zwarte Zee langs.
Maar wat was dan de uitdaging?

De reis mocht niet langer duren dan 21 dagen. Na enig telwerk leek het ons mogelijk binnen deze periode een evenzo groot aantal landen aan te doen.

En zo werd na enig rekenwerk de route samengesteld. Wat zou deze reis ons brengen?

 

 

Zondag 20 Juli 2008

Nederland, Duitsland en Oostenrijk

 

Om 6.00 uur verlaten wij (Herman van Wijk, Jan Elzing en Henk Beuker) Schoonebeek. Na 10km passeren we de Duitse grens. Al snel na de start begint het te regenen en
moesten we de regenuitrusting aantrekken.. s’middags was het half bewolkt en bleef het droog.

Via Kassel en München bereiken we Villach. In een klein dorpje direct na de afslag Villach vinden we ons eerste B&B pension.

Na een goed maal, een gesprek met de lokaaltjes en een biertje in een restaurant tegenover ons pension namen we onze intrek in de 3 persoonskamer.

 

Maandag 21 Juli 2008

Oostenrijk, Italië, Slovenië, Kroatië en Bosnië  

 

Na het ontbijt en de afrekening van Euro 20 pp incl ontbijt maakten we ons op voor de 2e tocht.

Eerst naar Italië. Na ca. 10 km. Bereiken we Travisio. Hier nemen we de afslag naar Ljubliana.

Ondanks dat we in de krant hadden gelezen dat het Europese parlement niet had ingestemd met het voornemen van Slovenië om een tolvignet te verplichten,
moesten we toch mooi betalen. Het vignet voor motoren was gelukkig maar voor de halve prijs, dus rekenden we Euro 17,50 per motor af.
Onze eerste ontmoeting met Europese regelgeving. Er zou nog zoveel meer volgen.

Via RIF werden we bij poortjes op de snelweg gecontroleerd.

Op naar Zagreb Kroatië. Jan liet ons het centrum van de stad zien, duurt iets langer maar wel leuk. Dan op naar Banja Luka in Bosnië, na Nederland, Duitsland, Oostenrijk,
Italië, Slovenië, Kroatië is Bosnië ons 7e land. En het was pas de 2e dag.

Iets zuidelijk van Banja Luka vonden we een slaapgelegenheid.

 

Dinsdag 22 Juli 2008

Bosnië Kroatië

 

Om 4 uur werden we wakker. De regen kwam bij bakken uit de lucht. Na een omelet en een warme douche stapten we weer op de motor.

De regen had veel stenen losgemaakt van de bergwanden waarvoor je goed moest oppassen. Verder een fantastische route met veel natuurschoon.
Door het losgeraakte gesteente en de regen lag ons tempo ver beneden dat wat we hadden gepland. Na een fikse wegomlegging bereikten we Mostar met zijn
wereldberoemde brug die tijden de oorlog totaal werd kapot geschoten.

Inmiddels is de brug gerestaureerd. Niet alle materialen zijn authentiek. We zien ook veel beton. Vervolgens rijden we naar Blagai. Hier nestelden zich 12000 jaar
terug de eerste bewoners. Zij maakten holen in de berg waar de rivier door stroomde. Een toeristische trekpleister. We aten er enkel verse forellen.
Daarna naar Metcovic, en voor de 2e maal waren we in Kroatië.

In hotel Metcovic vonden we een goede gelegenheid te overnachten. Helaas was er geen restaurant in het hotel, maar de broer van de eigenaar had een
restaurant direct naast het hotel. Naast dit restaurant was een Lidl. Jan en Herman gingen er een fles vodka kopen. Ze hadden ook een cadeautje voor mij gekocht,
een paar kniewarmers voor op de motor, speciaal voor mijn zere knie. Hoe aandoenlijk! De fles vodka werd op tafel gezet. De ober bracht de kaart en wij schaamden
ons een beetje voor de fles vodka die nog op tafel stond. Tot onze grote verbazing vroeg de ober of wij er een paar glazen met ijs bij wilden. Waar maak je dat nog mee? 
 We bestelden en menu en rekenden 8 euro pp incl. bier af.

Tijdens de reis viel op dat er niet zo heel veel meer te zien was van de oorlog die hier gewoed heeft. Vergeleken met een reis die ik vele jaren geleden maakte kun je
zien dat er behoorlijk is  geïnvesteerd in renovatie werkzaamheden. Met het passeren van de Sloveense grens zijn de brandstof prijzen een stuk plezieriger.
We betalen nu van 1,10 t/m 1.30 p/ltr. Ook vandaag weer de nodige politie controles, De meesten voorzien van een laserpistool, hier zie je echt veel blauw op straat.
Ook veel namaak politieauto’s met agenten, gemaakt van duplex.

 

Woensdag 23 Juli 2008

Kroatië Bosnië Kroatië Montenegro

 

Na een deftig ontbijt gestart voor een rit van ca. 250km Prachtig weer, half bewolkt en 24 gr.

Het ideale motorrijders weer. Van Kroatië naar Bosnië (2e keer Bosnië) Kroatë heeft bij de vredesbesprekingen een opening naar zee bedongen.
Dus van Bosnië weer naar Kroatië (3e keer Kroatië) We rijden door de stad Dubrovnik en zien het fenominale kasteel.Er is echter geen gelegenheid de motoren veilig
te stallen en ook zitten we in tijdnood. Het is te warm om door de stad te rijden en we proberen deze zo snel mogelijk te verlaten, wat best nog een hele tour was.
Na Dubrovnik ging het van een leien dakje. Mooie wegen met prachtige bochten. Helemaal langs de Adria. We passeerden de grens met Montenegro het 8ste land.
In Podgornica was geen goedkope kamer te verkrijgen dus op naar de Albanese grens. De weg werd steeds slechter. Nog maar zo breed als een ruilverkavelingweggetje
maar dan wel met duizenden kuilen en hobbels. 40km was het maximum. Zonder nog maar een overnachtingsmogelijkheid gezien te hebben werden door de
Montenegoriaanse politie vlak voor de grens aangehouden.  Ze vroegen wat we van plan waren en waarschuwden ons niet verder te gaan. De grens was nog maar enkele
km’s ver en daarna werd de weg steeds slechter en waren er absoluut geen overnachtingsmogelijkheden meer. Op onze vraag, en wat nu?
Verwezen ze ons terug naar een dorpje op ca 5km geheten Tuzi. Hier was een gelegenheid te overnachten die wij over het hoofd hadden gezien.
Het pension lag verscholen achter hoge bomen. Gelukkig hadden ze nog een 3 persoons kamer. Bij de plaatselijk Mac Donalds althans dat concept probeerden ze te
hanteren kregen we nog wat voedsel. We spraken met een Amerikaan van Montenegriaanse afkomst en nu zijn vakantie hier doorbracht.
Van hem hoorden we veel over de geschiedenis van het land en de wijze van verzelfstandiging. Bij uitzondering heeft Montenegro de Euro.
dit omdat na .het zelfstandig worden men heeft gekozen voor invoering van de Duitse mark. Deze kon bij de invoering van de Euro direct omgewisseld worden. 
Na terugkomst in het hotel kregen we nog een rondje van de baas.  Hij vond Nederland een geweldig land met goede mensen. Hij was er zelf ooit geweest.

 

Donderdag 24 Juli 2008

Montenegro Albanië Kosovo Macedonië

 

Om 9.oo vertrek uit pension Imperial Tuzi richting Albanese grens. Het 9e land. Het zou een dag met hoogte en dieptepunten worden. Eerst een nat pak dan wegen met gaten
zo groot als panzergrachten. We herinnerden ons de waarschuwing van de politie gisteravond.

We passeerden na de nodige controles 4 slagbomen 7 loketten 30Euro entreekosten etc. de Albanese grens. Hier werd de weg pas echt slecht. Stapvoets legden we vele km’s af. Regelmatig keek ik achterom of mijn koffers nog wel aan de motor hingen. De voorvork moest kreeg veel te verduren door de kuilen waarin het hele voorwiel bijkant verdween.
Bij ieder gat was het alsof je een schop onder je kont kreeg.

Extra pijnstillers waren nodig om mijn zere knie te doen vergeten.

Albanië heeft prachtig natuurschoon mooie bergachtige gebieden. Jammer dat ze het stadsvuil storten in de bermen buiten de steden. Als ze dat ook nog eens in brand steken
is er niet veel leuks meer in dit land te ontdekken. In de steden zie je Indiase taferelen, maar dan niet zo vrolijk en gekleurd en de mensen kijken allemaal verdrietig in
tegenstelling tot in India.

Bijna alles  gebeurd hier nog met paard en wagen en ook zien we veel gipsy’s.  In het oostelijke gedeelte van Albanië is men druk doende betere wegen aan te leggen.
Een nieuw stuk door de bergen verleide ons tot het opvoeren van de snelheid. Het leek of ze hier morgen de TT wilden organiseren, prachtig wegdek mooie doordraaiers
en geweldige vergezichten. Later weer de nodige weg werkzaamheden, waarbij gravel en grof gesteente ons niet werden onthouden. We bereiken Kosovo, Land no: 10.
Ook hier weer de nodige grensperikelen, veel K Force en andere militairen. Nu moeten we Euro 60 betalen voor de verzekering van onze motoren. Kosovo staat namelijk niet
op de “groene” kaart. In Prizren wilden we gezien de tijd, inmiddels was het 4 uur, een hotel te vinden, maar de stad maakte een dusdanige desolate en criminele indruk dat we
hier vanaf zagen en besloten te proberen Macedonië te bereiken ons 11de land. Dit bleek aanmerkelijk verder te zijn dan we verwacht hadden.

De bewegwijzering liet ons opnieuw in de steek en na een aantal omtrekkende bewegingen arriveerden we na de grenspassage met Macedonië laat in de avond Skopje.

In het eerste hotel vond een mohammedaanse bruiloft plaats. Niks voor ons dus op zoek naar de volgende. Hotel Luxor 4 sterren, te duur dus doorrijden.  Na veel ronddolen,
kwamen we plots op de snelweg naar Athene terecht. Na ca. 30km konden we de afslag naar het vliegveld nemen en terug de stad inrijden.Inmiddels nog geen hotel gevonden
dus besloten we terug te rijden naar Hotel Luxor we konden in ieder geval vragen wat de kosten waren. Ons zitvlak begon pijnlijke plekken te vertonen en het werd steeds later..
Ze hadden een 3 pers. Kamer voor de somma van Euro 65. incl ontbijt voor 3 personen, en dat voor een 4 sterren hotel. Eten konden we er niet maar er was op enkele kilometers
een goed restaurant. We namen een taxi en bestelden een voortreffelijke Piza in het restaurant. Na een biertje en enkel Voka-jus. Was het niet moeilijk de slaap te vatten.
Hoe wrang dat we de volgende morgen 85 euro voor de kamer af moesten rekenen, en 15 euro voor de koffie en het sinasappelsap bij het ontbijt. Zat niet in de prijs inbegrepen.
We hadden het niet goed begrepen. Ja, Ja.

 

Vrijdag 25 Juli 2008

Macedonië Bulgarije Griekenland

 

In een miezerige regen vertrokken. Na reeds 20 km hebben we ons warmer aangetrokken en na nog eens 10 km moest ook de regenoveral uit de koffer.
Via een mooie bergachtige route rijden we naar Sofia in Bulgarije, land 12. Bij de uitgaande grenspost van Macedonië werden we aangehouden. Een man kwam direct met
een roze formulier op ons afstormde, hebben jullie dit formulier?

We kijken elkaar aan en zeggen NO! Dat moet, die hebben jullie bij de ingaande grenspost gekregen. We ontkennen in alle toonaarden en de man vroeg “what I have to do with you”

We zouden het niet weten. Er waren twee mogelijkheden, of we bleven in Macedonië of hij liet ons door. Een derde variant deed het uiteindelijk beter.
Op het voorstel van Herman hem een 5 Eurobiljet te geven voor een biertje trok hij een minzaam gezicht, incasseerde en verwees ons door naar het zoveelste loket.
Ook hier weer de nodige controle ingaande politie, vervoersdocumenten controle, invoer motor Douane. 3 km niemandsland en de zelfde procedure aan de Bulgaarse kant.
We kwamen langs een garage met het opschrift “Holland Garage” Er stonden meer dan 10 kanariegele Humbers voor de deur. Vermoedelijk te wachten om ingeruild te worden
voor een Ford Transit. Aangezien we behoorlijke vorderingen maken besluiten we i.p.v. in Sofia in Griekenland te overnachten.

Op een smalle weg werden we door 2 halfgare Hollandse vrachtwagens ingehaald . Ze stoven ons met een onverantwoordelijk hoge snelheid voorbij.
Van de schrik hebben we bij een meertje op een omleidingroute heerlijk een visje gegeten.

In Sofia waren we even het spoor bijster je ziet ook hier weinig of geen richtingsborden. Geholpen door een lokale biker, hij rijdt ons voor richting Griekse grens, pakken we
het spoor weer op.

Bij de grens naar Griekenland alleen maar een paspoortcontrole. De route door Griekenland, ons 13e land is slechts ca 50km. In een klein plaatsje bezijdens de route vinden
we een pensionnetje. Voor luttele euro’s hebben we een 4 pers. appartement zonder ontbijt. Wel kregen we als welkom jus van oranges. S’avonds het dorp in.
Er was een groot feest ter ere van de èèn of andere bevrijding. Veel muziek, dans en mensen in klederdracht. Vanzelfsprekend aten we suflaki en dronken we uzo.
En omdat we Nederlanders zijn ook een flesje Amstel. Op de kamer nog een vodka jus hetgeen inmiddels een vaste gewoonte was geworden.

 

Zaterdag 26 Juli 2008

Griekenland Turkeije

 

Na enkele kilometers vonden we de weg naar Edin in Turkeije

In een klein plaatsje in net voor de grens nog snel even een omelet gegeten. Om te communiceren met de uitbater werd snel even het buurmeisje opgetrommeld.
De omelet was vet en de begeleidende cola zorgde ervoor dat we een knap zwaar gevoel in onze maag hadden.

Dan bereiken we de Turkse grens. Eerst door een diepe bak van ca. 75 cm diep, gevuld met ontsmettingswater, wat we van eerdere grensovergangen wel kenden.
Alleen hadden we toen regenkleding aan. Gelukkig stond de sproeier boven de bak niet aan.

Het was niet druk voor de grens. Wij concludeerden dat we er dus weinig tijd zouden verliezen. Dit bleek een misvatting. Er stonden veel militairen met een pief paf poef.

Eerst dachten we nog aan een ontvangstcomité. Maar nee ze keken heel erg nors.

We mochten door naar de 2e grenspost. Ook hier weer slagbomen. We werden doorverwezen naar loket 1.  Er stond nog een rijtje turken te wachten en dat wachten duurde erg lang. Eindelijk waren we aan de beurt. De meneer achter loket 1 bekeek onze paspoorten uitvoerig en verwees ons uiteindelijk door naar loket 2 waar we en visum moesten kopen.

Kosten 10 Euro p/p. we betaalden en de ambtenaar schuurde 3 zegels uit een boekje en bracht die naar de man achter loket 1. Terug naar loket 1. De man plakte de zegels in onze paspoorten, voorzag het paspoort van de nodige stempels en verwees ons door naar loket 3.

De ambtenaar achter loket 3 controleerde de kentekenbewijzen en de groen kaart. Typte alle wel en niet relevante gegevens in de pc en verwijst ons terug naar loket 2 hier
wordt gecontroleerd of de man van loket 3 de gegevens juist heeft ingeklopt. Het duurt enige tijd maar dan worden er toch nog een aantal stempels toegevoegd, krijgen we kentekenbewijzen en groene kaarten terug en mogen we naar de douane. (land 14)

Was de weg naar Istanbul gisteren nog èèn grote file waar we niets anders moesten dan inhalen. Hier was het nog geen autoweg Zo leeg was nu de autoweg.
Gisteren nog vroegen we ons af wat al die mensen wel in Istanbul te zoeken hadden. Vandaag vroegen we ons af waarom niemand naar Istanbul ging.
Het had zeker te maken met de tol die voor de autoweg betaald moest worden. We konden rustig een tempootje van 150 km p/u aanhouden en dat schiet lekker op.
Het werd steeds warmer. Eerst kregen we de Zee van Marmara in zicht. Een tijdje later doemde voor ons Istanbul op. Wat een immens grote stad.

Een uurtje later reden we nog steeds in de stad (120km p/u) alsof er maar geen eind aan wilde komen. We hielden richting Ankara aan en kwamen uiteindelijk bij de
noordelijke brug over de Bosporus.

Video op de motor en de brug over naar Azië. Na de brug de eerste weg rechts richting zuiden langs het water. Op een terrasje bestelden we wat te eten, kleine makreel.
We kregen de man wel zo’n 15 stuks. Kop en staart moesten ook gegeten worden. Door naar de zuidelijk brug en hierover terug naar Europa.

In een boekje over de stad had ik een hotel gevonden welke goed was aangeschreven en niet duur. Dit hotel bevond zich in het gedeelte van de stad dat Ayasofia heet.

Op zoek naar Ayasofia raakten we elkaar voor de eerste keer kwijt. Bij navraag naar de route, waarbij gezegd werd “eerste weg rechts” ging Herman er als een speer vandoor.
De eerste weg rechts was echter de weg waar we voor stonden. Jan en ik bleven wachten op wat zou gaan gebeuren
Na een rondje Istanbul en een telefoontje kwam Herman na enige tijd van tegenovergestelde richting aanrijden

We vonden na veel navraag het hotel en melde me bij de receptie. Er was plaats. We moesten euro 75 per nacht betalen voor 3 pers. incl ontbijt. Wel moesten de motoren
op het trottoir blijven staan maar hier was 24 uur video bewaking. Inmiddels had zich buiten iemand bij Jan en Herman gemeld. Hij had een spiksplinternieuw hotel voor ons.
We konden daar de motoren stallen in een bewaakte ruimte. En het was nog veel goedkopper ook, 40 Euro voor 3 pers p/n incl ontbijt. Herman nam de knaap achter op de motor
en ging kijken terwijl Jan en ik wachten. Herman kwam heel enthousiast terug en we besloten voor hotel “The Bijzantium” te kiezen. In de lobby kregen we een welkomstdrankje.
Hadden we ook verdiend vanwege de warmte en het drukke verkeer in de stad. Na het welkomstdrankje moesten de incheck formaliteiten afgewikkeld worden.

Ondertussen brachten we onze spullen naar de kamer. We roken onszelf van het zweet.

De man achter de balie zei dat we 240 Euro moesten betalen voor twee nachten. Het ging om een 2 en een 1 pers. Kamer Volgen de man van de straat klopte dit.
Herman had het verkeerd begrepen. Er ontspon zich een felle discussie en we besloten onze spullen te halen en te vertrekken..  De man van de straat kwam terug en bood
ons een deal aan. Een 2 pers. kamer met extra bed voor 30 Euro pp p/n incl ontbijt. Te moe om nog verder te discussiëren namen we zijn bod aan maar we voelden ons behoorlijk bedrogen.

Het hotel zelf, moet gezegd, was werkelijk nieuw en de kamers zagen er perfect uit. Mijn bijzetbed stond voor het ram en ik had een geweldig uitzicht op de Bosporus.
Vanuit mijn bed zag ik veel grote schepen de stad in en uitgaan. Containerschepen , bulkcarriers, passagiersschepen, ferry’s en allerhande ander varend materieel.

Het negatieve van zakendoen herhaalde zich met grote regelmaat. Zo vroegen we op een terrasje wat en halve liter bier koste 1.50 was het antwoord.
Na 2 pilsjes vroeg de ober 20 euro en zou dan 5 teruggeven. M.a.w. 15 euro. Opnieuw discussie. Dit begint te vervelen. Terwijl deze korte termijn winsten negatieve effecten
voor de lange termijn zullen hebben. Toeristen willen dit niet. Op ditzelfde terras kregen we contact met een Turkse jongen en een meisje uit Nieuw Zeeland.
Opeens schreeuwde Jan “kijk uit rat”  Er scharrelde een rat onder onze tafel. Ik heb nog nooit een meid zo snel de beentjes omhoog zien steken.

 

Zondag 27 Juli 2008

Vrije dag in Istanbul

 

Om 6.oo uur werden we opgeroepen tot gebed.   Het schalde uit meerdere toeters tegelijk. We bleven liggen tot half negen, wassen, scheren aankleden en op naar het ontbijt.
Vandaag een vrije dag dus waarom, druk maken.

We bezoeken de blauwe moskee die eigenlijk groen is. Van buiten meer imponerend dan van binnen. Na het bezoek aan de “kerk” dronken we koffie.
We vernamen dat de grote bazaar zondags gesloten was en dus besloten we tot een rondvaart over de Bosporus.

Zat van al het gehandel over Euro en Turkse lire besloten we wat lokale munt uit de muur te trekken. Met de taxi (eerst prijsafspraak) gingen we naar de rondvaartboten.
Mr. 30 euro, rot op. Een eind verder Mr 20 euro. Uiteindelijk kregen we een kaartje voor 10 euro. Best wel indrukwekkend zo’n rondvaart. Behalve dat we onder de twee bruggen,
die naar Azië leidden, doorvoeren hadden we vanaf het water een prachtig uitzicht op de stad. Aangezien de zon scheen  genoten we van enorm van deze trip.

Na de rondvaart kwamen we toch op de grand bazaar terecht. Veel soeks waren gesloten maar we kregen toch voldoende indruk van wat er allemaal te koop was.
Niets interessants voor ons mannen. We slenterden wat door de stad aten kebab, dronken een biertje en namen de taxi terug. Op een terrasje raakten we aan de praat met
3 Turkse intellectuele bikers. Discussiepunten: Turkije en Europa, economie, commercie, beroepen, en natuurlijk motoren. Vreemd genoeg niet over vrouwen.
Na een middagdutje een restaurant gezocht, hetgeen hier geen enkele moeite is. Er is bijna niets anders in dit gedeelte van de stad. Op een terrasje eten besteld bij een meisje
uit Tsjechië, was verliefd op de stad geworden,???.

Plots een harde boem direct daarna gevolgd door een nog hardere. Meeuwen krijsen boven ons, opgeschrikt door het lawaai.

Goh, hebben ze nu al weer vuurwerk? Gisteren ook al. Later werden we gebeld vanuit Nederland gebeld met de vraag, hebben jullie iets meegekregen de aanslagen  van de
PKK waarbij 21 mensen het leven lieten. Dit alles gebeurde op een afstand van ons van nog geen 2 km. Wel even schrikken 21 doden op nog geen 2 km.

Ook werd ons gezegd dat er hevige overstromingen hadden plaatsgevonden bij de rivier “De Prut” Deze rivier ligt op de grens Ukraine / Roemenië
Ook hier zouden slachtoffers te betreuren zijn.

We konden ons hier nog niet te veel zorgen over maken ondanks dat we er beelden van zagen op de TV. Het was nog zo ver weg.

 

Maandag 28 Juli 2008 

Turkeije Bulgarije

 

Vandaag  van Istanbul naar Varna. Het is even zoeken de stad uit te komen. Als je de stad inrijdt zie je overal borden die naar het centrum verwijzen, ben je in het centrum
vindt je geen enkel bord welke je verwijst naar andere plaatsen. Het eerste stuk reden we over de snelweg terug richting Edine daarna richting Bourgos in Bulgarije hierna
werd de weg steeds slechter. Het was echter prachtig weer en we reden over zeer heuvelachtig terrein met fraaie vergezichten. We zien veel wijnbouw, zonnebloemen,
graan en andere gewassen afgewisseld met bos en braak.

We bereikten voor de 2e keer deze reis de grens van Bulgarije en tot tegenstelling van de eerste keer dat we Bulgarije binnenkwamen, toen een vriendelijke douaniëre die
slechts onze kentekens op een briefje noteerde, moesten we nu ca. 10 loketten afwerken en werden van het kastje naar de muur gestuurd. Heeft dit te maken met de verhouding
met Turkije? Eerst politie dan Douane, hier werden alle gegevens van paspoort, kenteken en groene kaart in de PC ingebracht en op een soort USB stick gezet. Met deze USB stick
naar het volgende loket en soms weer naar het vorige. enz. enz. totaal hebben we bij deze grenspassage alleen al ca 15 loketten bezocht met evenvele norse ambtenaren. 

We belanden in een vette hoosbui, het water ging ons over de laarzen, Vrachtauto`s bezorgden ons een niet bepaald verfrissende douche. We zagen de gaten in de weg niet meer
en bij verkeerslichten moest je even voelen of je niet per ongeluk in een gat stapte. We bereiken Varna, een mondaine stad aan de zwarte zee. We boeken een appartement in
Hotel Perfect welke in het boekje van loneley planet werd aanbevolen. Na de afspraak over de prijs werd er een correctie gemaakt i.v.m. dat we slechts èèn nacht bleven.
Herman trok daar een vies gezicht bij en de alleraardigste receptioniste vroeg of dat een probleem was waarbij Herman antwoordde dat het natuurlijk wel om geld ging.
OK was haar antwoord dan krijg je het voor de afgesproken prijs. Fideel! Op de boulevard van Varna vergelijkbaar met de champs elisè in Parijs dronken we bier voor 1 euro
per halve liter. We keken onze ogen uit naar al het vrouwelijk schoon. Hoog gehakt, perfecte kleding, pusch-up en maximaal 55kg. We aten met z’n drieën een 3 gangen menu
voor 25 euro incl bier en een fles heerlijke Bulgaarse wijn. In ons hotel babbelen we nog wat met de ober. En op de kamer het gebruikelijk ritueel, alvorens ons op èèn oor te leggen.

 

Dinsdag 29 Juli 2008

Bulgarije Roemenië

 

Na een goed ontbijt waarbij we konden kiezen uit ca. 25 menu’s zochten we onze motoren op die in een kleine garage in het hotel waren gestald. De housekeeper had onze
windschermen gepoetst en de receptioniste was drukdoende met haar telefoontoestel foto’s van onze motoren te maken. Hun interesse aan onze reis was groot en ze waren
zichtbaar trots zo’n apart stel onderdak verschaft te hebben. We hebben toen met onze camera ook een aantal kiekjes gemaakt. De receptioniste liet zich zelfs verleiden een
gewaagde pose aan te nemen op Jan’s nieuwe Pan. We werden door het voltallige personeel uitgezwaaid

Het is een zonovergoten dag en nu begrijp ik dat er veel animo is voor het toerisme aan de zwarte zee kust. In ijltempo worden hier nieuwe hotels gebouwd die de, in
Communistische stijl gebouwde oude hotels, moeten vervangen. Er wordt hard gewerkt en er is zeker een grote toekomst voor het toerisme hier. We gaan richting Tulcea in
Roemenië  We steken de grens over met Roemenië, Weinig controles, voordeel van beide EU landen. Wel paspoortcontrole. Nu zijn we in Roemenië ons 15e land.
Op een strandje kan ik het niet laten en trek mijn  zwembroek aan om een duik in de Zwarte Zee te maken. Hele toestand met al die motorkleding.
Jan en Herman zien de lol er niet van in en kijken meewaarig naar mijn verrichtingen.

De E 87 die we volgen is soms een autosnelweg andere keren weer een karrenspoor. We rijden over mooie heuvelruggen en hebben prachtige vergezichten o.a. over de
Zwarte Zee. Vanuit een auto voor mij wordt een lege plastic fles naar buiten gegooid, die ik niet meer kan ontwijken, dit is de 2e keer inmiddels, levensgevaarlijk. 
Op een splitsing, waar geen borden staan, verwees ons een wegwerker naar rechts. Links was achteraf de snelle route geweest. Rechts is een binnendoor route.
We passeren veel kleine dorpjes waar ze van cola nog nooit gehoord hebben na vele dorpjes die nog typisch dat Bulgaarse hebben zien we eindelijk en café met een terras,
althans wat daar voor door zou kunnen gaan.

Op het terras worden we begroet door 2 Ieren uit Belfast. Een beetje Laurel and Hardy stel. Ze bieden ons brood, worst, tomaten en boter aan. Hadden ze gekocht in een
lokale Coop. Zij wisselen ons ook enkele Euro’s voor plaatselijk geld zodat we onze koffie kunnen betalen. We komen weer op E 87 en vervolgen onze weg langs afgeschreven
fabrieken oliemaatschappijen etc. Hier valt nog hel wat schroot te kopen. Ook zien we de eerste windmolens. Een teken van vernieuwing Bulgaren zijn aardige mensen die je
altijd willen helpen evenals de Roemenen . Je hoeft maar te stoppen en ze komen op je af met de vraag of je hulp nodig hebt. Ook steken ze hun nieuwsgierigheid niet onder
stoelen of banken.

In Tulcea vonden we onderdak in Hotel Select. De eigenaar was een aardige man die ons van alle nodige info voorzag.

Zijn zoon reed ook motor. De motoren werden onder video bewaking gestald. Wat op de boulevard geslenterd en een geanimeerd gesprek gehad met de kapitein van een bootje
die rondvaarten in de Donau delta verzorgde. We moesten de volgende dag deze delta ronden en vroegen hem of hij ons niet kon overzetten.
Zoals verwacht een negatief antwoord. We aten in ons hotel, dronken inferieure Romeinse wijn. En sliepen als roosjes.

 

Woensdag 30 Juli 2008 

Roemenië Moldavië Ukraine Moldavië Ukraine

 

Bij het ontbijt kwamen we onze Ierse vrienden weer tegen. Zij hadden toevallig ook in dit hotel geboekt.

We starten de motoren voor een ongewisse rit richting Odessa in de Ukraine.

Routeplanners en kaarten gaven verschillende info over de te volgen route en mogelijkheden. Van de hotelhouder hadden we weer andere informatie gehad.
We wisten niet wat de dagafstand zou zijn en waar we exact langs moesten. We moesten zoals gezegd de Donau delta ronden. De vraag, waar konden we over de Donau?

Het was prachtig motor rijweer heldere hemel en 24 graden. De eerste 80 km was voorzien van geweldig goed asfalt een weg met heel veel  mooie bochten. We zwierden van
de ene bocht naar de andere. Dit was genieten met volle teugen. Daarbij kwam nog dat we op heuvelruggen langs de Donau delta reden met een prachtige natuur.
We hadden uitzicht over een enorme vlakte met riet en water, ook werd op sommige stukken landbouw gepleegd. Een kleine binnendoor weg was mogelijk zoals onze hotelier
had gezegd. De weg stond niet de kaart,  en de route volgens Michelin was om. We waren vrij snel bij de ferry die ons over de Donau bracht. Het dek van de ferry was voorzien van draadstaal. Het was niet eenvoudig hier met de motoren op te laveren ook al omdat de ferry van de zijkant werd beladen. Het was nog maar enkele km’s naar een klein stukje
Moldavië dat we moesten passeren ( 1 km) alvorens we de Ukraine zouden binnengaan. De stemming was opperbest, naar Odessa nog maar 200 km en het was nog geen èèn uur.
Eerst een grenspost uitgaande Roemenië. Dan ingaande Moldavië, land no 17. eerste post verwijzing naar 2e post, 2e post politiecontrole, invoer motoren, douane etc. we kenden
het ritueel. Doorrijden en na 1 km Moldavië uit. Zelfde procedure. Dan Ukraine in Land no. 16. Het ettertje aan de grens ontdekte en fout in onze papieren. Herman had een verkeerd
deel van het kenteken meegenomen. Het deel wat niet de tenaamstelling was. Oh jee! De ambtenaar in functie controleerde de papieren van Jan en mij. Controleerde uitvoerig de chassisnummers en gaf ons aan dat we door mochten rijden. Herman moest terug. Dan begint het spel. Wachten hem trachten aan te spreken had geen effect, hij negeerde ons
volledig. Herman vroeg hem zijn naam op het kenteken te plaatsen. Als door een wesp gestoken reageerde hij, dat nooit. We hadden het schijnbaar verbruid. Meerdere ambtenaren kwamen een kijkje nemen. We hoopten dat zij hem tot inkeer zouden brengen. Later bleek dat dit ambtenaren van de douane waren terwijl ons ettertje van de politie was.
Wie was hier de baas. We gingen op een bankje zitten en wachten af.

Schijnbaar had hij niet direct de pik op mij in want ik kon hem na lange tijd aanspreken en deed hem een voorstel.

Omkopen mag niet dus vroeg ik hem een verklaring op te stellen waarbij hij had geconstateerd dat Herman met Motornummer etc de Ukraine was binnengegaan.
Ik begreep dat deze moeite beloond moest worden en zei dat we bereid waren eventuele kosten van deze verklaring met de nodige Euro’s te willen vergoeden.
Bijkomend probleem de man sprak een heel klein beetje steenkolen Engels en niets anders. Zonder op of aanmerking liep hij weg. Ook geen succes dus.
Na nog een half uur verscheen er plotseling een vent met net zo’n pakje maar dan met een paar sterren meer. Ze spraken met elkaar en verdwenen in een hokje.

We hoorden enig stem verhef en na verloop van tijd kwam de man met de meeste sterren naar buiten en verdween. Ons man bleef in zijn cabine. Vol spanning wachten we af.
Weer verliep er enige tijd zonder dat er iets gebeurde. Her weermannetje bleef in zijn huisje. Dan beweging, de deur gaat open en ziedaar, zonder pet op komt de ambtenaar in
functie naar buiten. Met gekromde vinger Herman bij zich roept  en begint het chassisnummer van de BMW te controleren. Zou het dan toch lukken? Na de controle verdween hij
weer in zijn cabine. Nu duurde het niet lang voordat hij met alle papieren gestempeld en al aankwam. Riep met verheven stem Moldavië finish, Met gestrekte arm en dito vinger
wees hij richting Ukraine. Met de papieren naar de rest van de ambtenaren voor de nodige stempels in het paspoort en konden we eindelijk na een oponthoud van enkele uren
vertrekken.
We waren er echter nog niet want opnieuw doemde de grens van Moldavië voor ons op. Opnieuw een paar km. door Moldavië. 2e keer Moldavië. Gelukkig werd hier alleen het
kenteken op een voorgedrukt briefje geschreven. Dit briefje werd afgestempeld en moesten we bij de uitgaande grenspost weer inleveren. 2 e keer Ukraine.
Inmiddels hadden we al heel veel briefjes met stempels van de ene naar de andere grenspost gebracht. Een soort PTT functie.

Nu konden we doorstomen naar Odessa. De wegen waren zo slecht dat we soms nog geen 40 km p/u haalden. Ook de omgeving was weinig opwindend. Korenvelden, korenvelden
en nog eens korenvelden afgewisseld met zo nu en dan een mais of zonnebloemenveld, zo groot dat van Gogh zijn leven er aan had kunnen weiden. Niet voor niets word dit de graanschuur van Europa genoemd.  Wel net als in Bulgarije en Roemenië enorm veel bijenkasten. Soms wel meer dan honderd bij elkaar. Allemaal voorzien van een andere kleur.
Zouden de bijtjes anders niet weten bij welk volk ze hoorden? Ook de vrouwtjes met vers fruit ontbraken hier niet. Soms met slechts èèn meloen. Eindelijk reden we om zes uur de
stad binnen. Hotel zoeken. Vanaf een afstand herkende ik ze aan de bouw wijze zoals je die in de hele Sovjet Unie zag.

Betonskelet bouw met op de eerste etage rechts de grote ramen van de eetzaal. Daarboven de verdiepingen met de ramen van de kamers.
En een grote brede trap om het gebouw binnen te komen.

Eerste vol, tweede vol, derde vol. vierde vol. Bij het navragen naar de weg of eventuele overnachtingsmogelijkheden liep iedereen op een drafje schreeuwend van ons
vandaan of deden net of ze ons niet hoorden. Op z’n zachts gezegd zeer onplezierig en onopgevoed volk. Hotel Black Sea zag er van buiten mondain uit en leek ons eigenlijk
te duur. De receptie was keurig met marmer ingericht. Inderdaad niet goedkoop, 120 euro per nacht voor ons drieën incl ontbijt, maar we waren op en besloten hier te blijven.
Hoe groot was de verrassing toen we onze kamer binnengingen. 5 lagen vloerbedekking, kozijnen hingen in de muren, behang was gedeeltelijk over geplakt of liet gedeeltelijk los,
slechte bedden, smoezelige lakens, verwaarloosd toilet etc etc. Het hotel had 4 sterren maar was naar Nederlandse begrippen nog niet èèn ster waard. We voelden ons zwaar vern….
De motoren konden achter slot en grendel. Later op de avond kregen we hier de rekening voor gepresenteerd. Zonder een reçu te kunnen ontvangen betaalden we het niet
afgesproken parkeergeld. Tevens werden we door de beveiliging aangesproken met de vraag of we ook een “Beautfull girl”  voor de nacht wilden bestellen. We staken onze hand
uit zodat hij begreep dat we gehuwd waren en geen interesse hadden in zijn aanbod.  I.v.m. ons budget besloten we het diner te nuttigen bij Mc Donalds. Terug op onze kamer
regelden we de was, en dronken alweer Vodka met jus d`orange  Ditmaal uit een extra groot glas. De vodka en jus hadden we voor een klein bedrag gekocht bij een stalletje naast
Mc. Do.  Voor de was moesten we een formulier invullen met aantal T shirts onderbroeken sokken etc. De was werd van de kamer gehaald. Hoe laat klaar? Vroeg de meid.
Morgen om twee uur is vroeg genoeg.OK.

 

Donderdag 31 Juli 2008

Vrije dag in Odessa

 

Om 6.oo uur wordt op onze kamerdeur geklopt. Uw was Sir. 42 Euro direct betalen. Een vloek was niet meer te onderdrukken.

Wat een kl. Hotel, wat een kl. volk

Na een verlaat ontbijt gingen we om 10 uur met een taxi de stad in. Vanaf een hoge trap hadden we een goed gezicht op het havenhotel. Vanaf hier zijn we naar de boulevard
gelopen. Deze ligt dus niet zoals doet vermoeden aan het water maar enige straten verder de stad in. Tijdens onze wandeling zien we mooie gebouwen waar echter voor een
schilder best nog de nodige eer te behalen valt.  Herman koopt een medaille van Tjernobiel. Het is warm en we hebben een rustdag. We slenteren nog wat door en maken wat
foto’s van gebouwen. Je kon er de vergane glorie van af lezen. Namen op de boulevard koffie. Na 12 uur een biertje en om 3 uur een lunch.

Reeds gisteren viel ons op dat mensen erg onvriendelijk en afstandelijk waren. Als  je op ze toeliep om iets te vragen begonnen ze al te schreeuwen en met de armen te zwaaien.
Zo van, val me a.u.b niet lastig. Dit gold ook voor de bedienden op terrasjes en in restaurants. Je vroeg iets maar werd volledig genegeerd. Je moest ze daadwerkelijk de weg
versperren alvorens je ook maar enige aandacht kreeg.  Niemand spreekt hier een vreemde taal. Wel moet gezegd dat zij, voor ons, allemaal een vreemde taal spraken.

We zitten nog wat na en vergapen ons aan de grote hoeveelheid “Muscle cars” Mooie meiden etc. Allemaal oliemafia. Op de kamer kijken we naar het nieuws.
We zien veel wateroverlast, maar waar is het?

Is dit “de Prut” Waar zouden we de rivier kunnen oversteken? Een laptop met internet zou wel handig geweest zijn. Maar ja! Poor boys.

 

Vrijdag 1 Augustus 2008

Ukraine Moldavië Transdnestrië Moldavië Roemenië

 

Na een summier ontbijt in het toch wel dure hotel haalden we de motoren uit de stalling. Direct stond er een knaap achter ons en maakte met zijn vingers een gebaar van betalen.

Wij, vingertje naar het voorhoofd. Schijnbaar begreep hij onze uitleg in het Engels gedeeltelijk want hij deed direct zijn beklag bij de receptie waar inmiddels ook iemand van de
beveiliging achter ons kwam staan. Maar Jan en Herman zijn grote jongens en ik had een grote mond. We maakten duidelijk niet twee keer te willen betalen, starten de motoren
en gaven gas. We zijn de Ukrainers zat, onsympathiek volk.

Dit keer hadden we bij het uitrijden van de stad geluk. We vonden direct een bord Richting Moldavië. Even buiten de stad nog verwarring of we links of rechts de snelweg op
moesten. We kozen de foute richting maar kwamen daar na enkele honderden meters al achter en konden nog keren.

Het wegdek is redelijk maar het uitzicht dat we hebben is opnieuw erg monotoon. Korenvelden en nog eens korenvelden waar nieuwe en oudere combines zich in slagorde een
weg baanden. Langs de kilometers lange rechte wegen zijn aan weerzijden walnootbomen geplant. Ze dragen veel vrucht. Wie zal deze vruchten oogsten in dit dunbevolkte gebied?
Tientallen duizenden cbm’s walnoot.

We bereiken voor de 3e keer de Moldavische grens. Waar gaat u heen? Naar Roemenië. Dat kan niet, oh, waarom niet?

U moet dan door Transdnjestrië. En? Daar bent u een transitvisum voor nodig, Waar krijgen we die? Bij mij, kost 90 Euro.

Transdnjestrië is een gedeelte van Moldavië dat zich wil afscheiden, nog niet erkend wordt maar inmiddels wel eigen grensovergangen heeft. We kopen een visum en vervolgen
met de normale procedure van grensoverschrijding. Loket 1,2,3,4 Loket links loket rechts stempeltje briefje met stempeltje voor het volgende loket etc.etc.
Na het nodig oponthoud rijden we Moldavië voor de 3 keer binnen.

Na enige tijd worden we aangehouden bij de grens van de separatisten. En nors kijkende douanière wijst ons de plek waar we de motoren moeten parkeren. Passen worden
ingenomen en we lopen het kantoor binnen. Misschien omdat ik de kleinste ben maar de ambtenaar met giga pet en 3 sterren sommeert mij om met hem mee te komen naar zijn
kantoor. Ik wordt hier in bijzijn van een ambtenaar, die duidelijk lager in stand is, ondervraagd. Moet je? Kom je vandaan? Beroep? Ga je heen? Wapens,
Wat is je relatie t.o.v de andere 2? Etc. Etc. OK je mag door maar ik heb nog èèn vraag. Zou je iets willen geven voor een cadeautje voor onze president.
Ik knik toestemmend en vraag Herman, onze schatbewaarder
hem 5 euro te geven. Herman moet nu ook mee. De man opent een boek en Herman legt er de 5 euro in. We mogen door. We zijn dus nu in Transdnjestrië. En passeren Transpol
de hoofdstad. Is dit ook een land? Dan gaan we naar 22 landen en moeten we dus ook 22 dagen weg blijven. Of rekenen we hem voor een half land? We besluiten voor dit laatste.
We vervolgen onze weg en zien op kruispunten barricades waar soldaten met machine geweren stellingen hebben betrokken. Het landschap is niet anders dan in de Ukraine. 
We bereiken nu de uitgang van Transdnjestrië de formaliteiten zal ik achterwege laten. Na een stuk niemandsland de Moldavische grens, nu voor de 4e keer.

In Chisinau, vroeger nooit van gehoord, zal dus wel zo groot zijn als Emmen, raken we volledig de weg kwijt. Zelfs op grote T splitsingen geen borden. De stad blijkt minstens zo
groot als Utrecht. Tijdens het bestuderen van de kaart op een druk kruispunt stop plots een auto naast ons en vraagt een jongeman”sprechen sie Deutsch?” Aber Ja.
Wohin wollen Sie. Wij wijzen op de kaart naar de weg die we willen volgen. OK zegt de jongeman rij maar achter me aan, ik breng jullie de stad uit. We rijden door smalle straatjes
en steegjes. Er komt geen eind aan, Even krijg ik een gevoel van, hij probeert toch niet met z’n mobieltje een aantal kameraden te waarschuwen en ons in een val te lokken.
Dan verdwijnt het gevoel, wij hebben ja Jan en Herman.

We bereiken een autoweg en de knaap stopt. Hij had in Düsseldorf gewerkt. Deed de kofferbak van de auto open en haalde zijn motorjack tevoorschijn. Moldaviën Eagles.
We wisselen gegevens uit e.mail website etc. Hij verwees naar een andere route om Roemenië te bereiken, betere nieuwe weg etc. Eigenwijs als we zijn besluiten we onze eigen geplande route te volgen. Vlak voor de grens met Roemenië echter een ketting over de weg. Gesloten vanwege de overstroming van de rivier de “prut” Een aantal lokalen
verwees ons naar de dichtstbijzijnde grensovergang 80 kilometer van hier. Dus 160 km om. We trachten de kortste weg te nemen. Deze weg echter werd steeds slechter en
uiteindelijk belanden we op een stuk gravel en grof gesteente. Sommigen zeiden je hebt de goede weg, anderen weer daar kun je niet langs. Ik wist nooit dat een pan ook dit
soort wegen aan kon. In Nederland krijgen we voor een paar steentjes op de weg al de schrik van ons leven. Langzamerhand laat je de motor toch wat meer zijn eigen weg zoeken
en gaat het knijpen in het stuur over.
Al doende leert men. Jan en Herman gingen nog maar eens navragen bij een zojuist gepasseerd benzinestation. Ik bleef wachten op de weg waar het water bijna even hoog stond.
Er kwam een auto van tegenovergestelde richting met zoiets als een politieagent achter het stuur. Vroeg wat ik wilde. Zei dat dat absoluut niet ging en maakte met zijn armen een
gebaar van een grote boog. Inmiddels hadden Jan en Herman hetzelfde te horen gekregen. We maakten een grote omtrekkende beweging en belanden opnieuw op een punt van
links of rechts.
Er stopte een Mercedes naast ons. Hij vroeg ons hem te volgen. Na een spannende rit met hoge snelheden kwamen we uiteindelijk een bord tegen met de plaats waar we naar toe
wilden. Nog 30km. We namen afscheid van de piloot van de Mercedes en gingen verder. Via een brede mooie bochtige weg in heuvelachtig terrein, we vergaten even ons probleem, arriveerden we bij de Roemeense grens. Schrik, wel honderd auto’s voor ons.

Maar we hadden inmiddels ervaren dat het algemeen geaccepteerd werd als je er met je motor langs reed. Dus nu ook maar weer gokken. Een enkeling kon niet nalaten te
claxonneren. Maar met oordoppen in is dat half zo erg. We waren ook al lang blij dat de grens nog open was. Het begon inmiddels knap te schemeren. Als EU land stelde de douane
weinig belangstelling voor ons en konden we na de paspoort controle en het betalen van 3 euro administratiekosten ongehinderd doorrijden. De 2e keer in Roemenië.
Het werd donker en gevaarlijk, fietsers zonder licht, boeren met paard en wagen, ook zonder licht, wel hadden sommige boeren een veiligheidsvest aan en dat scheelt al een
slok op en borrel.
We zouden ons doel, de stad Iasi niet meer halen. In een klein dorp gevraagd naar overnachtingsmogelijkheden, jawel een cafè annex pension had nog een kamer vrij. 10 Euro pp.
En netter dan het 4 sterren hotel in Odessa. Ons maal, een magnetron burger en dito hot dog. Het was een lange dag van 8.30 tot 20.30 en een dikke 500 km. een gemiddelde
van een kleine 30 km/pu en dat was nog buffelen ook. Welterusten.

 

Zaterdag 2 Augustus 2008

Roemenië

 

Wat hoor ik? Zijn dat de naaldhakken op de boulevard van Varna of is het het gekletter van paardenhoeven?

Helaas het laatste. We zadelen onze paarden op en vertrokken richting Iasi. Redelijke wegen en een aantrekkelijke natuur. Vanaf de bergrug, waar we overreden, hadden we een
prachtig uitzicht op de rivier de Prut.

In Iasi moest de koppeling van de BMW worden bijgesteld. In een rommelige werkplaats vonden we een perfect monteurtje van het type punt van de zakdoek en een nijptang.
Na een half uur was alle weer in orde. Gelukkig bleef de BMW nu ook goed starten. In het begin van de trip wilde hij nog wel eens protesteren.

In de stad werden we ingehaald door een plaatselijke biker die ons vroeg te stoppen. Hij was nieuwsgierig naar waar we vandaan kwamen, waar we naar toe gingen etc.
We hebben met hem even een praatje gemaakt. Zij hadden nog geen club maar wilden die wel oprichten. Iasi een plaats als Zwolle met wel 20 bikers.

We reden nu constant langs een riviertje richting Pietra Neamt prachtige natuur, dwars door de Karpaten. We reden een prachtige weg maar het was er wel erg toeristisch,
vooral in Toplica. Dit is Dracula land. 

Door de omleiding vanwege de overstroming misten we nu het Dracula hotel. Jammer maar is niet anders

Aan een riviertje met stalletjes bbq’s etc gunnen we ons en lunch. Iets van gegrilde gehakt met cola.

De weg langs het riviertje was erg bochtig. Jan werd bijna geschept door een inhalende tegenligger. Werkelijk een aanslag op zijn leven. Voor Jan een traumatische ervaring in
zijn al zo lange motorcarrière.

We overnachten in en motel welke geheel in de kleuren geel en rood was geschilderd. Zelfs de slaapkamers waren geel gesauced en de kasten rood geverfd. Aan de overzijde
van de weg stroomde het riviertje en daarachter liep een spoorlijntje waar elk half uur met veel lawaai een trein voorbij kwam.  Over het riviertje was een hangbrug van 1 meter
breed. Herman en ik maakten een wandelingetje. Achter het bruggetje was een oud vrouwtje plastic flessen uit de rivier aan het vissen.
Herman zocht een lange stok en heeft haar geholpen.
Op de spoorlijn kwamen wij in gesprek met twee jongemannen uit de nederzetting. De èèn sprak een beetje Engels. We vroegen naar het leven in de nederzetting want meer
kon je het niet noemen, ca. 6 huizen. Hun gebruiken en gewoontes.

 

Zondag 3 Augustus 2008

Roemenië

 

Vanmorgen geen ontbijt. We begonnen aan een prachtige tocht langs het riviertje. Bij  Turda reden we door een groot nationaal park.

Er is hier veel toerisme, vooral voor wandelaars schijnt dit een uniek gebied te zijn. Lui als we zijn blijven we op onze motor zitten.

In een bocht was een deur van een aanhanger gevallen, allemaal glas. Gelukkig geen lekke band.  We kochten abrikozen langs de kant van de weg, heerlijk.

In Albac geprobeerd een pensionnetje te krijgen, alles vol. Wel begroeten ons 4 wat we hier Hannekemaaiers noemen. Mannen die voor eeen karig loon de weiden maaiden.
Zij waren met hun zeis op weg naar de volgende boer. Stoere kerels.  We troffen de eerste Hollander, hij vond dat we ver van huis waren, typische westerling. Doorrijden, overal
mensen langs het riviertje dan weer vissers dan weer gezinnen die aan het picknicken waren. BBQ’s koeien in de rivier, mensen die hun auto aan het wassen waren.
Kinderen bij watervalletjes, zon aanbidders. We genieten van al dit moois.    

Verderop kregen we wel een driepersoons kamer.

Op het terras aan de rivier nuttigden we ons avondeten dronken etc….

 

Maandag 4 Augustus 2008

Roemenië Hongarije

 

We reden verder de rivier af, prachtige natuur, ondanks dat het nu maandag was, ook weer veel recreanten langs de rivier. Wel werd het wegdek langzaam iets minder.
Voor de 2e keer werd er een aanslag op Jan gepleegd. Wat wil je? Hij rijdt voorop en dan moet je de eerste klappen opvangen. We komen bij de grens met Hongarije. Land no 18.
De Roemeense en Hongaarse Douane staan gezamenlijk in èèn hokje. Pas heren? Een gulle lach en doorrijden maar. Wel verwonderlijk dat er aan weerzijden van de grens
honderden vrachtauto’s stonden te wachten. Schijnbaar nog niet helemaal Europa. In Hongarije zijn de wegen direct van Nederlandse kwaliteit, breed en goed asfalt.
We maken vaart op de poesta. Later nemen we een wegje binnendoor, dat was minder. We reden langs verlaten kolchoze boerderijen.
ier is nu nog steeds landbouw maar van en andere organisatiestructuur.
Langs de weg over de poesta staat een uitkijktoren. Ik maak hier gebruik van om en paar plaatjes te schieten. Overal bordjes van overstekend wild. Gelukkig niets gezien,
tenminste als je het als motorrijder bekijkt, als jager jammer. Nog steeds konden we tanken voor ca 1,20 p/ltr.

We vonden een hostel in Tisza fured. We kregen een 4 pers appartement voor 10 euro pp. Zonder ontbijt.. Restaurantje gezocht en gevonden. Heel netjes met leuke serveerster.
De kaart was zelfs gedeeltelijk in het Nederlands. Het meisje sprak ook enkel woorden van onze taal. Alstublieft, goed? Lekker, tot ziens. Het eten was goed maar bij de vraag
naar een echte Hongaarse Pinot Noir kregen we te horen dat ze in Hongarije alleen maar Pinot Blanc hadden. We kozen voor een lokale wijn die erg tegenviel.
We gaven het meisje nog een fooi voor de kinderwagen en legden ons, na het ritueel, te rusten in een bloedhete kamer.

 

Dinsdag 5 Augustus 2008  

Hongarije Slowakije

 

Vandaag richting Slowakije ons 19e land.

Fantastische motorrijwegen. Gezien de waarschuwingsborden met daarop vallende motoren is de motorweg bij uitstek. Wel oppassen natuurlijk. We genieten van links rechts
bochten in oneindige aantallen. Het weer is perfect half bewolkt en 24 graden. Bij de grens zoeken we naar een controlepost, tevergeefs. Waarschijnlijk zullen we die deze reis
ook niet meer tegenkomen.  Slowakije is ook het eerste land dat automatisch op de bon zowel het bedrag in Slowaakse kronen als in Euro vermeld staat. Net zoals het bij ons
begonnen is. Bij Hubertus vinden we onderdak. Ze hebben een eigen forellen vijver. Dus eten we forel. De baas van Hubertus is een precies en ouderwets mannetje.

Toen ik mijn motorkoffer naar de kamer wilde brengen riep hij “mamamia” wil je die eerst wel eens schoonmaken.

Tijdens het uitbuiken na een voortreffelijke maaltijd pakt hij Jan in z’n nekvel en wees hem er op dat een stoel 4 poten heeft.

 

Woensdag 6 Augustus 2008

Slowakije Tjechië

 

Op tijd vertrokken voor een langere rit naar Tsjechië. Het was zo koud dat Herman en Jan de handverwarming aanzetten, de kleumers. Ik dacht dat ze die uit Japan haalden.
Dan wordt je op zo’n oudere pan pas een grote jongen, niet letterlijk dan. Voor we bij de grens kwamen zagen we bij Zilina een enorme nieuwe fabriek van KIA.
We kregen een paar fikse omleidingen voor de kiezen maar ze waren wel goed aangegeven. Een oud gebouw dat vroeger voor grens dienst deed stond er verlaten bij.
Ons 20ste land hadden we nu tepakken. In Jesenik vonden we onderdak in een klein pensionnetje geheten Lipùvka. Euro  13.- incl pp incl ontbijt.
De motoren konden ook hier achter een hek gestald worden.
De poedel die hier het terrein bewaken moest boezemde niet veel angst in.

De lokale wijn was niet te zuipen, ondanks dat de eigenaar zei dat dit zijn favoriete wijn was. Maar smaken verschillen, niet waar?

In een lokale coop nog en fles vodka en wat chips gekocht voor een gezellige avond. Nog even gebeld met Michael in Dresden. Hij adviseerde ons de volgende dag op
tijd in Dresden te zijn i.v.m een naderend onweer. Jammer want we wilden via binnenwegen door het Reuzengebergte rijden. We besloten een groter stuk door Polen te rijden
en dan bij Görlitz de Autobahn naar Dresden te nemen. 

 

Donderdag 7 Augustus 2008

Tjechië Polen Duitsland

 

Het was zeer warm 33 graden is voor motorrijders te heet. Via niet al te beste wegen komen wij bij de grens met polen aan.

Voor ons eigenlijk de finish de doelstelling van het 21ste land was gehaald. De rest van de wegen in Polen laat ook te wensen over maar we hebben het druk dus draaien we een
beetje aan het hendeltje. Bij Görlitz gaan we voor de 2e keer Duitsland binnen. Gas er op en om 15 uur komen we aan in de Sumpfmühle in Hetzdorf, zuidelijk van Dresden.
Warm en bezweet besluiten we eerst een pilsje te pakken. Inmiddels belt Michael, die hier voor ons een kamer heeft geregeld, hoe laat hij ons kan komen halen. Hij heeft een BBQ voorbereid. Het weerzien met Michael, Solveig zijn vrouw en Laura hun dochter is heel hartelijk. Ik ken deze Fam. van eerdere reizen. We lieten ons de BBQ goed smaken terwijl
Michael ook nog eens voor de nodige biertje had gezorgd.

Om ca. 10 uur gingen we terug naar ons hotel. Nog even op het terras nagenieten. Jan is erg vrolijk.

 

Vrijdag 8 Augustus 2008 

Vrije dag in Dresden

 

Vannacht barste het eerder voorspelde onweer los. Na wat gerommel in de verte plotseling gelijktijdig een flits en zinderende knal. 3 mannen rechtop in bed.  
Het duurt even voordat je dan de slaap weer te pakken hebt. Bij Michael is de telefoon stuk.

De Fam. haalde ons op van het hotel en we kregen een prachtige rondleiding door Dresden. Dresden is een stad aan de Elbe met veel geschiedenis. Veel historische gebouwen
zoals “de Zwinger, De Frauenkirche etc. etc. Onder bij “das Blaue Wunder” een bekende stalen brug, hebben we op een terras aan de Elbe heerlijk gegeten.
Zo konden we revancheren voor de BBQ. We waren tegen 5 uur terug in het hotel na een onvergetelijke dag Dresden.

We zaten nog wat na te filosoferen en vonden dat we een fantastische trip hadden gemaakt en dat zonder pech en ongelukken. Helaas vergaten we dit af te kloppen.

 

Zaterdag 9 Augustus 2008

Duitsland Nederland

 

Terug naar huis, een heel apart gevoel. Aan de ene kant fijn straks weer thuis te zijn, anderzijds afscheid nemen van een prachtig avontuur. Gemengde gevoelens.
Tijdens de 650 km lange rit huiswaarts gaat alles nog eens door je heen. Je gedachten zijn niet altijd bij de weg. En dan gebeurt het toch, na 7801 km springt in Bad Oeyenhausen
het licht op oranje. Herman rijdt door, kan ik ook. Nee zegt Jan je hoort te stoppen. Te laat, ik kan Jan niet meer ontwijken en schuur met mijn zijkant tegen Jan’s koffer, gevolg:
gaatje in de koffer van Jan en enkele schrammen op de zijkant van mijn motor. Shit, shit en nog eens shit.

Bij de eerstvolgende raststätte komen wij bij met een bratwurst. Plasticschade en een deuk in mijn imago. De eerste keer in mijn motorcarrière. Toch een goed leermoment moet
je dan maar denken. Na in Twist nogmaals getankt te hebben en het overblijfsel uit de pot, 30 euro, verdeeld te hebben komen we voor de 2e keer in Nederland en is de reis teneinde.
Nu begint het nagenieten, het verslag ,de foto’s, de film monteren etc.

 

Totaal 7910km

21 en een half land

Meer dan 50 grensovergangen

Ca. 150 loketten

 

Henk Beuker.   

HenkBeuker@planet.nl

 

                                                                    Naar boven

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 

 

[bottom.htm]